nieuws

Besluit bodemkwaliteit kan stukken beter

bouwbreed

Aan het nieuwe Besluit bodemkwaliteit kan nog veel verbeterd worden. Vooral het bureaucratisch gehalte en de mogelijkheden voor gemeenten om eigen normen te stellen, verdienen aanpassing.

“Het is een schoolvoorbeeld van gedetailleerde milieuwetgeving gebaseerd op wantrouwen”, vat Jan Geu ten Wolde de kritiek van het bedrijfsleven samen. Behalve directeur van de Reststoffenunie Waterleidingbedrijven is hij voorzitter van de projectgroep Bouwstoffenbesluit van VNO-NCW.
“Over het uitgangspunt, bescherming van de bodem, is geen discussie. Doelstellingen van het besluit dat het Bouwstoffenbelsuit gaat vervangen, waren vereenvoudiging van de regelgeving, vermindering van de administratieve lasten en verbetering van de handhaafbaarheid. Wij hebben ernstige twijfels of die doelen worden gehaald”, aldus Ten Wolde.
Voor grond en bagger zijn voor 122 stoffen de grenswaarden vastgesteld. Gemeenten mogen daarvan afwijken in het kader van de decentralisatie. “Reken maar uit hoeveel verschillende normen er mogelijk zijn in 458 gemeenten. Daar heb je een forse rekenmachine voor nodig. Resultaat is dat lagere overheden flexibiliteit hebben, maar dat het bedrijfsleven in een keurslijf wordt gestopt dat in elke gemeente nog anders kan zijn ook”, vindt Niels Ruyter die namens Bouwend Nederland in de projectgroep zitting heeft.

Vervoer

Ondernemingen hikken ook aan tegen de meldingen die nodig zijn voor het vervoer van bouw-, grond- en baggerstoffen. In eerste instantie was het idee alles te melden; dat is eenduidig en helder. Maar ook de staatmaker die een tuinpad moet aanleggen, zou zijn paar kuubjes zand dan moeten melden.
“Wij hebben voorgesteld om alle grond die voldoet aan de zogenoemde achtergrondwaarde vrij te stellen van melding. Maar dat voorstel is niet overgenomen. VROM wilde dat alles wordt gemeld, behalve minder dan 50 kuub schone grond”, aldus Ruyter. Daarmee wordt geen aansluiting gezocht bij het bestaande onderscheid tussen schoon en niet-schoon maar wordt een nieuw criterium ge ï ntroduceerd.
De 50 kuub is gekozen, omdat daarmee volgens het ministerie 99 procent van de meldingen schone grond zou komen te vervallen, waardoor de administratieve lastendruk slechts beperkt zou toenemen. Puur optisch en volledig ongegrond, oordelen de deskundigen. Nu wordt schone grond niet gemeld en het is niet mogelijk een goede schatting te maken van het aantal meldingen.
Evenmin kan de projectgroep zich vinden in het zogenoemde Kwalibo, het tweede hoofdstuk van het Besluit bodemkwaliteit dat de kwaliteit van de uitvoering en de integriteit van bodemintermediairs regelt. Daar hangt dan certificering van bedrijven die grond- en bouwstoffen leveren, aan vast.

Certificeren

“Dat is een voorbeeld van het wantrouwen dat de hele regeling uitstraalt. Het is immers niet anders dan dubbele zekerheid zoeken. Als bouw- en grondstoffen gecertificeerd zijn, waarom dan ook nog de bedrijven certificeren. Dat zou, zegt VROM, leiden tot vermindering van de faalkosten die vervolgens wordt meegerekend voor de bepaling van de administratieve lasten”, vindt Ten Wolde.
Hij vraagt zich dan ook in gemoede af of deze regelgeving nog te behappen is op de bouwplaats. “Die arme uitvoerder zal heel wat tijd kwijt zijn aan het controleren of alles aan de regels voldoet. En wee zijn gebeente als hij iets over het hoofd ziet.”
De ondernemingen in de sector vrezen dan ook dat de handhaafbaarheid gering is. “Zelfs het ministerie van Justitie heeft daar twijfels over. Afgesproken is dan ook dat VNO-NCW hierover nog apart zal overleggen met justitie op hoog niveau. Maar intussen dreigt het Besluit bodemkwaliteit bedrijven hoofdpijn te bezorgen, gezien de gedetailleerdheid en de mogelijkheden voor lagere overheden om ervan af te wijken.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels