nieuws

‘We moeten eraan wennen dat parkeren geld kost’

bouwbreed

Waar laat ik de auto’s. Dat is een vaste vraag bij elk bouwplan. De stedelijke ruimte wordt te kostbaar voor al het blik. Parkeergarages vormen een groot gat in de bouwmarkt. Alleen staan de meeste nog een groot deel van de tijd leeg. Zonde.

Gebiedsontwikkeling kan aan deze inefficiëntie een eind maken, stelt Wim van der Heide van adviesbureau Grontmij-Parkconsult. Parkeervoorzieningen worden wat hem betreft niet langer per kantoor of appartementengebouw geregeld maar krijgen een schaalgrootte die nodig is om efficiënt te voorzien in de parkeerbehoefte van verschillende doelgroepen in de buurt.
Na werktijd kunnen bewoners de plaatsen vullen die overdag worden ingenomen door de werkers. “De overal opgekomen scheiding van functies is ook uit parkeeroogpunt weinig efficiënt. Wonen, werken, winkelen recreëren; het gebeurt allemaal in verschillende gebieden. Een rekensommetje leert dat zo voor één auto gauw drie parkeerplaatsen nodig zijn.”

Inbreiding

Dat auto’s binnenstedelijk veel vaker in garages zullen worden weggezet, is onvermijdelijk, meent hij. “Door de inbreiding blijft steeds minder ruimte over op straat. Wat rest, is nodig voor andere zaken, met het oog op de leefbaarheid. Garagebouw draagt in meerdere opzichten bij aan de kwaliteit van de stedelijke omgeving want auto’s gaan van de straat én de bereikbaarheid is gegarandeerd.”
Meer schaalgrootte in de organisatie van parkeervoorzieningen is in zijn ogen dringend noodzakelijk. In een groter gebied is de gemiddelde vraag naar plaatsen relatief constant. Daardoor kan een hogere bezettingsgraad samengaan met een grote zekerheid dat iedereen altijd een plaats kan vinden.
Dankzij de gunstige exploitatie daalt bovendien het gemiddelde verlies dat wordt gemaakt op parkeervoorzieningen. Een paar lucratieve krenten in de pap zijn altijd welkom want daarmee wordt het geheel verteerbaar; de opbrengst is hard nodig voor minder lucratieve parkeerprojecten. Maar de financiering blijft een obstakel: parkeren zal niet gauw kostendekkend worden in Nederland, verwacht Van der Heide.
“Er moet gemiddeld flink geld bij. Mensen zijn niet gewend veel te betalen voor parkeren, terwijl een parkeerplaats in de stad veel geld kost. Het valt corporaties en ontwikkelaars door de hoge kosten niet mee bij hun projecten te voldoen aan de eisen voor parkeervoorzieningen. Het zal ze echter flink helpen als ze leren verder te kijken dan hun eigen project. Dat gebeurt nog nauwelijks.”
Parkeeradviezen geven is een vak apart, weet hij. Als verkeerskundige is hij ook bekend met de problematische bereikbaarheid van veel plaatsen. En als een ding in zijn praktijk duidelijk wordt, is het wel het dat een goede bereikbaarheid (over de weg) juist weer leidt tot meer parkeerproblemen. Dan wordt het de hoogste tijd om te gaan stapelen.
Dit moet liefst niet gebeuren in de vertrouwde betonkolossen, die een inpandig wegennet combineren met een ideale sfeer voor griezelfilmopnames. Volautomatische garages zijn in beeld als een prettig alternatief. Goed ontworpen, bieden ze onopvallend plaats aan veel auto’s en zo nodig ook fietsen.
De ontwerpmogelijkheden zijn legio, weet Van der Heide. “Je kunt de grond in, maar je kunt ook in een gebouw omhoog. Bijvoorbeeld door er de vaste kern voor te benutten. Niemand ziet er iets van.” Handig ook, als de in- en uitstapplaats direct naast de personenlift wordt gesitueerd, overweegt hij.
Een prent uit de Katholieke Illustratie van 1929 toont zo’n systeem in een gebouw in New York. Wat in Nederland relatief nieuw is, blijkt elders al lang te bestaan. “Automatische parkeersystemen zijn een vertrouwd recept”, verzekert Van der Heide, “waar de kinderziekten al lang uit zijn.”
Toch kregen ze een slechte naam, door problemen zoals in Den Bosch, waar de installatie slecht bleek te werken. Volgens hem is een aantal bedrijven op de ontluikende markt gedoken terwijl ze er geen ervaring mee hadden. “Deze zijn alweer vertrokken. Er zijn ook genoeg installaties op de markt die lang en breed beproefd zijn.”

Opvallen

Interessant voor bijvoorbeeld particulieren vindt hij de halfautomatische stapelsystemen. Op de plaats van één traditionele parkeerplaats kunnen daarbij twee of drie auto’s worden weggezet. “Je ziet alleen de bovenste auto; de andere twee zitten onder de grond. Je kunt ze omhoog halen of wegzetten met behulp van een sleutel. Zulke systemen vallen niet op maar worden al veel gebruikt.”
Het eind van de auto-opmars is nog lang niet in zicht en dat is goed nieuws voor parkeergaragebouwers. ’s Lands wagenpark groeit voorlopig flink door. Er rijden al 7,5 miljoen auto’s rond en volgens prognoses zijn dat er in 2030 10 miljoen. Die moeten allemaal ergens staan.
Volgens Van der Heide blijft het parkeerprobleem in stedelijke gebieden echter oplosbaar. “Voorwaarde is dat de gedachte dat het gratis kan, of bijna gratis, wordt verlaten. We zullen er aan moeten wennen dat parkeren geld kost.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels