nieuws

Verantwoordelijkheid niet enkel baseren op bouwprocesbesluit

bouwbreed

Op 3 april ging Cor van den Berg in het artikel ‘Veilig onderhoud geen zaak meer voor opdrachtgever’ in op de verantwoordelijkheden bij onderhoud en bij gevaren die een bouwplaats voor haar omgeving betekent. Volgens Jos van der Borgt is het van belang dat verantwoordelijkheid van opdrachtgevers en gebouwbeheerders bij veilig ontwerpen, bouwen en onderhouden en beheren niet alleen gebaseerd moet zijn op verplichtingen in arbo wetgeving.

Op 3 april ging Cor van den Berg in het artikel ‘Veilig onderhoud geen zaak meer voor opdrachtgever’ in op de verantwoordelijkheden bij onderhoud en bij gevaren die een bouwplaats voor haar omgeving betekent. Volgens Jos van der Borgt is het van belang dat verantwoordelijkheid van opdrachtgevers en gebouwbeheerders bij veilig ontwerpen, bouwen en onderhouden en beheren niet alleen gebaseerd moet zijn op verplichtingen in arbo wetgeving.
Het zou verstandiger zijn geweest in het artikel van 3 april een wat completer beeld te schetsen van de verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid van opdrachtgevers.
Uitgangspunt van veilig bouwen moet zijn een samenwerking in gehele keten van betrokkenen van bouwontwerp, bouwproces tot bouwbeheer (onderhoud) Dat uitgangspunt willen we graag met Aboma+Keboma delen. Belangrijk is overigens op te merken dat een werk in ontwikkeling pas gemeld behoeft te worden, voor het starten van het uitvoeringsproces (na het gunnen aan een aannemer). Van fundamentele beïnvloeding inzake verandering van arbeidsomstandigheden en bouwkundige voorzieningen zal dan vaak geen sprake meer zijn. Aboma+Keboma stelt dat het gevaar voor derden marginaal is meegenomen in de arbowet. Dit is ook niet het doel van de arbowet. Wat niet wil zeggen dat hiervoor geen aandacht zou moeten zijn. Daarom wil ik opmerken dat opdrachtgevers en gebouwbeheerders, vaak ook zelf werkgever zijn en vanuit deze positie ook kunnen worden aangesproken op de verantwoordelijkheden die deze rol met zich mee brengt.
Als voorbeeld kan gelden dat voorzieningen voor valgevaar net zo goed van nut en belang zijn voor de architect, de facilitair manager en opzichter of ander personeel in dienst van opdrachtgevers, die vast en zeker niet alleen met virtueel bouwen bezig zijn.

Duurzaam

Gelukkig kunnen we aansprakelijkheid en verantwoordelijkheid voor maatschappelijk en duurzaam bouwen anno 2007 veel breder benaderen dan alleen te kunnen wijzen op een regeltje ergens in een wet of een certificaat van een of ander instituut. Primair zou het zo moeten zijn dat iedere betrokkene bij het bouw(beheers-)proces zich verantwoordelijk dient te voelen. Vervolgens is een efficiënte opdrachtgever en gebouwbeheerder zich ervan bewust dat het meest rendabel is, uitvoerende partijen te kiezen die veilig bouwen en beheren als integraal onderdeel zien van hun strategisch en operationeel beleid. Een gegeven dat in feite zonder meer naar voren zou moeten komen uit ingediende offertes. Uitvoerende bouw en onderhoudsbedrijven hebben dan ook vaak geen enkele moeite in goed overleg met de opdrachtgevers investeringen in (permanente) voorzieningen voor veilig en gezond werken af te spreken. Anderzijds blijkt in toenemende mate bij opdrachtgevers en ontwerpers bereidheid om verantwoording te nemen voor de maakbaarheid en onderhoudbaarheid van hun ontwerpen. Immers een goede permanente voorziening voor valgevaar kun je ook esthetisch, efficiënt, effectief en dus duurzaam ontwerpen.

Aansprakelijkheid

Veel opdrachtgevers, maar ook uitvoerende bedrijven, hebben daarnaast inmiddels vooral van hun verzekeraars en juridisch adviseurs vernomen er alles aan te doen aansprakelijkheid op grond van een aantal bepalingen in het BW te voorkomen.
Genoemd worden daarbij onder andere:
BW 6:171 aansprakelijkheid voor fouten ondergeschikte (opdrachtnemer)
BW 6:162 onrechtmatige daad ofwel schuldaansprakelijkheid
BW 6:174 risicoaansprakelijkheid bij schade als gevolg van ondeugdelijke onroerende zaken. Uit de jurisprudentie blijkt overigens naar voren te komen;
Wanneer een gebouweigenaar/gebruiker/werkgever nalatig blijkt om maatregelen te treffen welke (zeker gezien de omvang van het onroerend goed) weinig moeite, tijd en geld kosten er vrijwel altijd sprake zal zijn van aansprakelijkheid.
Daarbij blijkt dat het op papier (bijvoorbeeld VCA certificering) voldoen aan procedures, geen garantie is om niet aansprakelijk te kunnen worden gesteld. Er zal steeds naar de daadwerkelijke feiten worden gekeken. Wanneer blijkt dat er bij een ongeval onvoldoende voorlichting,instructie, maatregelen en toezicht aanwezig waren, zal er ook aansprakelijkheid kunnen volgen.
Natuurlijk blijft het blijkbaar voor sommigen een lastig gegeven dat noch in de bouwwetgeving, noch in de arbowetgeving een dwingende bepaling voorhanden blijkt, waaruit de directe verantwoordelijkheid van opdrachtgevers valt aan te wijzen.
Echter een en ander is nu eenmaal een gevolg van de uitgangspunten van de nieuwe arbo-wetgeving, waarin werkgevers en werknemers (met name op brancheniveau) meer verantwoordelijkheden krijgen om zelf invulling te geven aan arbowet en arbobesluit.

Beheren

Werkgevers en werknemers kunnen in arbocatalogi dus het niveau vastleggen van de maatregelen noodzakelijk voor het beheren van de in hun branche (meest) voorkomende risico’s.
Via de cao kunnen afspraken op het gebied van arbo ook een algemeen bindend karakter krijgen. Tevens is mogelijk bepaalde afspraken in de catalogi te verbreden tot convenanten, waarbij ook opdrachtgevers of bijvoorbeeld zzp’ers en leveranciers betrokken zijn.
Het is van grootste belang ervoor te zorgen dat er snel een duidelijk arbocatalogus ligt voor zowel de bouwfase als voor de bouwbeheersfase. En dus vervolgens ervoor te zorgen dat opdrachtgevers de catalogi erkennen als minimum niveau voor veilig bouwen en onderhouden.
We moeten dus niet beginnen met wijzen naar de wettelijke verplichting inzake de verantwoordelijkheid van de opdrachtgever bij veilig bouwen en beheren. Juist hem overtuigen van ook zijn belang om duurzaam gezond en uiteindelijk efficiënt te bouwen. In sommige situaties zal het nodig zijn diverse betrokkenen in de bouwketen nog eens specifiek aan te spreken op ook hun verantwoordelijkheid. En als men nog niet wil, kan er natuurlijk zonodig een beroep worden gedaan op de arbeidsinspectie.
Als er overigens bij de wijziging arbowet , arbo besluit meer mogelijk had moeten zijn, zou het zo moeten zijn dat branches met een arbocatalogus ook meer mogelijkheden en/of ondersteuning moeten krijgen bij de naleving van de door het ministerie van SZW getoetste arbocatalogi. Want in dat geval zou het zeker mogelijk zijn gezond en veilig werken op basis van het motto van het kabinet “Samen werken, Samen leven” ook met alle bouwpartners mogelijk te maken. Immers met name daar waar het gaat om bronaanpak zijn ontwerpers en opdrachtgevers vaak een onontbeerlijke partij.
Jos van der Borgt
Coördinator Stichting Bedrijfstakregelingen Dakbedekkingsbranche (SBD),
Nieuwegein
j.vanderborgt@sbd.nl
Naschrift: Jos van der Borgt reageert op een artikel dat ik op 3 april in Cobouw schreef. De inleiding hiervan vermeldde dat het gaat over het begin dit jaar gewijzigde Arbobesluit Bouwproces. Niets meer en niets minder. Ik noemde opmerkelijke verschillen met het ‘oude’ Arbobesluit Bouwproces. Onder meer dat de opdrachtgever bij het ontwerpen geen rekening meer hoeft te houden met de arbeidsomstandigheden in de beheersfase.
Kortom: “verantwoordelijkheid veilig onderhoud geen zaak voor opdrachtgever”. Opmerkelijk en jammer tegelijk, zo schreef ik. Beslissingen tijdens de ontwerpfase hebben immers ontegenzeggelijk een grote impact op de arbeidsomstandigheden van degenen die later reinigings-, inspectie- en onderhoudswerkzaamheden aan het bouwwerk moeten uitvoeren.
Op grond van het ‘nieuwe’ Arbobesluit Bouwproces kunnen onwillige opdrachtgevers niet meer door de Arbeidsinspectie worden aangesproken. Een beroep op hen doen, zoals Jos van der Borgt in zijn artikel suggereert, zal daarom helaas weinig zin hebben. Ik stel vast dat de overheid zich op dit punt heeft teruggetrokken.
Het motto “samen werken, samen leven” zal dus door de private bouwpartners moeten worden vormgegeven. Zonder dat ze zich daarbij op dit punt gesteund kunnen voelen door het Arbobesluit Bouwproces.
Cor van den Berg
Veiligheidskundige bij Aboma+Keboma, Ede
berg@aboma.nl

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels