nieuws

Veiligheid dijk vertekend door innovatie

bouwbreed

“De helft van de primaire waterkeringen voldoet niet”, citeert Dirk van Schie uit de Toetsing die vorig jaar de conditie van de dijken beschreef. “Het idee dat de andere helft wel veilig is, komt alleen maar omdat we onvoldoende weten welke nog onbekende faalmechanismen zich kunnen voordoen”, meent de beleidsmedewerker van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard. En elke innovatie voegt een nieuw onbekend faalmechaniek toe.

Faalmechanismen zijn er nogal wat, legde Van Schie uit op een studiedag die CUR belegde over dijkversterkingen. Zo ontbreekt het volgens hem nog aan driedimensionale systemen die laten zien wat er rond holle en bolle dijken gebeurt. Ook trillingen van bijvoorbeeld verkeer oefenen een nog onvoorspelbare invloed uit op dijken. En dan is er ook nog de onbekendheid van nieuwe constructies waarmee dijken worden versterkt. Van Schie: “Constructies die de grens naderen van wat we nog kunnen berekenen.”
Het hoogheemraadschap gaf zelf opdracht voor zo’n nieuwe constructie om de Lekdijk te versterken. “Zo’n 11 kilometer van deze waterkering bleek te laag en te licht, terwijl op sommige plaatsen de kwellengte te kort was,” schetst projectleider Yvo de Zwart het probleem van Schieland en de Krimpenerwaard. Hoog water kan zo’n druk uitoefenen dat een te lichte dijk tientallen centimeters omhoog komt. Dat kan er weer toe leiden dat een deel van de dijk aan de polderkant afschuift.
De overvloedige lintbebouwing langs de dijk maakte een traditionele binnendijkse versterking met een extra laag grond onmogelijk. De oplossing kwam in de vorm van een verankerde damwand. De eerste variant van dit stabiliserende scherm stak 7 meter diep in de grond; later koos het hoogheemraadschap voor korte damwanden. Die kwamen ook alleen op plaatsen waar de situatie dat vergde. De dijkbeheerder plaatst nu damwanden die Spanbeton maakt uit staalvezelversterkt beton. Betonnen damwanden zijn een innovatie, net als het mengen van dijkgrond met cement, krachten van dijken met deuvels afdragen aan het zand en dijken vernagelen met betonnen ‘spijkers’. “Deze drie technieken vormen sterkere dijken die het landschap en de bebouwing ongemoeid laten”, vatte Polite Laboyre van Bouwdienst Rijkswaterstaat de voordelen samen van deze innovaties. En niet onbelangrijk: “De resultaten laten ook zien dat de openbare en particuliere sector met succes kunnen samenwerken.”
“Communicatie; daar draait het bij innovaties vooral om”, leerden Corné Nijburgh van CUR Bouw & Infra en Erik Bijlsma van Bouwdienst Rijkswaterstaat in de praktijk. Over en weer krijgen Rijkswaterstaat, de waterschappen en de provincies aan de openbare kant en de consortia van aannemers en ingenieursbureaus aan de particuliere kant zicht op wat de ander wil en wat dat mag kosten. “Zo nemen de kwaliteit en het vertrouwen van alle partijen in de innovatie toe”, vinden Nijburgh en Bijlsma.

Toepassing

Uiteindelijk moet de praktijk uitwijzen welke innovatie onder welke omstandigheden het beste werkt. Rijkswaterstaat maakt zich sterk om de toepassing van grondverbetering, deuvels en vernageling te stimuleren via het hoogwaterbeschermingsprogramma. Eerdere proefprojecten tonen volgens de verschillende consortia aan dat hun technieken een probaat wapen zijn in de strijd tegen een hogere waterstand en een zakkende ondergrond.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels