nieuws

‘Er valt meer te verdienen met de grond dan op de grond’

bouwbreed

Gemeenten moeten zich eens goed achter de oren gaan krabben, vindt Wim Derksen van het Ruimtelijk Planbureau. Terwijl de verhoudingen op grondmarkt volstrekt anders liggen dan pakweg twintig jaar geleden, doen zij of er niets aan de hand is, aldus de RPB-directeur.

In het gisteren gepresenteerde onderzoek naar de huidige grondmarkt voor woningbouwlocaties brengt het Ruimtelijk Planbureau haarfijn in beeld hoezeer de rolverdeling tussen overheid en markt in de afgelopen decennia is gewijzigd. De tijd dat een gemeente zelf agrarische grond verwierf en bouwrijp maakte om die na een bestemmingswijziging voor een fors bedrag aan de hoogst biedende projectontwikkelaar over te doen, lijkt definitief voorbij. “Vroeger kwam de wethouder een paar minuten bij een boer aan tafel zitten die genoegen nam met twee of drie keer de agrarische waarde”, vertelt Derksen. “Maar dat gebeurt niet meer. De agrariërs zijn wakker geworden. De prijs van landbouwgrond voor potentiële woningbouwlocaties is inmiddels gemiddeld acht keer zo hoog dan de gewone landbouwgrondprijs.”
Vandaag de dag zal de wethouder niet alleen een boer aan de tafel kunnen treffen maar ook de projectontwikkelaar, schetst het RPB. Sinds de ontwikkeling van de Vinex-locaties zijn de projectontwikkelaars almaar actiever geworden op de grondmarkt. Ze wachten niet meer af tot een gemeente bouwrijpe grond aanbiedt maar kopen steeds vaker ruwe bouwgrond.
“Waren de projectontwikkelaars vroeger voor een opdracht afhankelijk van de goodwill van een gemeente, nu kunnen ze als grondeigenaar zelf woningen realiseren”, schrijft onderzoeker Arno Segeren in het rapport.

Verhoudingen

Volgens Derksen staat het vast dat de verhoudingen op de grondmarkt sinds de Vinex-periode definitief zijn veranderd. In het rapport schetst het planbureau dat ontwikkelaars, als ook andere partijen zoals bouwers en beleggers steeds vaker al in een heel vroeg stadium grond opkopen, ook al is het nog helemaal niet zeker dat het om een potentiële nieuwe woningbouwlocatie gaat. Als gevolg hiervan is de prijs van de zogeheten ruwe bouwgrond flink gestegen.
Omdat de marktpartijen een steeds steviger grondpositie hebben, hebben de gemeenten het nakijken. Niet zij maar de boeren en marktpartijen weten een steeds groter deel van de winstmarge die ontstaat na een bestemmingswijziging naar zich toe te trekken. “Er is meer te verdienen met de grond dan op de grond”, aldus Segeren.
Volgens Derksen is het tijd dat de gemeenten de huidige situatie gaan onderkennen en het spel op de grondmarkt overlaten aan de markt. “Als je zelf geen grondpositie hebt als gemeente kun je meerdere locaties tegelijkertijd openstellen en de concurrentie tussen marktpartijen ontwikkelen in plaats van zoals nu dood te slaan.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels