nieuws

De regelreflex voorbij

bouwbreed

Bezien we de veranderende verhouding tussen overheid en markt in de afgelopen decennia, dan lijkt op het eerste gezicht de ruimte voor het bedrijfsleven te zijn toegenomen. De overheid heeft zich op een flink aantal terreinen teruggetrokken en laat de uitvoering van activiteiten die het voorheen zelf verrichtte steeds vaker over aan bedrijven. Die eerste indruk doet bij nader inzien evenwel geen recht aan de situatie die in de praktijk is ontstaan. Overheden blijken zich in hoge mate verantwoordelijk te blijven voelen, juist ook daar waar inbreng van het bedrijfsleven wordt gevraagd. Naarmate bedrijven op steeds meer terreinen actief worden, neemt daardoor de intensiteit in belangstelling van overheden zelfs vaak eerder toe dan af. Dat is de paradox van de terugtredende overheid: hoe kleiner het gebied waarin de overheid daadwerkelijk zelf de uitvoering voor haar rekening neemt, hoe groter vaak de bemoeienis met de mogelijk in het geding zijnde publieke belangen.

Bezien we de veranderende verhouding tussen overheid en markt in de afgelopen decennia, dan lijkt op het eerste gezicht de ruimte voor het bedrijfsleven te zijn toegenomen. De overheid heeft zich op een flink aantal terreinen teruggetrokken en laat de uitvoering van activiteiten die het voorheen zelf verrichtte steeds vaker over aan bedrijven. Die eerste indruk doet bij nader inzien evenwel geen recht aan de situatie die in de praktijk is ontstaan. Overheden blijken zich in hoge mate verantwoordelijk te blijven voelen, juist ook daar waar inbreng van het bedrijfsleven wordt gevraagd. Naarmate bedrijven op steeds meer terreinen actief worden, neemt daardoor de intensiteit in belangstelling van overheden zelfs vaak eerder toe dan af. Dat is de paradox van de terugtredende overheid: hoe kleiner het gebied waarin de overheid daadwerkelijk zelf de uitvoering voor haar rekening neemt, hoe groter vaak de bemoeienis met de mogelijk in het geding zijnde publieke belangen.
Onder verwijzing naar waarden als duurzaamheid of toegankelijkheid of betaalbaarheid wordt dan bijvoorbeeld beargumenteerd dat een beroep op (weer nieuwe) regels maar moeilijk te vermijden valt. Een dergelijke benadering is begrijpelijk, maar zeker niet zonder risico.
De keuze voor wet- en regelgeving kan resulteren in een in beton gegoten (gestolde) vastlegging van publieke belangen, die geen recht doet aan het dynamische karakter van de werkelijkheid.
De ontwikkeling van een nieuwe technologie kan de weging van publieke belangen sterk doen veranderen, net als een nieuwe branchecode of een veranderende situatie op de markt.
Een risico van de regelreflex, die dus paradoxaal genoeg vaak verbonden is met de ambities van een terugtredende overheid, is ook dat de verhouding tussen partijen onder spanning komt te staan. Bijvoorbeeld omdat conflicten niet langer via over-leg en onderhandeling maar door tussenkomst van de rechter worden opgelost.
Wat mij zo opvalt aan de benadering die het borgen van publieke belangen voorop stelt, is dat hier van overheidswege bijna als vanzelfsprekend alleen een eigen verantwoordelijkheid wordt gezien. Het is bijna alsof publieke belangen bij alle andere partijen, zoals bedrijven, vanzelfsprekend niet in goede handen zijn.
De indruk ontstaat dat publieke belangen voor bedrijven per definitie een hinderlijk verschijnsel zijn, dat nog wel op zijn best slechts als een onvermijdelijke administratieve last wordt ervaren. Maar die indruk is pertinent onjuist. Publieke belangen, zoals betrouwbaarheid of toegankelijkheid of milieukwaliteit, hoeven voor bedrijven helemaal niet perse een last te zijn. Ze kunnen ook ‘gelezen’ worden als een uitdrukking van verschuivende consumentenpreferenties, als een prikkel tot ondernemerschap en zelfs worden opgevat als uitgelezen mogelijkheid om concurrentievoordeel te behalen.
Als de betrouwbaarheid, de kwaliteit of de veiligheid van de eigen producten en diensten hoger ligt dan die van concurrenten, is het publiek belang ook heel goed te benutten om andere partijen – met instemming en steun van de overheid – op achterstand te zetten of zelfs uit de markt te drukken. Bedrijven kunnen zich dus profileren met hun vermogen om publieke belangen te borgen, en langs die weg concurreren om de gunst van de opdrachtgevende overheid of burger. Alleen een overheid die van dit besef voldoende doordrongen is, zal de regelreflex kunnen onderdrukken.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels