nieuws

EU-doelstelling ziekten en ongevallen moeilijk haalbaar

bouwbreed

Europa wil een forse verlaging van het aantal arbeidsongevallen en beroepsziekten. Hoewel ook in Nederland de cijfers op deze terreinen aan de hoge kant zijn, is volgens Cees van Vliet enige terughoudendheid wel op zijn plaats.

De plannen die de lokale, nationale en Europese overheden maken, missen soms aan realisme. In verkiezingstijd is enige retoriek nog begrijpelijk. Toch moeten de criticasters ook in andere tijden de oren spitsen.
Zo verbaas ik mij over de nieuwe strategie van de Europese Unie (EU) rondom de arbeidsomstandigheden. De komende vijf jaar moet het aantal beroepsziekten en arbeidsongevallen in de EU met een kwart verminderen. Beroepsziekten en arbeidsongevallen leggen namelijk een zware last op werknemers en werkgevers. Dat brengt enorme kosten voor de Europese economie met zich mee. “Een groot deel hiervan komt voor rekening van de socialezekerheidsstelsels en de schatkist”, aldus eurocommissaris Vladimír Špidla.

Eenvoudiger

Om de doelstelling te halen wil de EU een verbetering en vereenvoudiging van de bestaande wetgeving.
Ook moet de wet in de praktijk beter worden uitgevoerd door bijvoorbeeld de uitwisseling van goede praktijken, bewustmakingscampagnes en een betere voorlichting en scholing. Deze actie sluit opvallend genoeg naadloos aan bij de recente herziening van de Arbowet, uitgevoerd door Balkenende drie. Zoals u weet, heeft de Nederlandse overheid in de nieuwe wet alleen nog doelen gesteld. Organisaties van werkgevers en werknemers staan voor de belangrijke taak om deze in te vullen met sectorspecifieke afspraken. Deze zullen worden gebundeld in zogenoemde arbocatalogi.
Ook wordt in de bouwnijverheid al jaren gewerkt aan een groter bewustzijn van het belang van gezond en veilig werken. Dat geshiedt door middel van campagnes, voorlichtingsmateriaal, loopbaanprojecten en activiteiten in het kader van de arboconvenanten. Het prachtige aan deze initiatieven is dat werkgevers en werknemers er vaak gezamenlijk de schouders onder zetten. Door deze inspanningen is de afgelopen jaren veel bereikt. Hoewel het aantal ongevallen de laatste jaren is gestegen, is over de laatste tien jaar gerekend een behoorlijke hap uit de verzuim- en ongevallentaart genomen.
Die kleiner geworden taart is goed nieuws, maar betekent ook dat een groot deel van de bewegingsruimte is benut. Daar komt bij dat een zeker percentage van het verzuim en het aantal ongevallen niet beïnvloedbaar is.
Hoe hard ook wordt gewerkt aan het verbeteren van de arbeidsomstandigheden, het spreekwoordelijke ongeval in het kleine hoekje blijft altijd bestaan. Datzelfde geldt voor aandoeningen die behalve onder werktijd ook in de vrije tijd kunnen ontstaan, zoals RSI en rugklachten.
Is het plan van de EU dus realistisch? Ik hoop het van harte, want het aantal beroepsziekten en ongevallen moet ook in de Nederlandse bouwnijverheid worden verminderd. De beperkte mogelijkheden om grote winst op het terrein van de arbeidsomstandigheden te boeken, maken mij echter sceptisch over de haalbaarheid.
Een vermindering van het aantal beroepsziekten en ongevallen met 25 procent is wellicht realistisch in landen waar tot op heden relatief weinig arbo-activiteiten hebben plaatsgevonden. In West-Europa zijn deze activiteiten reeds op grote schaal ontplooid. De beoogde reductie lijkt in dit gebied dus eerder luchtfietserij dan realisme.
Zoals in wel meer situaties lijkt het mij beter om geen streefcijfers te formuleren. Verbeteren van de veiligheid op het werk, het zorgen voor een gezonde werkomgeving en loopbaanplanning zijn doelen op zich. Worden deze naar behoren ingevuld, dan zal dit vanzelf leiden tot minder calamiteiten. Mits goed ingebed in de arbocatalogi, kan de bedrijfstak nog jaren van deze inspanningen profiteren.

Noodklok

Een nadeel van het stellen van streefcijfers is ook het samenspel van factoren die, net als een deel van de ongevallen en beroepsziekten, als gegeven moet worden beschouwd. Zoals de economische ontwikkelingen. Deze zijn ontegenzeggelijk van invloed op de investeringsmogelijkheden in de kwaliteit van de arbeidsomstandigheden. Daarbij zijn in het kader van de nieuwe Arbowet enige opstartproblemen te verwachten. En met het openstellen van de grenzen is de komende jaren sprake van een groeiend aantal mensen met een verschillende nationaliteit.
Onder andere CNV Hout en Bouw denkt dat het hierdoor op bouwplaatsen onveiliger zal worden. Eerder dit jaar luidde Arend van Wijngaarden de noodklok over het toenemende aantal werknemers uit de Midden- en Oost-Europese landen.

Preventie

Gelet op de ambitieuze plannen enerzijds en de bedreigingen voor het halen van deze plannen anderzijds, doet de Nederlandse overheid er goed aan om in elk geval de handhaving aan te scherpen.
Het is goedwillende bedrijven al jaren een doorn in het oog dat er oneigenlijk wordt geconcurreerd door de arboregels te ontduiken. Strengere controle op de regels zorgt voor minder oneigenlijke concurrentie en grotere investeringen in preventie. Dat kan uiteindelijk leiden tot het doel dat Europa zo hoog heeft zitten: minder ongevallen en minder beroepsziekten. Meer arbeidsinspecteurs op de bouwplaats dus, is mijn devies.
Ik ben verder benieuwd hoe Balkenende viér dit handen en voeten gaat geven.
Cees van Vliet
Directeur Arbouw, Amsterdam

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels