nieuws

Infrastructuur in een holle dijk

bouwbreed

De A4-uitspraak van de Raad van State legt de impasse over de huidige aanpak van nieuwe infrastructuur pijnlijk bloot. Rijkswaterstaat heeft geen ontwerpers meer en zit in de verdediging; de markt wil wel maar mag alleen bouwen wat door de procedures is gekomen en de milieubeweging krijgt steeds meer wapens in handen om alle plannen te torpederen. Volgens Hennes de Ridder moeten we iets bouwen waartegen weinig is in te brengen: de holle dijk.

De A4-uitspraak van de Raad van State legt de impasse over de huidige aanpak van nieuwe infrastructuur pijnlijk bloot. Rijkswaterstaat heeft geen ontwerpers meer en zit in de verdediging; de markt wil wel maar mag alleen bouwen wat door de procedures is gekomen en de milieubeweging krijgt steeds meer wapens in handen om alle plannen te torpederen. Volgens Hennes de Ridder moeten we iets bouwen waartegen weinig is in te brengen: de holle dijk.

Traditioneel kwam het inpassen van nieuwe infrastructuur neer op het te lijf gaan van drie negatieve effecten. Dat zijn geluidshinder, fysieke hinder door barrièrewerking en visuele hinder. Bestrijding van die zaken was moeilijk, omdat de platheid van Nederland een belangrijk criterium bleek. Het land is vlak en moet vlak blijven. De meest voor de hand liggende oplossing is dan een tunnel. Er zijn al flink wat tunnels in het land, die echter ook nadelen hebben: zeer duur, relatief onveilig, geen gevaarlijk vervoer, niet makkelijk uitbreidbaar en verstoring van de ondergrond. Sinds kort wordt er aan vluchtplannen bij overstromingen van de Randstad gewerkt. Snel ondergelopen tunnels zijn dan echt onbruikbaar.
Een andere veelvoorkomende oplossing is de verdiepte ligging. Deze slechtst denkbare inpassing wordt meestal verkregen door eindeloos onderhandelen over de beperkte hoogte van de geluidsschermen. Verder wordt met een verdiepte ligging alle overlast gemaximaliseerd tegen enorme kosten. De verdiepte ligging lost niets op, omdat er nog steeds geluidsoverlast, een fysieke barrière, fijn stof en visuele hinder door geluidsschermen is. De bak is niet uitbreidbaar, geeft verstoring van de ondergrond, loopt snel onder water bij overstroming en is gevaarlijk bij calamiteiten omdat er niet uit ontsnapt kan worden.
Verder is een bak zeer kostbaar door de waterdichtheidseis, de zware fundering en de geluidsschermen die, ongeacht de hoogte, als scherpe randen van een open wond het Nederlandse landschap beginnen te domineren en door het gebruik van doorzichtige materialen tot in lengte van dagen zeer veel schoonmaakkosten vergen.
Het is een raadsel waarom Rijkswaterstaat telkens met oplossingen komt waarmee het zich zo kwetsbaar maakt. Is het omdat ze de echte ontwerpers heeft ontslagen omdat zij de markt het werk wil laten doen? Maar de markt (lees aannemers) krijgt aan de andere kant geen enkele kans op creatieve inbreng. Zij komt pas aan bod als zij een volledig uitgeprocedeerde oplossing tegen een lage prijs kunnen aanbieden. De zogenaamd verbeterde marktwerking is dan dat ze niet alleen moeten bouwen, maar ook de engineering en het onderhoud moeten doen. De enige creativiteit die nog wordt ontplooid is gericht op de financiering, waarmee op de laagste prijs kan worden uitgekomen en de competitie kan worden gewonnen.
Waarom worden marktpartijen niet uitgedaagd om drie cruciale stukken weg, te weten de A4 Midden-Delfland, de A4 Leiden-Burgerveen en de A6/A9 met eigen ideeën maximaal in te passen tegen minimale kosten? Waarom zegt Rijkswaterstaat niet dat het – en in zijn verlengde de maatschappij – geïnteresseerd is in oplossingen die geen visuele en fysieke hinder geven, geen geluids- en stofemissies geven, veilig en uitbreidbaar zijn, dubbel ruimtegebruik toelaten en geen verstoringen geven ten aanzien van grond en grondwater? Waarom vraagt zij de groene holle dijk als de ultieme landschappelijke inpassing niet in competitie uit? Waarom niet met marktideeën de procedures in?
Ik weet wel ongeveer hoe de winnende aannemer dit gaat aanbieden. Zijn dijk wordt uitgevoerd met aan elkaar verankerde damwanden, bedekt met prefab betonnen platen in dakvorm, afgewerkt met een dunne grondlaag, voorzien van een fiets- annex hulpverlenerspad en uitgerust met een zeer groot aantal uitgangen voor calamiteiten. Een dergelijke dijk kan over een paar jaar wel het laatste blijvend groene lint op deltahoogte in een verder verwoest landschap blijken te zijn, omdat er niet op mag en kan worden gebouwd. De kosten van een holle dijk zijn lager dan de gemiddelde geluidsschermen in Nederland, mits de dijk natuurlijk niet en volkomen onnodig als bovengrondse tunnel zoals bij de A2 in Utrecht wordt uitgevoerd. Het is te hopen dat minister Eurlings die voor september iets moet zeggen over de ontstane ‘noodsituatie’ bovenstaande in overweging wil nemen. Anders kan de nood nog wel heel lang duren en zal de Randstad nog lange tijd stof inademen van stilstaande auto’s.
Prof.dr.ir. H.A.J. de Ridder is hoogleraar methodisch en integraal ontwerpen aan de faculteit Civiele Techniek en Geowetenschappen van de Technische Universiteit Delft.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels