nieuws

Rekenmethode voor luchtkwaliteit bevat open norm

bouwbreed

In het artikel ‘Luchtkwaliteit meer hanteerbaar door Meet- en rekenvoorschrift (mrv)’ dat afgelopen dinsdag 13 februari (nummer 30) op deze pagina is geplaatst , zijn de opzet en strekking van het mrv aan bod gekomen. In een slotartikel plaatsen Stefan Jak en Sjoerd van den Ende enkele kanttekeningen bij de toepassing van het voorschrift.

Met het mrv is het mogelijk een groot aantal vragen uit de praktijk te beantwoorden. Niettemin zal men in de praktijk aanlopen tegen situaties die nog niet in de standaardrekenmethoden zijn voorzien.
Zo wordt in de beide standaardrekenmethodes voor bepaling van luchtkwaliteit nabij een weg geen rekening gehouden met de aanwezigheid van tunnels. In de niet zo uitzonderlijke situatie dat een onderzoek moet worden verricht in een omgeving met één of meer tunnels, ontbreekt dan de met het mrv beoogde uniformering.

Representatief

Ook is de duidelijkheid van het voorschrift dat fijn stof (PM10) op een afstand van 10 meter van de wegrand moet worden berekend relatief, omdat die afstand nabij geluidsschermen tot niet-representatieve berekende waarden kan leiden.
Het mrv bevat een open norm, in die zin dat wordt voorgeschreven dat concentraties op een zodanig punt worden berekend dat de gegevens ‘representatief zijn voor een gebied van ten minste 200 vierkante meter’. De invulling die in het onderzoek aan dat uitgangspunt wordt gegeven zou een twistpunt kunnen vormen in een juridische procedure. Datzelfde geldt voor het grote aantal rekenmodellen dat in beginsel is toegestaan (overigens pas na een goedkeuringsprocedure, waarin het RIVM een belangrijke rol speelt).

Foutmarge

Elk rekenmodel zal enigszins andere resultaten opleveren en overeenstemming met de referentiemethode geeft slechts relatieve zekerheid (namelijk dat binnen een foutmarge wordt gebleven).
Men is bovendien sterk afhankelijk van degene die het model beheerst, omdat niet alleen het model relevant is maar ook de aannames die worden gedaan ten aanzien van de invoergegevens van het model. Dat maakt het voor partijen die slechts een beperkte kennis – kunnen – hebben van die modellen niet eenvoudiger. Het is vanuit dat oogpunt gezien wellicht praktischer om de keuze voor slechts één rekenmodel (de feitelijke applicatie) in de wettelijke regeling te maken. In ieder geval moet in de regeling of in de op te stellen handreiking nader opgenomen worden hoe om te gaan met de toerekening bij geluidsschermen.

Bijsturen

Indien tijdens de procedure blijkt dat het onderzoek niet voldoet aan de uitgangspunten van het mrv, dan is het zaak dit zo snel mogelijk (te laten) herstellen. Ook als na de fase van besluitvorming blijkt dat een gedegen onderzoek ontbreekt, kan een aanvullend onderzoek tijdsbesparing opleveren. Hoewel de rechter dan tot de conclusie kan komen dat aan het besluit een onderzoeksgebrek kleeft, kan hij – als uit het nader onderzoek alsnog blijkt dat wordt voldaan aan de luchtkwaliteitseisen, – kiezen voor vernietiging met instandlating van rechtsgevolgen van het voor het project positieve besluit. Het project kan dan toch worden verwezenlijkt (zie bijvoorbeeld AbRvS, 18 oktober 2006, no. 20060303/1). De opeenvolging van wettelijke regelingen met betrekking tot luchtkwaliteit duurt voort. Zo ligt het wetsvoorstel ‘Wijziging van de Wet milieubeheer (luchtkwaliteitseisen)’ op dit moment bij de Eerste Kamer. Die wet zal, als zij in de huidige vorm wordt aanvaard, de manier waarop het aspect luchtkwaliteit ‘doorwerkt’ in de besluitvorming ingrijpend wijzigen en naar verwachting meer ruimte voor (bouw)projecten bieden. Die ruimte ontstaat ook omdat een groot aantal maatregelen wordt doorgevoerd die de luchtkwaliteit gaan verbeteren; het aan de wet gekoppelde Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL).
Verder zijn nieuwe Europese richtlijnen in voorbereiding. Door de ontwikkelingen op het gebied van luchtkwaliteit bij te houden en tijdig te anticiperen kan worden voorkomen dat een project in de fase van rechterlijke toetsing strandt.
Ing. Stefan Jak is projectmanager bij AT Osborne, Utrecht.
Mr. Sjoerd van den Ende is advocaat bij Kennedy Van der Laan, Amsterdam.
sja@atosborne.nl

Projecten onderbouwen

Veel bouwprojecten zijn stilgelegd, omdat niet hard kon worden gemaakt dat aan de (Europese) normen voor luchtkwaliteit zou worden voldaan. Het Besluit luchtkwaliteit 2005, dat alweer ruim een jaar in werking is, heeft daar verbetering in gebracht. Kort gezegd geeft dat besluit iets meer ruimte voor projecten. Dat heeft niets veranderd aan de noodzaak om projecten in de bouw en de infrastructuur te onderbouwen met een gedegen onderzoek naar de gevolgen voor de luchtkwaliteit. Het eind vorig jaar in werking getreden Meet- en rekenvoorschrift bevoegdheden luchtkwaliteit (mrv) geeft daarvoor een belangrijk kader.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels