nieuws

Ordening ondergrondse infrastructuur gewenst

bouwbreed

Bij de ondergrondse kleine infrastructuur voor datacommunicatie, elektriciteit of vloeistoffen ontbreekt het aan ordening. De explosieve toename van het aantal netwerken zorgt in stedelijke gebieden tot complicaties. Een omvangrijk rekenmodel kan bijdragen aan de nodige ordening.

Student civiele techniek M.P. Franken heeft voor zijn afstuderen nut en noodzaak van ordening van ondergrondse kleine infrastructuur onderzocht. Complicaties lijken mede voort te komen uit de traditionele wijze waarop de ondergrondse netwerken zijn aangebracht. Franken heeft gezocht naar het antwoord op de vraag waarom er bij het (her)ontwikkelen van gebieden zelden wordt gekeken naar de mogelijkheid om de ondergrondse kleine infrastructuur op een andere wijze aan te brengen.
Uitwerken van ‘IJburg eerste fase’ als casus heeft twee knelpunten opgeleverd. De ondergrondse kleine infrastructuur blijkt erg laat in het ontwerp- en besluitvormingsproces voor een gebiedsontwikkeling te worden betrokken. Conflicterende situaties of belangen komen daardoor pas tijdens de uitvoeringsfase aan het licht. Bovendien ontbreekt het aan een regievoerder die de verschillende belangen onderling kan afwegen en sturing kan geven aan de besluitvorming.
Afstemming van boven- en ondergrondse plannen moet gebeuren voordat de bovengrondse inrichting in een stedenbouwkundig plan wordt vastgelegd, stelt Franken. Dan kan bijvoorbeeld nog budget worden vrijgemaakt in de grondexploitatiebegroting om voor een ordeningssysteem te kiezen (integrale leidingentunnels, utility ducts, bundeling van kabels en/of leidingen, kabel- en/of leidinggoten).
De gemeente is van de andere actoren op het gebied van ondergrondse kleine infrastructuur, te weten gebruikers en kabel- en leidingbeheerders, de meest aangewezen betrokkene om als regievoerder op te treden. Gemeenten dienen te waken over het maatschappelijk belang en kunnen sturend optreden.

Kosten

Franken heeft vastgesteld dat de maatschappelijke kosten en baten vaak buiten beschouwing gelaten worden bij het kwantificeren van de kosten van de verschillende manieren van aanbrengen (traditioneel of een ordeningssysteem). Het is daarom onwaarschijnlijk dat de keus valt op een oplossing waar de samenleving als geheel het meeste baat bij heeft.
Franken heeft in zijn afstudeerwerk een omvangrijk rekenmodel ontwikkeld. Daarin zijn alle verschillende (maatschappelijke) kosten opgenomen aan de hand van parameters. Besluitvorming over ordening van ondergrondse kleine infrastructuur kan via het model met het beste maatschappelijke rendement gebeuren. Het model is daardoor goed geschikt om de uiteindelijke maatschappelijke kosten inzichtelijk te maken.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels