nieuws

Duo’s houden Rijkswaterstaat en bouw permanent spiegel voor

bouwbreed

De Nederlandse bouw start vandaag met een bijzondere vorm van zelfreflectie die nergens in de wereld al structureel wordt toegepast. De werkwijze voorkomt peperdure rekeningen van de advocatuur en levert bovendien op: meer rendement plus een hogere kwaliteit.

De nieuwe aanpak vindt zijn weerslag in de oprichting van de stichting Bouwreflectie. Rijkswaterstaat en – via de aannemers – brancheorganisatie Bouwend Nederland zorgen ieder voor de helft van de inbreng. Dit jaar zullen dertig speciaal opgeleide reflectoren bij vijftien grote projecten aannemer en opdrachtgever maandelijks elkaar de spiegel voorhouden.
Aan de basis van het initiatief staan drie door de wol geverfde mannen uit de bouw: Leendert Bouter, Jan Moerkerk en Jan van Oorschot. Laatstgenoemde werkte dertig jaar bij Volker Wesselsdochter Van Hattum en Blankevoort en geniet zijn pensioen. Ook Jan Moerkerk is oudgediende, van het tekenschot bij Rijkswaterstaat tot in de directiekamer van Holland Railconsult (nu Movares) en zijn huidige adviesbureau. Leendert Bouter tenslotte is hoofdingenieur-directeur van de Bouwdienst van Rijkswaterstaat.
“Een jaar geleden kwamen we elkaar tegen. Ergens in Amsterdam. Tijdens een receptie? Kan ook een excursie geweest zijn. In ieder geval spraken we tegenover elkaar onze zorgen uit”.
“Al die conflicten, de noodzaak van arbitrage”. “De geweldige verharding, de juridisering”. Van Oorschot en Moerkerk vullen elkaar moeiteloos aan.

Ellende

“We constateerden het teruglopen van de lol in het werk”, zegt Moerkerk. “De mensen hadden in korte tijd te veel ellende meegemaakt. De vraag kwam op tafel: hoe kunnen wij voorkomen dat de mensen elkaar de keet uitvechten?” In hun analyse schoof het drietal de oorzaak van de slechte werkomstandigheden vooral in de schoenen van de veranderde marktomstandigheden. De problemen werden nog verscherpt door de argwaan voortvloeiend uit de bouwfraudeaffaire.
Van Oorschot: “Je hebt te maken met een terugtredende overheid. Rijkswaterstaat heeft het credo: de markt, tenzij. De rol van de opdrachtgever verandert. Zowel de opdrachtgevers als de opdrachtnemers moeten daar nog erg aan wennen”. Volgens hem vraagt de terugtredende overheid van opdrachtgevers en bouwers een andere professionaliteit. Waar vakmanschap ontbreekt, verschuilen partijen zich al gauw achter juridische procedures. Een kwestie van onmacht.
Moerkerk: “Stel je voor, de mensen van Rijkswaterstaat stapten altijd met hart en ziel in hun projecten. En opeens mag dat niet meer! Bij de aannemers zie je het omgekeerde. Wat ontstond, is een verharding van de samenwerking. Klopt, goed voor de juristen. Achteraf erkennen alle partijen dat de verharding geleid heeft tot een verlies-verliessituatie”.
Op pagina 2:
‘Gezamenlijk bouwen is als
een goed huwelijk’.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels