nieuws

Lawaaierig heien kan somsworden verboden

bouwbreed Premium

De uitspraak laat echter ook zien dat voor heien niet zonder meer de geluidsnorm voor bouwlawaai die in de VROM-uitgave ‘Circulaire bouwlawaai 1991’ staat vermeld, kan worden voorgeschreven.Hoofdstuk 4 van de gemeentelijke (model)bouwverordening heeft als titel ‘Plichten tijdens en bij voltooi- ing van de bouw en bij ingebruikneming van een bouwwerk’.

De uitspraak laat echter ook zien dat voor heien niet zonder meer de geluidsnorm voor bouwlawaai die in de VROM-uitgave ‘Circulaire bouwlawaai 1991’ staat vermeld, kan worden voorgeschreven.Hoofdstuk 4 van de gemeentelijke (model)bouwverordening heeft als titel ‘Plichten tijdens en bij voltooi- ing van de bouw en bij ingebruikneming van een bouwwerk’.

Bouwverordening

Op basis van artikel 4.10 kunnen burgemeester en wethouders het gebruik van een werktuig dat schade of ernstige hinder voor de omgeving veroorzaakt of kan ver-oorzaken, verbieden en het ge-bruik van een krachtwerktuig op verschillende manieren reguleren. Anders dan wel eens wordt gesug-gereerd, is overlast door bouwwerkzaamheden dus niet het exclusieve terrein van de civiele rechter.

In de uitspraak van 3 oktober staat de toepassing van artikel 4.10 centraal. B0x26W van Alkmaar had-den dit artikel aangegrepen om heiwerkzaamheden te verbieden. De heiwerkzaamheden veroorzaakten volgens het college erns-tige hinder voor de omgeving. B0x26W hadden daarbij verwezen naar de toetsingsnorm van de Circulaire Bouwlawaai 1991 en indicatieve geluidsmetingen waaruit bleek dat de geluidsnorm uit die Circulaire fors werd overschreden. Deze Circulaire bevat aanbevelingen voor de beoordeling en het tegengaan van lawaai vanaf bouwlocaties en bevat een zogenoemde toetsingsnorm voor de geluidsbelasting op gevels van woningen: 60 dB(A) of 65 dB(A) als de werkzaamheden korter dan een maand duren. Hoewel B0x26W deze norm als referentiepunt hanteerden, schreven zij met hun verbod niet voor dat aan deze norm moest worden voldaan.

De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt (anders dan de rechtbank) dat B0x26W het verbod mochten opleggen en dat het besluit daartoe voldoende zorgvuldig is voorbereid. Zij neemt daarbij onder meer in aanmerking:
de resultaten van de geluidsmetingen; de omvang van het bouwproject; de duur van de heiwerkzaamheden; de klachten uit de buurt; en dat de heiwerkzaamheden midden in een woonwijk plaatsvonden. Voor wat betreft de zorgvuldigheid van de voorbereiding, acht de Afdeling onder andere van belang dat uit het besluit niet kon worden afgeleid dat met een alternatieve methode een gevelbelasting van 65dB(A) had moeten worden bereikt.

Zorgvuldig

De uitspraak geeft aanknopingspunten voor de vraag hoe hinder door heien moet worden beoordeeld. Gaat het om kort durende projecten, projecten die buiten een woonwijk worden gerealiseerd of waarover niet of nauwelijks wordt geklaagd? Dan zullen ter bepaling van de vraag of sprake is van ernstige hinder minder strenge eisen worden gesteld dan in de omstandigheden van dit geval. Bovendien laat de uitspraak zien dat B0x26W niet zonder meer een norm van 65dB(A) kunnen opleggen: het oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak dat het besluit voldoende zorgvuldig is voorbereid, berust immers mede op de overweging dat die (strikte) geluidsnorm niet is opgelegd.

Getuige-deskundige

De Afdeling bestuursrechtspraak lijkt dus niet ongevoelig voor de stelling die door een getuige-deskundige bij rechtbank naar voren was gebracht, dat heien in een woonwijk nauwelijks mogelijk is als de strenge norm van de Circulaire Bouwlawaai 1991 onverkort van toepassing is.

Reageer op dit artikel