nieuws

‘Nederlandse bouw moet over landsgrenzen kijken’

bouwbreed

Met elf bouwbedrijven in de Europese top honderd is Nederland een belangrijke speler. Om die positie te behouden, moet de sector over de landsgrenzen kijken, vindt Luuk van der Pal, adviseur en partner bij Deloitte.

Regelgeving en inspraakmogelijkheden bedreigen de vaderlandse aannemerij. Bepalingen en medezeggenschap remmen de omzetgroei. Daar komt bij dat investeringen in onder meer scholen, infrastructuur en sociale woningen achterblijven. “In een land als Frankrijk is dat heel anders geregeld. Daar is de bouwsector veel belangrijker dan in Nederland”, zegt Van der Pal, terwijl hij bladert in het zojuist van de pers gerolde rapport The European Powers of Construction 2007. Uit het onderzoek komt de Franse bouwsector naar voren als belangrijkste van Europa. “De Franse bouw gelooft in zichzelf. En onder president Sarkozy zal dat gevoel alleen maar sterker worden. Het soort regeltjes dat de Nederlandse bouw plaagt, kennen ze daar niet.”
Wil de Nederlandse bouw de middelmaat ontspringen, dan moet de sector in andere Europese landen voet aan de grond gaan krijgen. Toetreden tot de Franse markt is erg moeilijk omdat dit land buitenlandse aannemers buiten de deur de houdt. Oost-Europa biedt wel goede mogelijkheden. “Dan denk ik aan landen als Tsjechië, Polen, Slowakije en Hongarije. Daar wordt enorm veel infrastructuur aangelegd.”
Weliswaar staan ook landen als Rusland, Roemenië, Oekraïne en Bulgarije voor een enorme bouwopgave, maar die zijn moeilijker te betreden. “Dat is echt een sprong in het diepe. Wie daar een vinger in de pap wil krijgen, loopt grote risico’s te stranden in regelgeving en onzuivere praktijken.”

Joint venture

De beste manier om Oost-Europese landen binnen te komen is het aangaan van een joint venture met een lokale partner. Die kent de bouwcultuur, de bouwmaterialen en de regelgeving en beschikt over een netwerk. “Het is van groot belang om de regels en de bouwwijze te leren kennen. Dat gaat het best via een bedrijf dat thuis is in die markten. Wie al samenwerkt met een Duitse of Oostenrijkse onderneming is in het voordeel. Die hebben ruime ervaring met de Oost-Europese landen. Je kunt dan je voordeel doen met hun kennis en hun connecties.”
Ondanks de mogelijkheden die er zijn, toont de bouw relatief weinig belangstelling voor werken in andere landen. Alleen de BAM Groep is sterk internationaal georiënteerd. “Bij veel andere bedrijven is de wil wel aanwezig, maar bestaat een groot verschil tussen willen en doen.”
Buitenlandse bedrijven zijn op dat punt verder dan hun Nederlandse collega’s. Spaanse bouwbedrijven zoals Grupo Ferrovial en het Oostenrijkse Strabag hebben hun belangen in Oost-Europa veilig gesteld door bedrijven over te nemen. “Ik verwacht dat we de komende jaren regelmatig strategische overnames zullen zien. De bouwindustrie zal steeds verder worden gedomineerd door landen zoals Spanje en Frankrijk. Daarbij sluit ik niet uit dat Nederlandse bedrijven zullen worden overgenomen. Gezien zijn internationale oriëntatie zou de BAM Groep een aantrekkelijke overname kandidaat kunnen zijn voor Spaanse investeerders.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels