nieuws

‘Vogelaar moet in de regio haar beleid afdwingen’

bouwbreed Premium

Amsterdam – De A4 door Midden-Delfland en de lightrail in Leiden. Iedereen praat erover, maar ze worden niet aangelegd en zijn daarmee symbolen geworden van bestuurlijke onmacht. Woningbouwcorporaties kampen volgens Van Os vaak met vergelijkbare problemen. “Als een burgemeester niet mee wil werken, dan gebeurt er niets.”

Peter van Os

De flatwijk Overvecht in Utrecht is volgens Van Os, die voor zijn overstap naar Rigo jarenlang voor de corporatie Mitros in de Domstad actief was, een goed voorbeeld van een herstructureringsproject waar corporaties vastlopen op lokale bestuurders die onvoldoende meewerken. “Een deel van de bewoners met lage inkomens in Overvecht gaat ergens anders wonen als je zo’n wijk aanpakt omdat het aantal sociale huurwoningen in de wijk dan wordt teruggebracht. Bijvoorbeeld in de nabijgelegen plaatsen Maarssen en Houten. Maar die gemeenten houden de deur dicht door relatief weinig sociale huurwoningen te bouwen en blokkeren daarmee een snelle aanpak van Overvecht.”
Vogelaar moet zich volgens Van Os richten op het oplossen van bestuurlijke patstellingen als in Overvecht door gemeenten en corporaties te dwingen tot samenwerking. “Minister Dekker, haar voorganger, zette sterk in op het afsluiten van prestatiecontracten. Dat moet Vogelaar ook doen. De woningmarkt is regionaal, dus het beleid zou dat ook moeten zijn.” Naast productieafspraken moet in de contracten worden vastgelegd hoe corporaties en gemeenten binnen hun eigen regio samen gaan werken. Zo kunnen rijke corporaties in dunner bevolkte gebieden via diezelfde contracten gedwongen worden om arme branchegenoten in de grote stad financieel te hulp te schieten.
Het fonds van Vogelaar, waaraan alle corporaties verplicht moeten bijdragen om veertig door de minister aangewezen achterstandswijken een extra impuls te geven, verliest in de ogen van Van Os grotendeels zijn nut als corporaties en gemeenten op regionaal niveau samenwerken.”Het Vogelaarfonds lijkt erg op het al bestaande wooninvesteringsfonds. En de aanpak loopt vast op de sterke band tussen corporaties en lokale bestuurders die hun geld liever niet naar de grote stad zien verdwijnen.”
De omslag van een beherende naar een ondernemende organisatie wordt volgens Van Os door veel corporaties te langzaam gemaakt. “In de sector zit gewoon te weinig dynamiek waardoor de noodzakelijke veranderingen eigenlijk niet snel genoeg worden doorgevoerd”, legt hij de vinger op de gevoelige plek.
Het aanpassingsvermogen van corporaties schiet weliswaar te kort, Maar Van Os is niet blind voor de lange weg die zij hebben afgelegd. “Tot 1995, toen de sector werd verzelfstandigd, dicteerde het Rijk de woningproductie en moesten de corporaties de plannen uitvoeren.” Na de verzelfstandiging viel die centrale sturing weg. De sector concentreerde zich hierdoor allereerst op de financiën. “Die moesten in orde zijn”, put Van Os uit zijn ervaring bij Mitros.
Pas begin deze eeuw hebben de corporaties zich meer op hun huurders gericht. Door bijvoorbeeld de beschikbare woningen in een krant aan te kondigen en niet meer met lange wachtlijsten te werken. De laatste vijf jaar is daar de aandacht bijgekomen voor maatschappelijke problemen als het beheer van de publieke ruimte en de herontwikkeling van achterstandswijken.
Corporaties moeten zich volgens Van Os ondanks de moeite die zij hebben met de organisatorische omslag die momenteel wordt gemaakt, niet vastklampen aan oude rechten. Zo zouden de sociale huisvesters best marktprijzen kunnen betalen voor bouwgrond. “Het extra geld dat je hierdoor kwijt bent verdien je makkelijk terug met de waardestijging en uiteindelijke verkoop van de woningen. Wil de sector in beweging komen, dan moet er veel meer geld rollen.” Prikkels voor meer dynamiek in de sector, hoeven niet alleen van buiten te komen. Ook in de organisatie van de corporaties kan volgens Van Os veel worden verbeterd. Om de sociale huisvesters hierbij een handje te helpen schreef hij een 360 pagina’s tellend boek. “Het is eigenlijk niet meer dan een handboek”, vat hij de opzet van het door Rigo zelf uitgegeven ‘Mensen, Stenen, Geld’ bescheiden samen.
Het boek helpt corporaties bij het uitwerken van hun beleid. “Zo is er het dilemma hoe je het aandeel sociale huurwoningen in een wijk terug kunt brengen zonder dat de omvang van je bezit te klein wordt om je doelgroep te bedienen”, legt Van Os uit. Als corporatie kom je bij het aanscherpen van je vastgoedbeleid voor lastige keuzes te staan waarbij het kortetermijnbelang niet altijd met het lange overeenkomt. Van Os: “Moet je een goed functionerend complex slopen voor nieuwbouw of niet? Op de korte termijn kost je dat geld, maar op de lange termijn kan het een investering zijn in de leefbaarheid van de wijk.”
Van Os wil met zijn boek corporatiebestuurders handvaten bieden om hun organisaties en beleid beter op de rails te zetten. Maar daarmee heeft hij de wijsheid niet in pacht. “Wil je alle veranderingen in het gewenste tempo doorvoeren, dan heeft Heer Olivier nog heel wat Tom Poezen nodig om een list te verzinnen.” ■

Reageer op dit artikel