nieuws

Twijfel over New Yorks stoomnetwerk

bouwbreed

Een explosie heeft duidelijk gemaakt dat stoom nog steeds een zeer belangrijke rol speelt in New York. De vraag blijft hoe betrouwbaar deze ‘groene’ technologie uit de 19de eeuw is.

In Manhattan ontplofte een 83 jaar oude, 60 centimeter dikke stoomleiding van de firma Con Edison. De explosie was zo krachtig dat brokken wegdek zeven etages hoog de lucht in werden geslingerd. Omdat ook een aanpalende waterleiding scheurde, ontstond volgens ooggetuigen een geiser van water en stoom die bijna de top van het Chrysler Building (319 meter) bereikte. Tientallen mensen raakten gewond, één ooggetuige overleed door een hartaanval. De omgeving van de krater werd vervuild met asbest dat als isolatiemateriaal van de stoomleiding dient.
Over de oorzaak van de explosie zijn slechts speculaties in omloop. Con Edison wil geen uitspraken doen voordat een officieel onderzoek is afgerond. Professor Rae Zimmerman, expert op het gebied van New Yorks infrastructuur, vermoedt dat het ongeluk is veroorzaakt door ‘water hammer’, een situatie waarbij water condenseert in een deel van een leiding. Door het mengen van stoom en water kan de druk zo hoog oplopen dat een leiding explodeert. Het had op de dag van de explosie uitbundig geregend en het is mogelijk dat regenwater op de leiding de condensatie van stoom in de leiding heeft veroorzaakt.

Vragen

Het ongeluk roept vragen op over de betrouwbaarheid van het circa 180 kilometer lange netwerk van hoofd- en nevenleidingen onder New York. Con Edison exploiteert hier het grootste stoomdistributienetwerk ter wereld.
Het bedrijf heeft er zeven grote boilers: vijf in Manhattan, één in Queens en één in Brooklyn. Sommige hoofdleidingen zijn circa 100 jaar oud. De leeftijd van het netwerk hoeft volgens de Canadese stoomspecialist John Gray geen probleem te zijn: “Con Edison heeft alle gietijzeren buizen in het systeem vervangen door buizen van carbonstaal dat weinig tot geen last heeft van corrosie.” De hoofdleidingen liggen bovendien overal ingebed in betonnen behuizingen.

Voordeel

Sedert het einde van de 19de eeuw leverde de New York Steam Company stoom voor het verwarmen van gebouwen en het aandrijven van liften. In een stad met hoge grondprijzen is het een voordeel als in een wolkenkrabber geen ruimte hoeft te worden uitgespaard voor boilers en verwarmingsketels. Ook Chicago, Boston en Philadelphia gebruiken nog stroomdistributie. Con Edison heeft anno 2007 circa 1800 grote stoomafnemers in het zuidelijke deel van Manhattan, waaronder het Empire State Building, het VN-gebouw, Chrysler Building en het Metropolitan Museum of Modern Art.
Con Edison gebruikt de stoom tegenwoordig eerst voor het aanjagen van turbines/generatoren in eigen elektriciteitscentrales. Daarna gaat de stoom naar de klanten die hem voornamelijk gebruiken voor waterverhitting en het verwarmen en afkoelen van gebouwen. Het afkoelen van gebouwen is mogelijk door stoomturbines die de compressoren aandrijven waarmee de koelvloeistoffen voor de airco’s worden gecondenseerd. “New York zal altijd stoom nodig hebben”, zegt Steve Mosto, ceo van een bedrijf dat huiseigenaren adviseert over het installeren van stoomapparatuur. “Onroerend goed is hier zo duur dat het onrendabel is ruimte op te geven voor een eigen boiler.”
In vroeger tijden was het stoomnetwerk notoir onbetrouwbaar. Aan het begin van de 20ste eeuw vlogen regelmatig ijzeren putdeksels meters hoog door de straten van New York. De afgelopen decennia zijn er opvallend weinig problemen geweest. Het laatste grote ongeluk vond plaats in 1989 toen bij een explosie in een stoomleiding in de wijk Grammercy Park drie mensen om het leven kwamen. Ook toen kwamen grote hoeveelheden asbest in de omgeving terecht. Con Edison besteedde naar eigen zeggen in 2006 101 miljoen dollar aan onderhoud en uitbreiding van het stoomnetwerk.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels