nieuws

Voortschrijdend inzicht van belang bij bouw nieuwe wijk

bouwbreed

De Vinex-operatie loopt langzaamaan op zijn eind. Daarmee is aan de randen van de steden een geheel nieuw stedelijk weefsel gerealiseerd. Echter, plannen die in de jaren negentig met scherpe vooruitziende blik zijn gemaakt, blijken tijdens de uitvoering niet zelden deels achterhaald. Niel Roekalea , directeur projecten bij Bouwfonds MAB Ontwikkeling en directielid van de Ontwikkelingscombinatie Wateringse Veld, blikt terug op tien jaar Wateringse Veld. Flexibiliteit in planvorming én uitvoering is essentieel om een nieuwbouwwijk met toekomstwaarde te realiseren.

Tien jaar geleden zijn de eerste woningen op Vinex-locatie Wateringse Veld opgeleverd. Deze woonwijk gaat uiteindelijk circa 7700 woningen tellen en wordt door middel van een publiek-private samenwerking (pps) tussen de gemeente Den Haag en Bouwfonds MAB Ontwikkeling gerealiseerd. Voor de uitvoering is destijds de Onwikkelingscombinatie Wateringse Veld (OCWV) opgericht. De gemeente en Bouwfonds MAB Ontwikkeling nemen hierin ieder voor 50 procent deel en dragen gezamenlijk de financiële risico’s. Binnenkort beginnen we aan de laatste fases.
Kijkend naar de stedenbouwkundige visie van Wateringse Veld uit 1995, kunnen we vaststellen dat de basis is uitgevoerd zoals bedacht: een Haagse stadswijk met het karakter van een tuinstad. De locatie telt acht wijken die qua architectuur en invulling van elkaar verschillen. De uniforme en vooral ook groene inrichting van de openbare ruimte zorgt voor eenheid. Kijken we nu naar de daadwerkelijke uitvoering, dan moeten we concluderen dat Wateringse Veld op onderdelen verschilt met wat we in de oorspronkelijke plannen hadden bedacht.

Voorzieningen

Voortschrijdend inzicht heet dat; essentieel om een nieuwe wijk een langjarige toekomst te geven.
In de planvorming is besloten, dat Wateringse Veld twee kleine buurtcentra zou krijgen in plaats van één grote. Reden was dat één groot winkelcentrum de wijk weliswaar een hart zou geven maar dit concurrerend zou zijn met de centrumvoorzieningen van het nabij gelegen Wateringen. Daarom moesten het twee centra van elk 3000 vierkante meter bruto vloeroppervlak worden.
Toen wij aan de voorbereiding van de planontwikkeling van het eerste winkelcentrum begonnen sloeg de twijfel al toe. Beide centra zouden te klein worden. Ook werd duidelijk dat er te weinig ruimte zou zijn om in elk centrum twee supermarkten te huisvesten. De plannen terugdraaien naar één groot centrum, wellicht het meest wenselijke, was een gepasseerd station. Uiteindelijk hebben we de twee centra naar 5000 vierkante meter bvo weten te vergroten.
Ruim drie jaar geleden is het eerste centrum in Lage Veld geopend. Dit centrum heeft het in het begin niet gemakkelijk gehad. De bewoners die er al veel langer woonden, hadden immers al hun weg naar de winkelvoorzieningen in Wateringen en Rijswijk gevonden. Feitelijk is het centrum dus te laat opengegaan. Met het tweede centrum in Hoge Veld doen we het daarom nu anders. Het centrum is bouwkundig gereed maar gaat pas open zodra het minimaal benodigde verzorgingsgebied behaald is en er dus genoeg potentiële klanten zijn om het goed te laten functioneren.

Scholen

De scholen, altijd een lastig fenomeen, vormen een ander voorbeeld. Vanwege de prognoses dat er vooral basisscholen nodig zijn, namen wij in de plannen een aantal scholen op.
Om de eerste piek aan jonge aanwas op te vangen zijn naast de hoofdgebouwen zogeheten schoolwoningen gerealiseerd. Wanneer in de toekomst de scholen voldoende hebben aan de hoofdgebouwen kunnen deze tijdelijke locaties als normale woningen op de markt worden gebracht. Waar echter in de planvorming geen rekening mee is gehouden is de behoefte aan een middelbare school. Dit heeft tot gevolg gehad dat hiervoor een deelplan is herontwikkeld.
Dit is prima gelukt en de bouw van het Wateringse Veld College is een feit. Om aan de tussentijdse behoefte te kunnen voldoen, is deze school al weer een paar jaar open op een noodlocatie grenzend aan Wateringse Veld.

Mobiliteit

Een laatste voorbeeld van flexibiliteit in de uitvoeringsfase is mobiliteit. De gedachte achter het Vinex-beleid is ook altijd geweest het terugdringen van de automobiliteit. Dicht tegen de stad aan met goed ontsloten openbaar vervoer zou de behoefte aan de auto een stuk minder zijn. Dacht men. Dit bleek als snel een utopie.
Ondanks het feit dat Wateringse Veld als één van de eerste Vinexlocaties met een tramverbinding werd ontsloten, bleken de nieuwkomers al snel een tweede auto aan te schaffen. De parkeernormen en de wegen waren echter berekend op aannames van een verminderend autogebruik. Na de eerste fase hebben we een herberekening uitgevoerd en de parkeernormen voor Wateringse Veld verhoogd. Tegelijkertijd streefden we er naar de openbare ruimte zo min mogelijk aan te tasten. Dus parkeren zo veel mogelijk uit het zicht.
Wat betreft de hoofdwegenstructuur proberen wij het autoverkeer nu in de spitsuren door te laten stromen door de verkeerslichtinstallaties zo goed mogelijk in te regelen. Maar dat blijft moeilijk.
Het leereffect van Wateringse Veld is in mijn ogen dan ook dat de ontwikkeling van een nieuwbouwlocatie moet meegroeien met de maatschappelijke behoeften. Met een looptijd van minimaal 10 jaar is het begrip “voortschrijdend inzicht” onmiskenbaar. Dat kan alleen als zowel publiek als privaat bereid is niet star vast te houden aan eerder gemaakte maar door de tijd ingehaalde plannen. Ik ben van mening dat in Wateringse Veld binnen de gegeven mogelijkheden het maximale is bereikt.
Niel Roekalea
Directeur Ontwikkelingscombinatie Wateringse Veld

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels