nieuws

Bouwsector bezorgd over woningproductie

bouwbreed

De woningbouwproductie in Nederland ontwikkelt zich een stuk minder positief dan het ministerie van VROM wil doen geloven. Dat vindt branchevereniging Bouwend Nederland.

Een analyse van de productiecijfers stemt Bouwend Nederland vooral somber. Op basis van het aantal verleende bouwvergunningen had een veel hogere bouwproductie voor de hand gelegen, aldus de bouworganisatie.
In de eerste elf maanden van het afgelopen jaar werden 54.700 nieuwe huizen gerealiseerd. Als daar voor het gemak 15.700 woningen – het aantal dat in december 2005 werd gebouwd – worden bijgeteld, komt de totale productie in 2006 op 70.500 woningen. Dat zijn er weliswaar 3450 meer dan in het jaar ervoor, maar nog altijd bijna 10.000 minder dan het ministerie van VROM in zijn begroting over 2006 verwachtte. “Teleurstellend”, kan Bouwend Nederland alleen maar concluderen.
VROM-minister Pieter Winsemius toonde zich in november juist zeer optimistisch over de voortgang van de woningbouwproductie. Hij achtte een terugdringing van het woningtekort tot 1,5 procent in 2010 toen nog altijd haalbaar.
Daarbij wees de bewindsman op de uitvoering van de regionale woningbouwafspraken, die volgens hem op stoom zijn gekomen. Winsemius zag dan ook geen reden het rijksbeleid op dat punt te wijzigen.

Teleurgesteld

Bouwend Nederland ontkent niet dat de maatregelen zijn vruchten afwerpt, maar deelt het positivisme van de minister niet. De branchevereniging is vooral teleurgesteld omdat, in tegenstelling tot de productie, het vergunningenverloop zich wel gunstig ontwikkelt. In 2006 werden naar schatting van de sector, 97.000 vergunningen verleend. Dat zijn er 13.500 meer dan het jaar ervoor.
Probleem is dat het aantal woningen in de pijplijn toeneemt. Voor die huizen is wel een vergunning verleend, maar laat de oplevering op zich wachten. “Door economische oorzaken, onzekerheid bij kopers of een niet meer bij de vraag passend aanbod, verloopt de verkoop van woningen een stuk trager dan een aantal jaren geleden”, aldus Bouwend Nederland. “Dit betekent dat na afgifte van een vergunning vaak langer wordt gewacht met het daadwerkelijk bouwen of dat plannen volledig worden herzien.”
De branchevereniging pleit voor betere afstemming tussen partijen over het regionale woningaanbod, met name in een aantal stedelijke regio’s. Daarbij moet ook nadrukkelijker worden gekeken of geplande woningtypen nog wel aansluiten bij de marktbehoefte.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels