nieuws

Delft heeft recht op verbindende architectuur

bouwbreed

De gemeente Delft laat alle vier de architectenbureaus een aangepast ontwerp indienen voor het nieuwe station en stadskantoor. De indiening is vandaag. In de eerste selectie werd een grote tegenstelling tussen de wensen van de bevolking en van de selectiecommissie zichtbaar. Jan den Boer pleit voor verbindende architectuur in de historische stad Delft.De gemeente Delft laat alle vier de architectenbureaus een aangepast ontwerp indienen voor het nieuwe station en stadskantoor. De indiening is vandaag. In de eerste selectie werd een grote tegenstelling tussen de wensen van de bevolking en van de selectiecommissie zichtbaar. Jan den Boer pleit voor verbindende architectuur in de historische stad Delft.

In Delft is de tegenstelling tussen architectuur deskundigen en de bevolking weer scherp in beeld gekomen. De bevolking kiest in een ontwerpwedstrijd voor een station en stadskantoor voor een nostalgisch gebouw van rode baksteen van Soeters en geeft dit het cijfer 7,2. De selectiecommissie kiest juist voor een transparant gebouw met veel glas en staal van Rudi Uytenhaak. Dit gebouw krijgt van de bevolking maar een 5,2. Het is al bijzonder dat de bevolking mee mag denken, onze gebouwde omgeving is de afgelopen decennia vooral bepaald voor deskundigen die kiezen voor het modernisme: strakke vormen met veel glas, metaal en beton. Deze keuze voor het modernisme wordt gelegitimeerd met abstracte verhalen over universalisme en vooruitgang. Het verwarrende van de term modernisme is dat dit een stroming is die komt uit de jaren 20 van de vorige eeuw, terwijl modern tegelijkertijd klinkt als hedendaags. De argumenten waarmee een groep deskundigen nog steeds verdedigt dat dit de vorm is waarin gebouwd moet worden zijn intussen achterhaald. Maar veel van deze deskundigen bezitten nog steeds de machtsposities in selectiecommissie’s, welstand, kwaliteitsteams en dergelijke.

Vormentaal

Een steeds grotere groep ontwerpers zoals Sjoerd Soeters durft met andere vormentaal te komen, waardoor in Nederland weer een schoonheid ontstaat die lang niet te zien was, zoals de kastelen van de Haverleij bij Den Bosch. Soeters is niet populair bij zijn collega’s.
In een interview in het tijdschrift de Blauwe Kamer van februari dit jaar verzet hij zich tegen de moderne stedenbouw, maar geeft ook aan dat dit door zijn collegae nauwelijks gepikt wordt. Soeters stelt dat deze collegae als zelfbenoemde elite alleen die dingen doen die ze leuk vinden, voor drie procent van de bevolking. Soeters wil juist voor de 97 procent van de Nederlandse bevolking bouwen. In Delft woog het oordeel van de selectiecommissie voor 75 procent mee en van het bevolkingspanel voor 25 procent. Omdat Uytenhaak hoog scoorde bij de selectiecommissie, was het eindoordeel voor Soeters en Uytenhaak vrijwel gelijk, hoewel Soeters procentueel net iets beter scoorde. De gemeente Delft oordeelde echter dat Soeters nog niet gewonnen had, hetgeen leidde tot ruzie en juridische procedures. Uiteindelijk is besloten om de gehele procedure overnieuw te doen. Barry Raymakers, woordvoerder van de gemeente Delft, vertelt dat alle vier de ontwerpers hun schetsontwerp nu aanpassen. Dus ook de andere inzenders, Kraaijvanger en Mecanoo, mogen weer meedoen. Raymakers verwacht overigens geen grote wijzigingen in de ontwerpen. Vandaag wordt het nieuwe materiaal aangeleverd en worden de maquettes aangepast. Vervolgens zullen de selectiecommissie en het internet panel opnieuw een oordeel mogen uitspreken. Half juli wordt de uitkomst verwacht.

Kloof

In Delft wordt het spoor onder de grond gelegd om de stad weer te verbinden. Het is vervolgens de vraag wat een verbindend gebouw is. De Delftenaren die gestemd hebben via het internetpanel menen dat het modernistische gebouw van Uytenhaak voor een nieuwe kloof zorgt, omdat het niet aansluit bij de historische bebouwing van Delft. De selectiecommissie denkt juist dat de kloof die het spoor in de stad geslagen heeft overbrugd kan worden door zo´n modern gebouw. De overige twee ontwerpen, die lager scoorden, zijn ook veel moderner dan het klassieke gebouw van Soeters. Het is overigens niet zo dat de Nederlandse bevolking per definitie alleen voor klassieke gebouwen kiest. Bij de verkiezing van het mooiste gebouw van Nederland door Trouw blijkt de sobere en rationele aanpak van de architecten van het begin van de 20e eeuw, zoals Berlage en Dudok, hoog te scoren. Maar ook dit zijn nog steeds harmonieuze gebouwen, die meestal heel goed in de omgeving passen.
Tot verrassing van de Trouw redactie scoort bijvoorbeeld het Rietveld-Schröderhuis nauwelijks, terwijl dat voor hen de gedoodverfde winnaar was. Maar dat gebouw past dan ook totaal niet in zijn omgeving. Juist die verbinding met omgeving, de harmonie tussen oud en nieuw is van wezenlijk belang. Soeters heeft laten zien met Marienburg in Nijmegen en Java eiland in Amsterdam dat hij begrijpt waar die verbinding overgaat. Strak, rationeel, modern en eigentijds, die woorden van de architectuur elite, zijn niet de juiste criteria voor verbindende architectuur in een historische stad als Delft. Die verbinding kan alleen ontstaan vanuit een gevoel voor schoonheid van een architect die zich niet laat leiden door dogma’s en vooroordelen over wel of niet historiserend bouwen, die begrijpt dat het modernisme maar een van de vele historische vormen van architectuur is. En die daadwerkelijk durft om uit alle mogelijke vormentalen die architectuur taal te kiezen die echte verbinding kan veroorzaken. Die verbinding blijft een probleem, zolang de kloof tussen bewoners en selectiecommissies zo groot is. Misschien moet die kloof eerst gedicht worden, voordat Delft de stedenbouwkundige kloof in zijn stad gaat dichten. De bevolking heeft recht op mooie gebouwen die niet gelegitimeerd worden door abstracte verhalen maar door hun intrinsieke schoonheid.
De uitdaging is een nieuwe architectuur te ontwerpen die verbindend is, die de tegenstelling tussen modern en traditioneel overwint en die verbindend is tussen de stadsdelen in Delft die nu nog gescheiden worden door het spoor.
Jan den Boer is zelfstandig publicist en stedenbouwkundig projectmanager bij de gemeente Utrecht.
weijboer@wxs.nl

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels