nieuws

Grondmonopolie belemmert eerlijke concurrentie

bouwbreed

De overheid moet de macht van ontwikkelaars met grote grondposities breken. Dat paardenmiddel is volgens professor Hugo Priemus hard nodig om voldoende concurrentie te krijgen op de bouwmarkt.In de aanloop naar zijn morgen in Den Haag te houden Trudy van Asperenlezing neemt Priemus duidelijk stelling. De centrale boodschap: het roer moet radicaal om. En wel zo snel mogelijk.De hoogleraar zegt zich ernstige zorgen te maken over de bouwsector. Elk jaar weer storten twintig daken in. Balkons en gevelplaten komen naar beneden. Met als klap op de vuurpijl de ontruiming van het multifunctionele complex aan het Bos en Lommerplein in Amsterdam. “Het aantal calamiteiten neemt niet af, maar toe. De bouw leert te weinig van oude fouten. Dat is mijn grootste zorg.”Priemus constateert twee ernstige knelpunten. Zowel de relatie tussen opdrachtgever en bedrijfsleven als de band tussen hoofd- en onderaannemer zijn wat hem betreft verre van optimaal. In een gesprek met zijn Delftse collega Christian Illies bezweert Priemus dat, ondanks de grote schoonmaak na de bouwfraudeaffaire, nog steeds geen echte concurrentie bestaat. “Het probleem is dat bouwbedrijven ontdekken dat grondposities hetzelfde effect kunnen hebben als prijsafspraken. Grote bedrijven proberen systematisch grond op te kopen. Als dat lukt, heeft het bedrijf praktisch een monopoliepositie. Volgens de Onteigeningswet mag die grond namelijk niet worden onteigend als de grondeigenaar de gewenste bestemming zelf kan en wil realiseren.”Volgens Priemus moet het beleid van de overheid op twee manieren veranderen om weer de bouwers weer aan het concurreren te krijgen. Allereerst bepleit de professor het opstellen van een nationale ruimtelijke agenda, een masterplan waarin de publieke waarden worden veiliggesteld. Parallel dient de Onteigeningswet op de schop te worden genomen. “De Onteigeningswet dateert van de negentiende eeuw. Alleen door een wetswijziging kunnen we het monopolie van de bouwbedrijven aanpakken. Alleen zo is de verrommeling van het landschap tegen te gaan en kan eerlijke concurrentie plaatsvinden op kwaliteit en prijs.”Bron van de problemen tussen hoofdaannemers en onderaannemers bij grote projecten is volgens Priemus het ontbreken van een centrale coördinator. Niemand die het geheel overziet en in het uiterste geval aan de noodrem gaat hangen. “Voor bouwbedrijven is het goedkoper geen coördinator aan te stellen. Dan kunnen ze een betere prijs voorleggen dan hun concurrenten. Een mooi voorbeeld van slechte concurrentie: de veiligheid wordt om economische redenen opgeofferd. Het zou verplicht moeten worden een gecertificeerde coördinator aan te stellen.”Priemus geeft de overheid huiswerk mee om publieke waarden zoals gezondheid en veiligheid beter te borgen. “Op dit moment garandeert de overheid niet eens een minimaal gezondheidsniveau. Zo hebben we duidelijke beperkende maatregelen nodig om legionellabesmetting in waterleidingen te voorkomen. Ook moeten regels komen over luchtfilters. Zonder schoonmaak creëren de filters meer stof dan ze voorkomen, hetgeen kan leiden tot luchtwegproblemen.”

Twee manieren

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels