nieuws

‘Succesvol woningbeleid alleen mogelijk door slim spel op alle fronten’

bouwbreed

Met het nieuwe kabinet zijn er nieuwe plannen. Van sommige komt waarschijnlijk niets terecht. Woningbouw en stadsvernieuwing zijn een zaak van lange adem. Bij veranderingen zijn veel partijen betrokken en een minister krijgt die niet bij besluit in beweging.

Dat is een belangrijke les die naar voren komt uit een studie van bestuurskundige Jos Koffijberg naar omslagpunten in de volkshuisvesting. Wil nieuw beleid slagen dan moeten de gevechten niet alleen in de politieke arena worden gewonnen.
De wetenschapper promoveerde aan de TU Delft. Zijn proefschrift is juist uitverkoren voor de G.A. van Poeljeprijs van de Vereniging voor Bestuurskunde voor het beste proefschrift over het vak. Zijn dissertatie is de kroon op twaalf jaar onderzoekswerk bij het Rijk en wetenschappelijke instituten.
Koffijberg, die inmiddels bij het stedelijk kennisinstelling Nicis Institute werkt, stelt vast dat het duw- en trekwerk van belangengroepen een heel eigen dynamiek met zich meebrengt, “die vaak sterker is dan de vooraf uitgedachte plannen van de democratisch gekozen overheid”. Verder kunnen niet-voorziene ontwikkelingen – die in geen enkel beleidsplan voorkomen – een bepalende rol spelen.

Verzelfstandiging

Een voorbeeld van dat laatste is de vervroegde aflossing van rijksleningen, die leidde tot de verzelfstandiging van woningcorporaties. “De mogelijkheid hiervoor ontstond nadat corporaties in de jaren tachtig door juridisch speurwerk een gat in de wet ontdekten. Het was ze te doen om leningen die waren afgesloten in de dure tijd, met rentepercentages tot 12 procent.”
Slim van deze corporaties maar hun vondst joeg het Rijk flink op kosten, terwijl de jaarlijkse subsidieverstrekking ook jaar in jaar uit op de begroting bleef drukken. “Stopzetting van deze bijdrage is lang onmogelijk en onbespreekbaar geweest.”
Maar er kwam beweging. Onderhandelingen in 1993, onder staatssecretaris Heerma, leidden tot een uitruil van financiële verplichtingen; de zogeheten Bruteringsoperatie, waarbij de financiële banden tussen overheid en corporatiesector werden doorgesneden. “Een aantal corporaties kwam met het idee. Het is allemaal grotendeels in stilte gebeurd. De megadeal die tot stand kwam – het ging om 35 miljard gulden – was volkomen onvoorzien, ook door Heerma zelf.”
Succesvol beleid vergt zoals gezegd een slim spel op alle fronten. Eén bestuurder die dat volgens Koffijberg erg goed heeft gespeeld, was Jan Schaefer in de jaren zeventig. “Hij voelde intuïtief precies aan wat nodig was om zaken voor elkaar te krijgen.”
Als staatssecretaris van Volkshuisvesting bewerkstelligde hij een omslag in de benadering van oude stadswijken. Verloedering en kaalslag maakten plaats voor stadsvernieuwing, die bestond uit woningen opknappen en bouwen voor de buurt. “Dat ging helemaal in tegen de bestaande praktijk.”
Schaefer kwam uit de wereld van bewonersactiegroepen en was op het ministerie van volkshuisvesting een buitenstaander. “Maar hij had goede contacten bij gemeenten, in wijken en in de politiek en wist die goed te benutten om dingen dingen geregeld te krijgen.”
Een hindernis voor hem was onder meer de ingesleten houding van de hoofdingenieur-directeuren (HID’s) die het ministerie in de provincies had gestationeerd. Zij benaderden de aanpak van oude wijken op dezelfde manier als te bebouwen weilanden aan de rand van de stad: door helemaal opnieuw te beginnen.
De HID’s werden handig gepasseerd, al werd dat zo niet gebracht. “Schaefer kwam met stadsvernieuwingsconsulenten die als taak kregen de ogen en oren in het veld te zijn. Maar dat was nou net ook de taak van de HID’s. Schaefer ging ook met bestuurders zelf de wijken in. Dat was in die tijd heel ongebruikelijk.”

Parallellen

“Interessant”, noemt Koffijberg “de parallellen met de huidige tijd”. Voor Schaefer stond het sociale aspect van de stadsvernieuwing voorop. “Na hem werd het geleidelijk allemaal weer heel technisch benaderd. Inmiddels klinkt de kritiek op het eenzijdige stenen stapelen luid en is de sociale doelstelling weer terug.”
Als één beleidsvoornemen de komende tijd zeker succesvol kan worden, is het de aanpak van achterstandswijken, verwacht hij. Gemeenten, corporaties, Rijk; er is een gezamenlijke dynamiek waarin de hiërarchische machtsuitoefening (overheidsingrijpen) en het overleg met bewoners en belangengroepen zal worden aangewend voor hetzelfde doel. “In het nieuwe regeerakkoord is er veel aandacht voor, er komt een hoop geld beschikbaar en corporaties staan onder grote druk om mee te werken.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels