nieuws

Bouwend Breda en gemeente eenstemmig over coördinatie bouwprojecten

bouwbreed

Het voornemen van de gemeente Breda om bij sommige complexe bouwwerken een hoofdconstructeur te eisen die de bouw coördineert, valt goed bij bouwend Breda. Vrijwel eenstemmig toonde een honderdtal vertegenwoordigers hiervan zich op een bijeenkomst bij de gemeente enthousiast.

Breda volgt in grote lijnen het advies uit het Plan van Aanpak Constructieve Veiligheid dat in oktober werd gepresenteerd. Meer gemeenten hebben dit overgenomen. Het was een initiatief van de VROM-inspectie, de Betonvereniging de Vereniging BWT Nederland en nog een aantal (branche)organisaties.
Breda onderscheidt zich doordat het hier openlijk met iedereen over discussieert, reageert directeur Dick Stoelhorst van de Betonvereniging. Hij juicht dat toe, want op die manier zal de aanpak in de praktijk beter worden opgepakt, denkt hij. De bijval die het stadsbestuur kreeg tijdens de bijeenkomst, afgelopen woensdag, bevestigt dit.
Het gaat, zo werd duidelijk, niet over een hoofdconstructeur als middel tegen alle kwalen. Meer gaat het om het scheppen van duidelijkheid over verantwoordelijkheden van alle partijen. “Als je dit goed formuleert, is het logisch dat iedereen zegt: zo zou het moeten.”
Een coördinerend constructeur valt wettelijk niet op te leggen, maar er is toch juridische ruimte gevonden in de publiekrechtelijke verantwoordelijkheid van de vergunningaanvrager voor een veilige constructie. Dat die goed geregeld is, moet als eerste blijken uit de stukken die bij de aanvraag worden ingediend en vervolgens uit de praktijk op de bouwplaats.
Als de gemeente bij de aanvraag al twijfels heeft, kan in de vergunning als aanvullende voorwaarde worden opgenomen “dat de coördinatie en de onderlinge samenhang in de constructies van het bouwwerk voldoende gewaarborgd zullen zijn.” Als tijdens de bouw blijkt dat het daar toch nog aan mankeert, kan het werk worden stilgelegd. Een stok achter de deur van formaat, is het idee.
Toezichtambtenaren in de zaal reageerden met een gezicht van ‘breek me de bek niet open’ op de vraag hoe vaak het in de praktijk alsnog mis gaat: van ernstige uitvoeringsfouten in de constructie van de hsl tot betonbalken die worden gestort door mensen die niet weten dat er eerst wapening in moet. Directeur Jan Hoppen van Heja Projectontwikkeling in Breda weet uit eigen ervaring hoe belangrijk zekerheid over de constructieve veiligheid is. Toen bij Patio Sevilla in Maastricht een aantal balkons naar beneden kwam, had hij een paar nachten slecht geslapen omdat hij zich afvroeg of dat bij zijn eigen projecten ook had kunnen gebeuren. “Als het fout gaat in de constructie, gaat het goed fout.”
Maar absolute veiligheid bestaat volgens hem niet, ook niet dankzij een hoofdconstructeur. “Die kan alles niet zelf controleren; alle partijen houden een eigen verantwoordelijkheid.”
Dat er voor menig aannemer nog een zware dobber aan vast zit, bleek uit verschillende reacties. In theorie kan het allemaal kloppen maar wat er in de praktijk gebeurt, is een ander verhaal. Goede bouwvakkers bijvoorbeeld, die nodig zijn bij de uitvoering, worden schaarser en schaarser, klonk het zorgelijk.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels