nieuws

Gezonde crèche taak ondernemer

bouwbreed

Centra voor opvang van kinderen hebben een ongezond binnenmilieu. Althans in Groningen, Zwolle en Rotterdam bleken de meeste kinderdagverblijven niet te voldoen aan gezondheidskundige criteria voor luchtverversing en allergenen. De rijksoverheid wil niet meer regels stellen. De bedrijven zelf zijn verantwoordelijk voor de kwaliteit. Volgens Frans Duijm ligt de bal nu bij de ondernemer.

Centra voor opvang van kinderen hebben een ongezond binnenmilieu. Althans in Groningen, Zwolle en Rotterdam bleken de meeste kinderdagverblijven niet te voldoen aan gezondheidskundige criteria voor luchtverversing en allergenen. De rijksoverheid wil niet meer regels stellen. De bedrijven zelf zijn verantwoordelijk voor de kwaliteit. Volgens Frans Duijm ligt de bal nu bij de ondernemer.
Het is al jaren bekend dat kinderen die thuis blijven minder infectieziekten hebben dan kinderen die naar een kinderdagverblijf gaan. Dat kan goed zijn voor hun weerstand, maar het gaat niet alleen om snotteren en diarree.
In een crêche bestaat waarschijnlijk ook een verhoogde kans op ernstige ziektes of complicaties, zoals longontsteking, middenoorontsteking, gehoorproblemen en hersenvliesontsteking. Hoe meer kinderen in een ruimte, des te meer steken ze elkaar aan.
Een onderzoeker berekende dat het aantal ziektedagen met 10 procent daalt per vierkante meter extra vloeroppervlak per kind. Een ander constateerde dat hoe meer crêche-kinderen buiten spelen, des te minder ze ziek zijn. Verder kan astma of eczeem in de kinderopvang verergeren door blootstelling aan allergenen. En het is denkbaar dat de kans op wiegedood toeneemt door slechte ventilatie, infecties of meervoudig gebruikte bedjes. De werkers in kinderopvang willen dingen graag doen zoals thuis. Dus wassen als iets zichtbaar vies is en de ramen open als het binnen te warm is. Bij de aankoop van knuffels of kleedjes is wasbaarheid geen criterium en er staan niet genoeg wasmachines en drogers om het beddengoed vaker te wassen.

Lawaai

Niet alleen het gebruik maar ook het gebouw induceert problemen. De ventilatievoorzieningen zitten laag en veroorzaken tocht. De mechanische ventilatie maakt teveel lawaai in de stand waarin hij zou moeten staan voor voldoende luchtverversing. De voorschriften voor de capaciteit van de ventilatievoorzieningen zijn slechts gericht op het beperken van geurhinder. Het gaat alleen om theoretische capaciteit die in de praktijk niet bruikbaar hoeft te zijn. Er is geen eis gesteld aan de geluidsproductie van de eigen mechanische ventilatie. En de installatie hoeft in een laagstand niet aan de voorschriften te voldoen. Maar zelfs als hij de capaciteits-eis zou halen stelt het Bouwbesluit die eis in sommige situaties nog een kwart lager dan de aanbeveling van de Gezondheidsraad voor woningen. Het Bouwbesluit garandeert geen gezond gebouw.
De houder van een kinderdagverblijf is zelf verantwoordelijk voor de kwaliteit. Hij kan textiel zo kiezen dat gewassen kan worden en hij kan zorgen dat dit frequent gebeurt. Hij kan er tevens voor kiezen om de ventilatievoorzieningen ruimer te dimensioneren dan het wettelijke vereiste minimum. En hij kan kiezen voor een installatie die stil is, ook in de stand met voldoende luchtverversing.
Bouw- en woningtoezicht kan de ventilatievoorzieningen controleren en optreden als ze niet aan de voorschriften voldoen. Gemeenten kunnen daar meer of minder prioriteit aan geven. Toezicht op hygiëne, veiligheid en milieu wordt uitgevoerd door GGD’s in opdracht van de gemeenten. Ze hebben wel de taak gekregen maar de rijksgelden zijn niet meegegroeid met de uitbreiding van de kinderopvang.

Toetslijst

In de wet op de Kinderopvang is vastgelegd dat de houder van een kinderdagverblijf een toetslijst invult. Hij geeft aan waar de knelpunten zitten en hoe hij die gaat oplossen. De GGD’s controleren de lijsten en de oplossingen regelmatig. Steekproefsgewijs controleren ze ook of de praktijk overeenstemt met de lijst. Maar GGD’s hebben geen middelen om dit praktijkonderzoek intensief uit voeren. En als het wel wordt uitgevoerd is het systeem ontoereikend voor het beoordelen van binnenmilieu. Er worden bijvoorbeeld geen metingen gedaan. En de criteria zijn niet wettelijk vastgelegd. De GGD’s hebben zelf wel gezondheidskundige toetswaarden voor CO 2 geformuleerd, maar dat lost het probleem niet op
De wet Kinderopvang is sinds begin 2005 in werking, maar er zijn geen aanwijzingen dat het binnenmilieu daar beter van wordt, laat staan dat de bovengenoemde gezondheidsproblemen worden opgelost. Het beleid gaat ervan uit dat de markt zorgt voor kwaliteit. De ouders kunnen hun kinderen naar een crêche brengen met een goed binnenmilieu. Maar dan moeten ze eerst weten welke gezondheidsrisico’s er bestaan per crêche. Met het huidige systeem komt dat niet in beeld.
De bal ligt nu bij de ondernemer. Hij kan kinderopvang aanbieden met een gezond binnenmilieu. Om dat te doen zou hij 4 redenen kunnen hebben: het is wettelijk verplicht, het wordt door de overheid financieel bevoordeeld, het is een door de branche gestelde voorwaarde of de ondernemer wil zich onderscheiden op kwaliteit.
In het laatste geval zullen in veel crêches de gezondheidsriscio’s blijven bestaan. Als we dit niet willen, moet de overheid toch zorgen voor (één van de) eerste 3 drijfveren.
F. Duijm is milieuarts bij het
Kenniscentrum Milieu & Gezondheid; GGD’s Groningen, Fryslân en Drenthe.
Frans.Duijm@hvd.groningen.nl

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels