nieuws

Rotsvast vertrouwen in KOMO-keurmerk

bouwbreed

De brancheorganisaties in de bouw maken zich niet druk om de op handen zijnde wijziging van het Bouwbesluit op de onderdelen kwaliteitskeurmerken en CE-markeringen. Ook voor de status van het vertrouwde KOMO-keurmerk vreest het merendeel niet.

Dit blijkt uit een inventarisatie van Cobouw na het bericht dat het ministerie van VROM op last van de Europese Commissie (EC) het Bouwbesluit gaat aanpassen. Eind vorig jaar onderzocht de EC het gebruik van het KOMO-keurmerk naast de door Brussel opgelegde CE-markering. Dit onderzoek werd uitgevoerd na de klacht van directeur Ben Mets van grondstoffenbedrijf Desmepol dat KOMO zou worden gebruikt om producenten van de Nederlandse markt te weren.
Wat de wijziging exact inhoudt, is nog niet bekend. Wel dat de aanpassing in 2008 van kracht moet worden en dat het de artikelen 1.6 (waarin verwezen wordt naar “door Onze Minister erkende kwaliteitsverklaringen”) en 1.7 betreft.
Omdat de aanpassing slechts een klein onderdeel van het Bouwbesluit betreft, verwacht Bouwend Nederland dat de gevolgen voor de lidbedrijven “zeer gering” zullen zijn. Het Verbond van Verzekeraars voorziet evenmin grote veranderingen. Het KOMO-keurmerk wordt alleen als een pre gezien bij brandverzekeringen. Het voordeel zit in de mogelijkheid tot lagere premies en betere condities. “Bij het verzekeren van objecten gaan we ervan uit dat het gebouw aan het Bouwbesluit voldoet”, laat een woordvoerder van de verzekeraars weten.
De Stichting Bouwkwaliteit, die het KOMO-keurmerk uitgeeft, is niet bang voor de positie van KOMO. Volgens directeur Martin Lagendijk is KOMO een vrijwillig kwaliteitskeurmerk waar de marktpartijen zelf om vragen. Wie een product met KOMO in huis haalt, weet zeker dat hij voldoet aan internationale regelgeving, Bouwbesluit én eisen van de afnemers. Deze eisen mogen volgens hem worden gesteld, zolang ze niet strijdig zijn met de wet en ze het vrije verkeer niet belemmeren. Volgens Lagendijk is daar bij KOMO geen sprake van, ondanks de stevige positie van het keurmerk.

Garantie

De Vereniging Kunststof Gevelelementenindustrie (VKG) is een van de brancheorganisaties die dankbaar van KOMO gebruik maakt. Directeur Albert Zegelaar is niet van plan dit te veranderen.
“Wij hanteren het keurmerk als lidmaatschapseis omdat het een bepaalde kwaliteit garandeert”, licht Zegelaar toe. “Als KOMO verdwijnt en CE de dienst gaat uitmaken, ontstaan grote problemen”, vreest de directeur. “Het CE-keurmerk is een fabrikant-eigen verklaring met verschillende interpretaties. Het KOMO-keurmerk wordt pas toegekend nadat de producten door een onafhankelijke instantie zijn gekeurd.” Ondanks de hoge kosten die verbonden zijn aan het KOMO-keurmerk, denkt Zegelaar niet dat een wijziging in het Bouwbesluit bedrijven massaal zal laten besluiten om van het keurmerk af te zien. “In dit geval is goedkoop uiteindelijk duurkoop. Ik merk dat zelfs Duitse bedrijven zich door KOMO laten certificeren. Ook als het volgens de wet niet meer verplicht is, stelt de markt haar eigen eisen.”
Ook directeur Rogier Goes van het Nederlands Verbond Toelevering Bouw (NVTB) zou niet graag afscheid nemen van het keurmerk. “Ik verwacht ook dat de meeste bedrijven zich willen blijven indekken en KOMO zullen blijven gebruiken, omdat het de hoge kwaliteit die wij in Nederland gewend zijn, garandeert.”
Peter van Heijgen, directeur van brancheorganisatie voor bouwmaterialen Hibin, deelt deze mening. De wijziging van het Bouwbesluit vindt hij overigens begrijpelijk. “We mogen geen concurrentie opwerpen tegen buitenlandse fabrikanten die in Nederland zaken willen doen.” Ook hij stipt echter de hoge kwaliteit aan die Nederlandse afnemers eisen. “Het CE-keurmerk is een resultaat van compromissen tussen de Europese landen, die allemaal andere eisen stellen. De vorstbestendigheid van bakstenen is voor Nederland bijvoorbeeld heel belangrijk, maar voor Zuid-Europese landen niet interessant.”
Uneto-VNI, de ondernemersorganisatie voor de installatiebranche en technische detailhandel, is van mening dat met de vergelijking tussen KOMO en CE er één van appels met peren is. Producten zonder de CE-markering mogen niet worden verhandeld op de Europese markt, ook al voldoen ze aan de eisen. Er staat niet in de wet dat je KOMO moet gebruiken, stelt de organisatie. Het toepassen van een keurmerk helpt partijen zich te onderscheiden ten opzichte van hun concurrenten. Uneto-VNI verwacht dan ook dat veranderingen in het Bouwbesluit hoogstens van invloed zullen zijn op de inhoudelijke criteria van KOMO-keurmerken.

Geldigheid

Directeur Bert Lieverse van de Vereniging Metalen Ramen en Gevelbranche (VMRG) is een heel andere mening toegedaan. Hij weet zeker dat het KOMO-keurmerk wél zijn geldigheid zal verliezen wanneer het Bouwbesluit op dit onderdeel wordt aangepast.
Lieverse noemt de aanpassing een “goede zaak. In een internationale omgeving is nationale regelgeving niet langer houdbaar. Het CE-keurmerk is zeer gedetailleerd en concreet, en voldoende om goede kwaliteit te garanderen. Aanvullende keurmerken, of dat nu KOMO is of een ander, hebben we helemaal niet nodig.”
Van de 125 bedrijven die bij de VMRG zijn aangesloten, hebben er tachtig enkel het CE-keurmerk. De VMRG heeft daar zelf nog een kwaliteitscontrole aan toegevoegd. Volgens Lieverse had de markt de op handen zijne verandering al lange tijd kunnen zien aankomen. “Het is alleen triest dat het een ondernemer moet zijn die deze verandering uiteindelijk voor elkaar krijgt”, aldus Lieverse.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels