nieuws

Verrommeling van Nederland

bouwbreed

De verrommeling in ons land staat hoog op de agenda van de ruimtelijke ordenaars.

De verrommeling in ons land staat hoog op de agenda van de ruimtelijke ordenaars.
De nota Ruimte van de voormalige bewindsvrouw Dekker stelt dat het Nederlandse landschap verrommelt. Wat het precies betekent, wordt niet gedefinieerd, maar het begrip appelleert aan een vrij breed gedragen gevoel van een verlies van het landschap, dat er ooit was. Het vroegere landschap spreekt kennelijk tot de verbeelding en wordt door de grotere mate van homogeniteit meer gewaardeerd.
Voorbeelden die aangehaald worden in de discussie zijn de bedrijvenparken langs autosnelwegen. We kijken terwijl we door het landschap snellen graag naar de koeien in het weiland en liever niet naar de uitgestalde bolides.
De verrommeling kent echter nog veel meer varianten.
In de studie ‘Verrommeling in beeld’ van het Nationaal Milieu- en Natuurplanbureau (NMP) is een hele lijst opgenomen van potentieel storende elementen. Eigenlijk zouden aan deze lijst volgens het NMP ook niet zichtbare elementen moeten worden toegevoegd zoals geluidhinder en stank.
In principe kan alles wat gebouwd is worden beschouwd als een potentieel storend element dat tot verrommeling leidt. Flatgebouwen, gekleurde woningen, fabrieken, windturbines, golfbanen, maïsvelden, woonboten, spoorwegen, boomkwekerijen, maneges en noem maar op. Of het om potentieel of echt storende elementen gaat, wordt bepaald door de totale omgeving waarin de elementen zijn geplaatst. Er zijn meer of minder passende variaties denkbaar.
Merkwaardig in de discussie is het aanwijzen van de rijksoverheid als oorzaak van de als negatief beoordeelde veranderingen in het landschap en in het bijzonder het beleid van de ministers van de laatste vier jaar. En dat in een land waar de algemene klacht is, dat het tien en soms wel vijftien jaar duurt voor je van plan tot resultaat kan komen. Vrijwel alles wat nu wordt aangewezen als bijdrage aan de teloorgang van het Nederlandse landschap kent een aanloop in het (verre) verleden. Sterker, niet zelden zijn het de uitvloeisels van het beleid van de centrale overheid in dat verleden waarover nu negatief geoordeeld wordt door een aantal deelnemers aan het debat. Denk aan de VINEX-locaties, de windmolens, een landbouwbeleid gericht op schaalvergroting, het scheppen van nieuwe gebieden voor de glastuinbouw, een sterkere band tussen wonen en werken en nog veel meer.
Verder zijn er de autonome ontwikkelingen die nopen tot een uitbreiding van de woningvoorraad, het aantal werkplekken en tal van voorzieningen. Niet in de laatste plaats vergt het verkeer en vervoer de nodige ruimte en bepaalt daarmee voor een fiks deel de indeling van de algemene ruimte.
Is er in totale afweging werkelijk sprake van de gesignaleerde verrommeling, of is dit eenvoudig het resultaat van veel mensen met hun activiteiten in 2007? En dit resultaat is, zoals gezegd, zeker niet zonder centrale sturing totstandgekomen. Hoeveel meer invloed zou een minister van ruimtelijke ordening moeten krijgen om tot een ander resultaat te komen. Kijk naar de lijst van elementen, waar hij sturing aan zou moeten geven. Moet hij wijken, woningen, fabrieken, wegen en meer van die zaken individueel gaan beoordelen? Moet hij richtlijnen uitvaardigen voor welstand in alle gemeenten? Afgezien van de wenselijkheid lijkt mij dit onuitvoerbaar.
Moet een boer zorgen voor een opgeruimd erf en moet het verboden worden om kuilgras onder een wit stuk plastic verzwaard met autobanden te bewaren?
Mag je op een bedrijventerrein kiezen voor uitsluitend functionele gebouwen, dus blokkendozen? Kan je zomaar overal windmolens neerzetten en waarom windmolens dan wel?
Voor provincies en gemeenten zijn de afwegingen al niet eenvoudig. Dit nog afgezien van in de tijd veranderende opvattingen over mooi en lelijk. Maar voor de centrale overheid is dit niet mogelijk en is centrale sturing alleen daarom al ongewenst. Dan maar wat rommelig.
Adri Buur
Buur Consultancy, Hoorn
a.buur@hccnet.nl

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels