nieuws

Groot verschil bij toezichthouders in naleving aanbestedingsregels

bouwbreed

Er blijkt een groot verschil te bestaan in de mate waarin toezichthoudende organisaties zoals de NMA, de Algemene Rekenkamer en de SER zich in 2005 hielden aan de Europese aanbestedingsregels. Zo besteedde de SER geen enkel inkooppakket aan, terwijl de Nederlandsche Bank bijna 80 procent van het aanbestedingsplichtige inkoopvolume heeft aanbesteed. Dit blijkt uit onderzoek van de faculteit Management en Bestuur van de Universiteit Twente.

Uit eerder onderzoek is bekend dat gemeenten en waterschappen slechts in 20 tot 30 procent van de gevallen de EU-regels naleven; bij provincies ligt het nalevingspercentage tussen de 40 en 50 procent en bij de kerndepartementen boven de 70 procent. Deze onderzoeken zijn uitgevoerd door onderzoek- en adviesbureau Significant in opdracht van het ministerie van Economische Zaken. In die onderzoeken zijn de toezichthoudende organisaties echter tot nu toe nog nooit betrokken.
Onderzoeker Niels Uenk van de Universiteit Twente heeft in dit nieuwe onderzoek dezelfde methodiek gebruikt als bureau Significant in de EZ-onderzoeken, om de resultaten in hoge mate vergelijkbaar te maken. Het onderzoek, dat is uitgevoerd als bacheloropdracht bij de leerstoel Bedrijfskundige Besliskunde en Inkoopmanagement onder begeleiding van ir. M. Linthorst en prof.dr. J. Telgen, laat zien dat de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMA) slechts in 3 procent van de gevallen de Europese aanbestedingsregels naleeft. De Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit (Opta) doet dat in maar 13 procent van de gevallen. De Autoriteit Financiële Markten (AFM) en de Algemene Rekenkamer doen het al iets beter met respectievelijk 35 en 39 procent. De Nederlandsche Bank (79 procent) en de Tweede Kamer (65 procent) scoren beduidend hoger dan het gemiddelde.

Relatie

Het rapport noemt de grote verschillen in naleving van de regels opvallend. De Sociaal-Economische Raad en het College Tarieven Gezondheidszorg hebben geen enkel inkooppakket aanbesteed, terwijl De Nederlandsche Bank bijna 80 procent van het aanbestedingsplichtige inkoopvolume heeft aanbesteed.
Er is een duidelijke relatie tussen de omvang van het inkoopvolume van een organisatie, en de mate waarin er wordt aanbesteed, zo blijkt uit het onderzoek. De grotere organisaties als De Nederlandsche Bank en de Tweede Kamer presteren duidelijk beter dan de kleinere organisaties. Het verschil tussen de percentages van het aanbestede inkoopvolume en het aantal uitgevoerde aanbestedingen maakt duidelijk dat er ook een relatie is tussen het volume van een aanbestedingsplichtig inkooppakket, en de kans dat er aanbesteed wordt.
De inkopen met een groot volume worden vaak wel aanbesteed, maar de inkopen met een kleiner volume worden over het hoofd gezien. Een mogelijke verklaring is dat de regelgeving betreffende het bepalen van de waarde van een opdracht niet bekend of niet duidelijk is. Er wordt voor kleinere opdrachten verondersteld dat deze niet aanbestedingsplichtig zijn, terwijl dit in de praktijk niet klopt.
Uit de splitsing van de nalevingspercentages naar categorieën inkopen blijkt verder dat er op individueel niveau grote verschillen zijn. Zo zijn er drie organisaties die wel aanbestedingen hebben verricht van diensten, maar die geen enkele levering hebben aanbesteed. Er zijn echter ook organisaties die juist een hoger nalevingspercentage van leveringen hebben. Deze verschillen heffen elkaar grotendeels op, waardoor de gemiddelde waarden van alle organisaties samen niet veel van elkaar verschillen.

Richtlijnen

Het algemene beeld dat de nalevingspercentages schetsen stemt de onderzoekers niet positief. Enkele uitzonderingen daargelaten variëren de nalevingspercentages tussen de 0 en 40. De gemiddelde nalevingspercentages van inkoopvolume en aantal aanbestedingen liggen rond de 30. Zelfs als de percentages worden beschouwd, waarbij alleen het publiceren van de aankondiging al voldoende is om de aanbesteding te tellen, komt het gemiddelde percentage niet boven de 35 uit.
Dit betekent dat de Europese aanbestedingsrichtlijnen in de meeste gevallen niet worden nageleefd door de toezichthoudende instanties. Dit terwijl er van deze organisaties toch een voorbeeldgevende instelling mag worden verwacht, ook als het Europese aanbesteden niet direct in het onderzoeksgebied van de organisaties ligt, zo staat in het rapport.
De organisaties met de hoogste nalevingspercentages bewijzen dat het heel goed mogelijk is om de richtlijnen te volgen. Blijkbaar is er nog te weinig aandacht voor (de voordelen van) het Europese aanbesteden, en wordt de naleving van de richtlijnen nog niet genoeg gestimuleerd.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels