nieuws

RACM bekijkt middelen tegen optrekkend vocht

bouwbreed Premium

Gebouweigenaren gaan steeds vaker optrekkend vocht tegen door chemische middelen in de voet van de muur te injecteren. Vanwege het wisselende succes van de producten doet de Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten (RACM) een grootscheeps onderzoek naar de effectiviteit van de producten.

Veel gebouwen kampen met problemen door optrekkend vocht. Dat is niets nieuws. Al vanaf de zestiende eeuw passen bouwmeesters rauwe en gekookte lijnolie, hars en standolie toe om steenachtige bouwmaterialen tegen vocht te beschermen. Ook werden trasramen gemetseld van acht tot tien lagen metselwerk waarvan de onderste lagen onder het maaiveld zaten in een waterdichte mortel waarin tras ofwel gemalen tufsteen was verwerkt.
Verder schijnt het gebruik van waterglas als vochtwerend middel al in de middeleeuwen bekend te zijn geweest. Na 1900 neemt de toepassing van chemische middelen een vlucht. In de afgelopen decennia is een zeer groot aantal verschillende chemische producten zoals silanen, siloxanen en epoxyharsen met wisselend succes toegepast. De producten zijn waterafstotend of porievullend. In veel gevallen kruipt het vocht snel of van lieverlee toch weer omhoog, neemt daarmee zouten mee in de constructie die kristalliseren en pleisterlagen van de muren drukken.
De RACM doet op dit moment onderzoek naar de behandeling van optrekkend vocht en vraagt particulieren en bedrijven om hun ervaringen te delen. Ir. Michiel van Hunen, senior onderzoeker instandhoudingstechnologie RACM: “Wij willen goede en praktijkgerichte informatie over het bestrijden van optrekkend vocht kunnen geven. Daarom is het noodzakelijk om meer te weten te komen over het gedrag, de mogelijkheden, de effectiviteit en de eventuele schadelijke bijwerkingen van injectiemiddelen.”

Afgerond

Het onderzoek bestaat uit drie onderdelen. Het eerste deel is praktisch afgerond en ging om het inventariseren van producten en middelen. Hiervan is de conceptrapportage op dit moment gereed. Het tweede deel is verslaglegging van de praktijkervaring. De RACM doet daarom een oproep aan particulieren en bedrijven om een bijdrage te leveren. Het derde deel van het onderzoek moet nog starten en betreft een laboratoriumonderzoek om versneld naar het effect van de middelen te kijken. “Vervolgens kunnen we de ervaringen met de laboratoriumuitkomsten vergelijken en uitspraken over de effectiviteit van producten in de praktijk doen.”
Het verzamelen van de praktijkervaringen staat voor 2008 op de agenda. Het eindresultaat komt op zijn vroegst in 2010. “Maar uiteraard zullen we tussentijds onze ervaringen delen en informatie vrijgeven”, aldus Van Hunen. Naast de RACM zijn ook TNO Bouw en SBR bij het onderzoek betrokken. Het formulier waarop de ervaringen kunnen worden ingevuld, is te vinden op de website www.racm.nl.

Reageer op dit artikel