nieuws

Aanpak verrommeling: werk in uitvoering

bouwbreed

Er wordt volop gediscussieerd over verrommeling van het landschap; over de lelijkste provincie en het provinciaal tekort. Opiniemakers wijzen naar de overheid, de provincie en met name: de provincie Zuid-Holland. Asje van Dijk erkent het probleem maar ziet oplossingen. De provincie regisseert in grote integrale ruimtelijke projecten en strijdt tegen verrommeling. Echter, problemen die in decennia onder de toenemende ruimtedruk zijn ontstaan, zijn niet van gisteren op vandaag ongedaan te maken. De kritiek snijdt daarmee geen hout.

Er wordt volop gediscussieerd over verrommeling van het landschap; over de lelijkste provincie en het provinciaal tekort. Opiniemakers wijzen naar de overheid, de provincie en met name: de provincie Zuid-Holland. Asje van Dijk erkent het probleem maar ziet oplossingen. De provincie regisseert in grote integrale ruimtelijke projecten en strijdt tegen verrommeling. Echter, problemen die in decennia onder de toenemende ruimtedruk zijn ontstaan, zijn niet van gisteren op vandaag ongedaan te maken. De kritiek snijdt daarmee geen hout.

Voorzitter Eelco Brinkman van Bouwend Nederland maakte met vastgoedondernemers een vliegtochtje boven de Randstad (zie artikel ‘Nederland gaat het weer mooi maken’ in Cobouw van 1 februari 2007, nummer 22) om te laten zien hoe lelijk hun gebouwen soms in het landschap staan. En: “Leg de regie weer bij het Rijk”, was een opmerking van Rijksbouwmeester Mels Crouwel. Hij lijkt te vergeten dat die daar al lag. Als nu een lange termijnvisie ontbreekt, zijn in eerste instantie het Rijk en de Rijksadviseurs aan te spreken: zij waren decennia leidend in de ruimtelijke ordening.
De druk die er op de Randstad met 6,5 miljoen inwoners en dus op Zuid-Holland wordt gelegd om (economisch) vestigingsklimaat, infrastructuur, wonen en groen te integreren zorgt voor een ruimtelijke uitdaging die samenwerking vereist tussen alle bestuurlijke en maatschappelijke niveaus, evenals oog voor innovatieve ruimtelijke en technische mogelijkheden

Stedenbaan

Zuid-Holland kan niet op slot; hier wordt bijna een kwart van het BNP verdiend. Tussen 2010 en 2020 moeten er in de zuidelijke Randstad 120.000 woningen bijkomen, waarvan 60.000 binnen bestaand stedelijk gebied. Zonder visie en planning is dit niet te realiseren. Het bouwen in buitenstedelijk gebied geschiedt vooral bij bestaande verkeersknooppunten en stations. Dat vindt z’n uitwerking in bijvoorbeeld de Stedenbaan: een metroachtig treinennetwerk op bestaande spoorlijnen in het hele zuidelijke deel van de Randstad. De benodigde capaciteit komt vrij door hsl en Betuweroute. Als er elke tien minuten een trein rijdt, zullen meer mensen er gebruik van maken. Er is ruimte en wil genoeg om te zorgen dat toekomstige generaties aangenaam kunnen leven en werken in Zuid-Holland, maar er is onvoldoende ruimte om dat zonder visie te doen. Neem het Groene Hart, daar is behoefte aan woningen, recreatie en natuur, de stad rukt op. Behoud vraagt om regie, evenals de bodemverzakking en verzilting in het gebied. De drie verantwoordelijke provincies hebben inmiddels een gezamenlijk Groene Hartbeleid.

Scheefgroei

Alleen in de Zuidplaspolder is nog ontwikkeling mogelijk: bijna 5.000 hectare tussen Rotterdam, Zoetermeer en Gouda. Afwisseling van water, groen en dorpse bebouwing kenmerken het gebied en dat moet zo blijven. Tot 2020 komen hier 7.500 tot 10.000 woningen, ongeveer 200 hectare nieuwe glastuinbouw en 150 hectare bedrijventerrein. De ontwikkeling is innovatief: integrale planvorming met alle betrokken overheden en maatschappelijke organisaties; plannen worden vlot gemaakt, ontwikkeld in publiek-private samenwerking met een grondbank en ontwikkelingsorganisatie. Een voorbeeld van ontwikkelkracht die wij nastreven. Nog eentje: de gebiedsuitwerking Haarlemmermeer-Bollenstreek, daar werken gemeenten onder regie van de provincies Noord- en Zuid-Holland aan 10 tot 20.000 woningen tot 2010-2030, waterberging, groen, bedrijvigheid en verkeers- en vervoersinfrastructuur. Daarbij is de Bollenstreek greenport. Die moeten worden ingepast in het landschap, waterkringlopen moeten worden gesloten, samenhang tussen greenports en een goede relatie met de mainports en kennisintensieve bedrijven. Met andere woorden: de tijd dat gemeenten ieder voor zich ruimtelijke en economische plannen maakten is voorbij; als provincie maken wij samen met hen één integraal plan.
Een ander deel van de kritiek betreft de aanpak van de scheefgroei en restanten uit de afgelopen decennia. Ook daar werken wij aan, maar geef provincies in hemelsnaam ook tijd om hun nieuwe rol te pakken. De nota Ruimte, waarin zij in deze nieuwe rol hebben, is nota bene nog geen jaar geleden aangenomen. De nieuwe Wet op de Ruimtelijke Ordening, die de provincie instrumenten verschaft, moet nog in werking treden. Kortom, de indruk dat de provincie onvermogend is om tot integrale, duurzame ontwikkeling te komen, is niet juist. De regie ligt terecht bij de provincie, en wij nemen die ook.
J.W. Asje van Dijk
Gedeputeerde Ruimtelijke en Economische ontwikkeling, provincie Zuid-Holland

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels