nieuws

New York heeft buitenlandse arbeiders nodig

bouwbreed

New York heeft buitenlandse aannemers en arbeiders nodig om het hoge bouwtempo vol te houden maar de vakbonden willen geen buitenlanders vaklui.

De Newyorkse bouw beleefde na 9/11 een periode van stagnatie. Sinds 2004 schieten nieuwe projecten echter als paddenstoelen uit de grond. De expansie wordt onder meer aangezwengeld door de Metropolitan Transportation Authority (MTA). Deze begon in 2005 met een vijfjarenplan waarin 21 miljard dollar is uitgetrokken voor uitbreiding van het New Yorkse openbaar vervoer. Tot de megaprojecten van MTA behoren het PATH trein/metro station op Ground Zero (een ontwerp van Santiago Calatrava), een nieuwe metrobuis onder Second Avenue en een ondergrondse treinverbinding (the East Side Acces) tussen Long Island en Grand Central Terminal in Manhattan.
Door de koortsachtige activiteiten gaan de kosten in New York omhoog. De meeste inschrijvingen trekken minder bieders en de biedingen komen veel hoger uit dan waar de opdrachtgevers op rekenen.

Tunnel- en graafwerk

Het laagste bod op de renovatie van de Cross Bay Veterans Memorial Bridge was 75 miljoen dollar terwijl het project in 2006 begroot was op 55 miljoen dollar. Volgens de New York Times gaan de kosten voor grote bouwprojecten in New York momenteel iedere maand met bijna 1 procent omhoog. Om de megaprojecten betaalbaar te houden wil MTA – voor het tunnel- en graafwerk – meer inbreng uit het buitenland. Mysore Nagaraja, de president van MTA’s Capital Construction wil buitenlandse aannemers en gemengd Amerikaans-buitenlandse joint-ventures in New York aan het werk zetten. Vorig jaar leidde dat ertoe dat een contract van 428 milloen dollar voor het boren van een tunnel onder de East River werd binnengesleept door een joint-venture van Amerikaanse Judlau Contracting en de Spaanse onderneming Dragados.
Arbeidskrachten
Een struikelblok in de New Yorkse markt is het gebrek aan geschoolde arbeidskrachten. Er werken in de stad ongeveer 250.000 mensen in de bouw. Mysore Nagaraja wierp vorige week de knuppel in het hoenderhok door te stellen dat buitenlandse bedrijven voortaan in staat moeten zijn hun eigen managers, voormannen en vaklui mee te brengen wanneer ze in New York aan de slag gaan.

Rellen

Het bouwvakblad ENR voorspelt “rellen in de straten” wanneer dit inderdaad gebeurt. Rellen van lokale vakbonden die min of meer een monopolie hebben op het toewijzen van geschoolde arbeid aan hun leden.
Het opleiden van vaklui (lassers, timmerlui, elektriciens, schilders en loodgieters) gebeurt in New York vooral in de ‘apprenticeship-programma’s’ van de vakbonden en bouwbedrijven. Aannemers zijn in New York in een aantal gevallen wettelijk buitengesloten bij het bieden op publieke werken wanneer hun personeel geen toegang heeft tot de apprenticeship-programma’s van een bond. Als een aannemer vaklui nodig heeft voor een project dan neemt hij meestal contact op met de union hall. In de behoefte aan ongeschoolde arbeiders wordt voor een groot deel voorzien door ‘coalitions’, rivaliserende groepen arbeiders (soms illegalen) die in busjes van project naar project rijden.
Ook de ‘sandhogs’ de arbeiders die ondergronds werken bij het boren van tunnels voor MTA krijgen hun opleiding van hun vakbond. Nagaraja wil nu dat deze en andere vakbonden hun opleidingen ook openstellen voor vaklui die met buitenlandse bedrijven meekomen naar New York.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels