nieuws

De (on)mogelijkheden van deeltijdarbeid

bouwbreed Premium

In de bouwsector heerst nog altijd de klassieke rolverdeling tussen man en vrouw. De gemiddelde bouwplaatswerknemer is van het mannelijke geslacht en werkt bijna altijd veertig uur in de week. Wanneer men een (vrouwelijke) partner heeft dan laat men de zorg voor het huishouden en kinderen vermoedelijk veelal aan haar over.

In de bouwsector heerst nog altijd de klassieke rolverdeling tussen man en vrouw. De gemiddelde bouwplaatswerknemer is van het mannelijke geslacht en werkt bijna altijd veertig uur in de week. Wanneer men een (vrouwelijke) partner heeft dan laat men de zorg voor het huishouden en kinderen vermoedelijk veelal aan haar over.
Deeltijdarbeid komt onder bouwplaatswerknemers dan ook vrij weinig voor, maar wanneer vrouwelijke partners van bouwplaatswerknemers werken dan is dat vaak wel in deeltijd. De oorzaak hiervoor ligt voornamelijk in de cultuur die bij veel bouwbedrijven heerst waarin de mogelijkheid van deeltijdarbeid geen vanzelfsprekendheid is. Vaak bestaat er huivering om werknemers in deeltijd te laten werken vanwege praktische belemmeringen die spelen. Bouwplaatswerknemers werken vaak samen en pendelen ook vaak samen naar het werk, wat deeltijdarbeid lastig laat organiseren. Deze belemmeringen kunnen in de nabije toekomst wel eens ongewenste gevolgen hebben voor het aanbod van arbeid in de sector. Op dit moment is het personeelstekort in de bouwsector al nijpend en dit zal de komende jaren vermoedelijk alleen maar nijpender worden.
Op dit moment werkt slechts 7 procent van de werknemers op de bouwplaats in deeltijd. Voor werknemers op kantoor ligt dit iets hoger op 18 procent en in de gehele Nederlandse beroepsbevolking flink hoger op ongeveer 40 procent. Ongeveer 20 procent van de bouwplaatswerknemers geeft dan ook aan dat ze korter zou willen werken. De helft van deze groep vind echter dat dit in het bouwbedrijf waar ze werken niet goed of helemaal niet mogelijk is. Bouwbedrijven zullen echter mee moeten gaan met de huidige tijdgeest waarin deeltijdarbeid gemeengoed is geworden. Dit om een aantrekkelijke werkgever te zijn en te blijven voor de huidige werknemers, maar ook voor toekomstige werknemers. Daarnaast maakt deeltijdarbeid het voor oudere werknemers in zwaardere beroepen vaak mogelijk om langer door te kunnen werken. Op korte termijn vereist het faciliteren van deeltijdarbeid dan misschien veel tijd en energie, op de langere termijn kan het de sector veel voordelen opleveren.
Dat er op het gebied van deeltijdarbeid dus nog wel wat pionierswerk is te verrichten mag duidelijk zijn. Een interessant project in dit verband, is het project ProFlex Bouw in Drenthe dat kortgeleden is afgerond. Bouwbedrijven konden in het project hun parttime vacatures melden en werknemers konden zich eveneens inschrijven, waarbij ProFlex voor de matching van vraag en aanbod zorgde.
Daarmee werd er dus door middel van een arbeidspool zowel flexibiliteit voor het bouwbedrijf als voor de werknemers gecreëerd. Hoewel dit project kleinschalig van opzet was geeft het toch aan dat er in debouwsector naar creatieve oplossingen wordt gezocht om deeltijdarbeid beter mogelijk te maken. Mogelijk dat dit soort projecten er uiteindelijk toe zullen leiden dat deeltijdarbeid in de bouw net zo gewoon wordt als in andere sectoren in de economie. Hoewel cultuurveranderingen meestal langzaam gaan is het een stap in de goede richting.

Reageer op dit artikel