nieuws

‘Huis moet minstens honderd jaar worden’

bouwbreed

Energiezuinig bouwen begint met een vooruitziende blik. Volgens ambassadeur duurzaamheid Rik Grashoff van corporatie Woonbron moet een huis daarom zeker honderd jaar blijven staan. “Momenteel schrijven corporaties hun bezit af in vijftig jaar. Daarna volgt uit een soort automatisme sloop.”

De uitgebreide sloopprogramma’s die momenteel in Nederland worden uitgevoerd, zijn Grashoff een doorn in het oog. “Grootschalige sloop is een pure vernietiging van kostbare grondstoffen”, stelt de voormalige GroenLinks-wethouder uit Delft. “Naast het sloopafval dat je moet storten of verbranden, kost de bouw van een nieuwe woning heel veel energie. Denk maar aan al de vrachtwagens die je af en aan moet laten rijden.”
Omdat de exploitatie van corporatiewoningen meestal over dertig jaar loopt, is sloop voor sociale huisvesters al gauw een optie. “Als je het over duurzaamheid hebt, dan is dat niet goed. Je zou uit moeten gaan van een exploitatie van honderd jaar. Veel duurzame ingrepen die nu niet haalbaar zijn, worden dan wel mogelijk.”
Als ambassadeur duurzaamheid bij Woonbron ziet Grashoff het als een van zijn belangrijkste taken om het duurzame denken bij de medewerkers onder de aandacht te brengen. “Intern praat ik heel veel met mensen. Niet alleen om alle initiatieven op het gebied van duurzaamheid binnen de organisaties met elkaar te verbinden, maar vooral ook om het onderwerp tussen de oren van de mensen te krijgen.”
De gesprekken met de managers van Woonbron gaan naast de nieuwbouwprojecten van de corporatie vooral over het bestaande vastgoedbezit van de sociale huisvester. “Een groot deel van onze woningen is wat betreft het energieverbruik in slechte staat. Daar gaan we komende jaren wat aan doen.”

Huurbeleid

Corporaties die wat aan het energieverbruik van hun woningen willen doen, stuiten volgens Grashoff al gauw op het huidige huurbeleid dat een zeer beperkte stijging toestaat ongeacht de kwaliteit van de woning. “Er zijn chirurgische ingrepen in het beleid nodig. Maar het is zeer de vraag of die er komen.”
Zo zouden corporaties meer ruimte moeten krijgen om de hoogte van hun huren naar eigen inzicht aan te passen. “Door de spectaculaire stijging van de energieprijzen zijn bij corporaties sommige goedkope huurwoningen duurder dan de dure.” Vroeger was volgens Grashoff de energierekening goed voor een klein deel van de woonkosten. “Zo’n 20 tot 30 procent.” De afgelopen zes jaar is de gasprijs met zeker 60 procent gestegen. En met die spectaculaire ontwikkeling houdt het huurbeleid geen rekening.
“De toeslag voor mensen met een laag inkomen geldt alleen voor de huur en niet de energierekening. Hierdoor bestaat voor slecht geïsoleerde corporatiewoningen nu al zo’n 40 procent van de totale woonkosten uit de energierekening. En het einde van de stijging van de energieprijzen is nog lang niet in zicht.”
De wet en regelgeving die het ministerie van VROM over het land uitstrooit, is volgens Grashoff niet bepaald een stimulans voor duurzaamheid. “Op het ministerie van Vrom zitten grote schotten tussen milieu en ruimtelijke ordening waardoor duurzaam beleid moeizaam tot stand komt.”
Met name de milieuregels van het Rijk zijn volgens Grashoff een lastig te nemen hobbel. “Bij milieuwetgeving draait het momenteel vooral om normen voor geluidsoverlast en luchtverontreiniging. Niet om bredere duurzaamheidsthema’s als energieconsumptie”, legt hij uit. Het milieubeleid van het Rijk zorgt er zo voor dat het maken van duurzame keuzes een moeizaam proces wordt. “Milieuregels maken het bijvoorbeeld praktisch onmogelijk om wonen en werken te combineren.”
Duurzaam bouwen gaat volgens Grashoff eerst en vooral om het zoeken naar en mogelijk maken van integrale oplossingen. Zo zou regenwater niet zo snel mogelijk via het riool moeten worden afgevoerd, zoals nu het geval is. Volgens Grashoff kunnen de pieken beter opgevangen worden op de daken van de huizen. Regenwater kan daar opgeslagen worden om te gebruiken voor het sproeien van de tuin of het doorspoelen van het toilet.

Onbetrouwbaar

Het invoeren van contraproductieve regelgeving is wat Grashoff betreft nog niet de grootste zonde van Den Haag. De beleidsmakers aan het Binnenhof maken het doen van duurzame investeringen vrijwel onmogelijk door voortdurend het beleid aan te passen. “Wil je duurzaam investeren, dan moet je niet eerst een subsidieregeling invoeren om die vervolgens een paar jaar later weer in te trekken”, moppert hij.
Den Haag doet er volgens Grashoff goed aan om duurzaamheid stevig in het lange termijn beleid te verankeren. “Het moet niet meer afhankelijk zijn van de politieke waan van de dag”, adviseert hij. Grashoff geeft de regering het voordeel van de twijfel. Maar een gevoel van urgentie ziet hij nog niet. Terwijl haast is geboden. “Als het om de klimaatverandering gaat, hebben we geen tijd meer om na te denken over welke van de zes oplossingen het beste is. Er moet nú iets gebeuren.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels