nieuws

Dope tegen stroperigheid

bouwbreed

De stroperigheid in het ruimtelijk planproces is velen een doorn in het oog. Maar niet alleen dat. Ook de uiteindelijke realisatie van al die fraai geformuleerde beleidsambities valt vaak vies tegen. Alleen al daarom heeft het ruimtelijk beleid en de spelers daarbij oppeppers nodig. Doping in de ruimtelijke ordening als middel in de strijd om meer kwaliteit.

De stroperigheid in het ruimtelijk planproces is velen een doorn in het oog. Maar niet alleen dat. Ook de uiteindelijke realisatie van al die fraai geformuleerde beleidsambities valt vaak vies tegen. Alleen al daarom heeft het ruimtelijk beleid en de spelers daarbij oppeppers nodig. Doping in de ruimtelijke ordening als middel in de strijd om meer kwaliteit.
Ons land is vol. Vol plannen, dromen, voornemens en ideeën, maar ook van regels, bezwaren en frustraties. En dat is op den duur fnuikend voor vernieuwing van de gebouwde – of nog net niet gebouwde – omgeving. Volgens de auteurs van het recent verschenen boek ‘Doping in de ruimtelijke ordening’ is trouwens niet alleen ruimte maar ook het proces om tot een kwalitatief verantwoorde ruimtelijke ontwikkeling te komen nogal fluïde. “Ruimte is iets wat we willen hebben, maar wat moeilijk is te grijpen. Of te sturen. Kijk maar naar de Nieuwe Kaart van Nederland. De aanblik is zowel interessant als komisch. Nederland barst van de plannen en maakt zich niet druk, zo lijkt het, over de uitvoering daarvan”.

Zicht

Kortom er is behoefte aan een nieuw elan, aan pepmiddelen die inspireren, innoveren en nieuwe partners in dat planproces vindt en bindt. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. De traditionele vormen van overleg, advisering, inspraak of kennisoverdracht hebben zo’n beetje hun tijd gehad, terwijl er nog weinig zicht is op een nieuwe generatie van instrumenten die op een oorspronkelijke manier wel bijdragen aan een structurele verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Alleen al omdat de rol van de (rijks)overheid drastisch veranderd is, zullen de stimulerende middelen moeten worden aangepast en uitgebreid met als doel een oplossing te bieden voor stagnaties in de ontwikkeling of uitvoering van het ruimtelijk beleid. Dat betekent niet alleen andere ambities, maar ook andere spelers en initiatieven, die – al dan niet gefaciliteerd door de overheid – in staat moeten worden verondersteld vastzittende processen en procedures weer en slinger te geven. En dat is hard nodig, want “ruimtelijke opgaven zijn dynamisch. Ze bewegen zich met de maatschappelijke veranderingen. Daarom vragen ze ook om een permanente creativiteit. Innoveren is ook het domein van de ruimtelijke ordening een bittere noodzaak. En in die zin biedt een stimulerende aanpak optimale kansen. Stimuleren en innoveren liggen in elkaars verlengde. Innovatieve kwaliteiten zijn in ons land ruimschoots aanwezig. Maar het tot toepassing brengen van de ideeën, daaraan schort het vaak. Het ‘stimuleren’ van innovatie is dus een misleidende opvatting. Het gaat om het opsporen van innovatie, het in beweging zetten en het tot wasdom brengen ervan”.

Zaaltjes

De auteurs van ‘Doping in de ruimtelijke ordening’ – die allemaal ervaring hebben opgedaan bij het Stimuleringsprogramma Intensief Ruimtegebruik, Stir – zijn gelukkig positief gestemd over de uitdagingen en mogelijkheden op dit terrein. Er zal niet moeten afgeweken van de kerndoelen in het ruimtelijk beleid van de rijksoverheid, maar er zal wel het nodige moeten veranderen aan het traditionele repertoire van instrumenten.
Zolang er nog steeds in allerlei zaaltjes inspraakavonden worden georganiseerd, zo lang er nog steeds tientallen kenniscentra voor gebiedsontwikkeling naast en door elkaar functioneren, zo lang co-productie en echte publiek-private, op uitvoering gerichte, partnerships zich vooral in experimentele setting afspelen komt er van die dynamiek te weinig terecht. Ondanks alle goede bedoelingen is de doorwerking van pilots, strategische allianties, vormen van kennisoverdracht of andere in het boek beschreven middelen niet meer van deze tijd. Ze inspireren, binden en borgen niet of onvoldoende. Er is behoefte aan versnelling en vernieuwing, waarbij ongetwijfeld internet een centrale rol gaat spelen. De ervaringen met de digitalisering van bestemmingsplannen (DURP) of het enorme succes van Planet Earth bewijzen dat al. En het opvallende daarbij is dat het vooral particuliere initiatieven blijken te zijn die aanslaan. Kortom, laat de overheid het initiatief maar over aan calculerende en geëmancipeerde burgers, actieve en representatieve belangengroepen of ondernemende en visionaire marktpartijen dan breken er betere tijden aan.
Transparantie, snelheid, nieuwe arrangementen en spelregels zullen gaan leiden tot alternatieve oplossingen voor ruimtelijke knelpunten. Een hoopvol perspectief.
Drs. Robbert Coops
Sociaal-geograaf en directeur HVR, Den Haag
robbert.coops@hvrgroep.nl

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels