nieuws

‘We zijn schijnbaar van een heel nieuwe generatie’

bouwbreed

In de bouwkeet zijn de papieren tekeningen opzij geschoven om plaats te maken voor een handjevol laptops en een beamer. Een paar muisklikken en de 3D-tekening van de staalconstructie die op de wand wordt geprojecteerd laat zich van onder bekijken, van boven, van opzij. Nog een klik en het beeld zoomt in op afzonderlijke verbindingen. “Van jullie kunnen we nog wat leren”, zegt Remco Sprengers van Moeskops Staalbouw BV bewonderend.

“Er zijn maar weinig werkvoorbereiders die zo goed met de computer kunnen omgaan.” De vijf studenten van de TU Eindhoven glunderen. Ze hebben hun eerste compliment te pakken, en het is pas de tweede dag van hun stage.
Hun namen: Frederick Brunninkreef, Stan Holthuijsen, Chris Noteboom, Ilse van der Vegte en Raoul Vleugels. In het kader van het keuzevak Innovatie op Locatie is het vijftal een week gedetacheerd bij Heijmans Bouw Breda BV, dat in het hart van de stad onder de verzamelnaam Het Turfschip een complex realiseert van 95 woningen, 3200 vierkante meter kantoorruimte, een aantal horecazaken, een fitnesscentrum en een bioscoop met zeven zalen.
De studenten hebben als opdracht een schema te bedenken in welke volgorde de staalconstructie het beste kan worden opgebouwd. Daarbij moet worden bedacht dat het stalen middendeel van Het Turfschip – de bioscoop en het fitnesscentrum – bijzonder ingewikkeld in elkaar zit, onder andere door de reusachtige filmrol die architect Rob Ligtvoet van Kraaijvanger Urbis als blikvanger in de gevel heeft verwerkt. De assemblage van al die gecompliceerde onderdelen moet grotendeels op het werk gebeuren, terwijl de kraancapaciteit en de ruimte op de bouwplaats krap bemeten zijn. Ook de uitvoeringstijd is beperkt. Binnen tien weken moet de staalconstructie op deze postzegellocatie in zijn geheel overeind staan. En ten slotte moeten er ook nog eens vloerelementen van dik 14 meter kunnen worden aangebracht.
Uiteraard heeft de aannemer zelf al een bouwschema klaarliggen. De oplossing die de studenten bedenken is slechts een schaduwplanning. Maar hun ideeën kunnen wel degelijk bruikbare elementen bevatten. “Hier heeft de aannemer echt iets aan”, benadrukt Esther Slaat, die als voorzitter van de studievereniging Support de stages in het kader van Innovatie op Locatie regelt. Tijdens het overleg met projectleider Ron van Alebeek en de staalleverancier leren de studenten dat de werktekeningen die zij uitvoerig hebben bestudeerd niet heilig zijn. “Ze worden tijdens de bouw voortdurend aangepast. Een klant wil op het laatste moment altijd een paar kleinigheden veranderd zien, een raampje hier, een vloertje daar. Zo’n gebouw is constant in ontwikkeling,” zegt Sprengers. Van Alebeek: “Het komt ook regelmatig voor dat getekende verbindingen in de praktijk niet uitvoerbaar blijken en dat er een andere oplossing moet worden bedacht.”

Eyeopener

Voor de 25-jarige Stan Holthuijsen, zesdejaars uitvoeringstechniek, is dat een eyeopener. “Dat is nou echt een onderwerp dat op de universiteit nooit aan de orde komt”, zegt hij. Raoul Vleugels (22), vierdejaars student architectuur, stelt anderhalve dag na zijn kennismaking met de dagelijkse praktijk vast dat sommige dingen veel efficiënter geregeld kunnen worden. “Het zou bijvoorbeeld een stuk makkelijker werken als ze op een tekening zoals die van de staalconstructie alle onderdelen een eigen kleurtje gaven. Dat scheelt heel veel tijd. Waarom doen ze dat niet?”
Vierderjaars bouwtechniek Frederick Brunninkreef (22) meent dat de werkvoorbereiders onvoldoende gebruik maken van moderne hulpmiddelen. “Er worden bijna dagelijks nieuwe papieren tekeningen met de laatste aanpassingen bezorgd. Wijzigingen aanbrengen gaat veel sneller op de laptop. Dan zijn de meest actuele gegevens meteen voor iedereen beschikbaar.” Raoul: “Wij zijn schijnbaar van een heel nieuwe generatie. Ik dacht: iedereen kan hier autocatten. Dat viel dus tegen.”
Remco Spengers heeft er geen spijt van dat hij een uurtje voor de studenten heeft vrijgemaakt, ook al levert het niet direct rendement op voor zijn bedrijf. “Kennisoverdracht is belangrijk in de bouw. Het is goed als studenten vroegtijdig bij de praktijk worden betrokken.”

Boekje

Projectleider Van Alebeek: “Op de bouwplaats kom je dingen tegen die je niet uit een boekje leert. Eigenlijk is het onbegrijpelijk dat er TU-studenten zijn die afstuderen zonder dat ze ooit een voet op een bouwplaats hebben gezet.” Ook personeelsmanager Martijn Mathijssen van Heijmans Bouw Breda BV is enthousiast over ‘Innovatie op Locatie’. “Het werkt twee kanten uit. Wij leren ook van hen.” Heijmans houdt dankzij dit soort projecten ook voeling met de arbeidsmarkt. ”Wij hebben deze mensen straks hard nodig.”
Eric Vastert, docent uitvoeringstechniek, denkt dat de huidige generatie studenten onmisbare kwaliteiten heeft voor de bouw. “De vaardigheden van onze studenten zijn de laatste tien jaren sterk ontwikkelend. Ze praten en denken al digitaal als ze bij ons binnenkomen. Die voorsprong halen de mensen op de bouwplaats nooit meer in.”
De stagiars werken ondertussen geconcentreerd verder op hun laptops. Raoul Vleugels: “Wat we het liefst zouden willen, is dat onze tekeningen hier aan het einde van de week aan de muur hangen en als stappenplan worden gebruikt. Dat zou een mooie erkenning zijn.”

Innovatie op Locatie

Studenten op de TU Eindhoven die het vak Innovatie op Locatie kiezen, krijgen van de studievereniging Support een stage in de bouw aangeboden. Het is een van de manieren waarop Support probeert het gat tussen theorie en praktijk te dichten, zegt voorzitter Esther Slaat. “Door geldgebrek zijn vrijwel alle stages geschrapt. Wij vinden het belangrijk studenten de omgeving te laten ervaren waar ze later mee te maken krijgen. Een stage is de beste manier om kennis te maken met het wereldje en te weten hoe het werkt in de praktijk. Om die reden bezoeken we ook bouwplaatsen en fabrieken en organiseren we metselworkshops.” ‘Innovatie op Locatie’ is aan zijn zesde jaargang bezig. Gemiddeld gaan jaarlijks zo’n twintig studenten een week op stage. Het is niet altijd eenvoudig bouwbedrijven te vinden die willen meewerken. “Sommige aannemers hebben geen ruimte, andere zeggen gewoon dat ze geen zin hebben in dat gezeur,” aldus Slaat. Overkoepelende bouworganisaties zien wél het belang. Het project wordt gesteund door de Stichting Algemene Bouwdoeleinden Zuid en door Bouwend Nederland.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels