nieuws

Urker bouwbedrijf Oost uitverkoren in eigen kerk

bouwbreed Premium

Een kerk bouwen is heel wat anders dan een woning neerzetten, weet Roelof Oost van het Urker bouwbedrijf Oost. Niet alleen bouwkundig; een kerkgemeente is ook een bijzondere opdrachtgever. Dit heeft vergaande gevolgen voor het bouwproces.De eerste dienst is al op 22 december. Voor het zover is, heeft de aannemer nog veel te doen. Projectleider Roelof Oost regelt het werk van de werknemers van het eigen bedrijf en onderaannemers. Uiteraard. Maar hij heeft ook nog te maken met een groot aantal vrijwilligers.

“In de ruwbouwfase kun je die absoluut niet gebruiken”, legt hij uit. Vanwege de veiligheid. Niet dat het brekebenen zijn; de meesten zijn bouwvakker van beroep en komen in de avonden en op zaterdag voor hun kerk de handen uit de mouwen steken. Zij drukken de kosten flink. Probleem is alleen dat vrijwilligers op een bouwplaats moeilijk zijn te verzekeren. Bij de afbouw wordt de kans op ongelukken kleiner geschat. “Voor de zekerheid heeft iedereen een verklaring moeten tekenen dat ze hier niet zijn onder de verantwoordelijkheid van Oost. Juridisch is het misschien niet waterdicht, maar we doen in elk geval zoveel mogelijk om de risico’s af te dekken.”
En dan is er de opdrachtgever: ook alweer vrijwilligers. Voor de bouwbegeleiding heeft Oost te maken met al dan niet speciaal hiervoor in het leven geroepen commissies. Zo zijn er een kerkvoogdij, kerkenraad, bouwcommissie en inrichtingscommissie. De gezelschappen bestaan uit leden van de kerk­­­gemeenschap.
De nieuwe kerk wordt een modern gebouw met goede isolatie, vloerverwarming en een krachtige luchtinstallatie. Die kan de 1400 kerkgangers waarvoor binnen plaats is in een uur tijd 16.000 kubieke meter verse lucht bezorgen. De bouwdelen zijn vrij klassiek van karakter: driedubbele bakstenen spouwmuren en een staalconstructie met houten liggers.

Traditie

Met het ontwerp voor kerken als deze wordt voortgeborduurd op de eeuwenlange traditie van kerkenbouw. Dat betekent een hoge kerkzaal met een grote overspanning. “Dit is heel wat anders dan hoe we woningen bouwen. “Nu ik zelf een kerk bouw, krijg ik heel veel respect voor de mensen die dat in vroeger tijden hebben gedaan. Als je er goed naar kijkt, zie je hoe vernuftig die oude gebouwen in elkaar zitten.”
Vrijwilligers zorgen voor staaltjes als de opbouw van het orgelfront en de kansel. Verder doen ze de aftimmering van de galerij (het balkon waarop driehonderd zitplaatsen komen), schuren ze in een plaatselijke timmerfabriek het hout van de kerkbanken, maken de kasten, leggen ze de buitenbestrating aan, verrichten ze een flink deel van het schilderwerk en houden ze de boel schoon. Verrassend genoeg loopt het bouwproces volgens Oost heel gesmeerd, ondanks of misschien wel juist mede dankzij het bonte gezelschap betrokkenen. Ruim een jaar geleden is de uitvoering begonnen en nu is het werk alweer bijna af.
De opdrachtgever, dat zijn mensen die beslissen over het besteden van geld dat niet van henzelf is. Dat maakt ze volgens Oost niet nonchalant maar eerder extra kritisch. “Ze zijn erg bang om te veel geld uit te geven.” Bouwbedrijf Oost, een onderneming met zo’n 25 mensen in dienst, werd twee jaar voor de start van de bouw uitverkoren door de kerkvoogdij. “Die heeft het vertrouwen in ons uitgesproken om in een één-op-éénsituatie te gaan bouwen. Dat was een verzoek dat je wel wat doet. Je moet daar goed mee omgaan.” Vertrouwen kan gauw beschaamd worden, wil hij maar zeggen.
Een vertrouwd gezicht is Oost in elk geval: het gaat hier om zijn eigen kerk. Het bestaande gebouw daarvan werd te klein door het groeiende aantal kerkgangers. Oost was van deze kerk, die stamt uit de jaren zeventig, ook de aannemer. Dat was de eerste kerk die het bedrijf bouwde.
Vertrouwen blijkt waar een opdracht als deze om draait. Het op zo’n speciale wijze georganiseerde proces moet goed verlopen en mag geen excuus zijn voor oplopende kosten. “Er is strak gebudgetteerd.”

Stokpaardjes

Dat het programma van eisen vrij uitgebreid is, staat daar wel een beetje haaks op, formuleert hij voorzichtig. “Iedereen heeft zijn stokpaardjes en wil die perfect uitgevoerd zien. Er blijft gepraat worden. Dat gaat tot over zaken als het wel of niet bekleden van de banken, de uitvoering van de geluidsinstallatie, de kansel; alles passeert de revue, tot het eind aan toe.”
Toch toont hij zich heel tevreden want er wordt harmonieus samengewerkt en ook het werk van de verschillende kerkelijke commissies wordt naar zijn zeggen goed op elkaar afgestemd. De vrijwillige bouwvakkers blijken bovendien te zorgen voor vaart. “Als aannemer ben je hier de spil in alles. Wij zijn ontzettend dankbaar dat wij dit mogen doen.”
Wanneer de ervaring van een bouwbedrijf met een specialisme groeit, zingt dat rond. “We hebben momenteel contacten voor de bouw van een derde kerk, in een andere plaats.” Meer wil hij daarover niet kwijt want de zaak nog moet worden beklonken en dan zeg je gauw teveel, weet hij.

Reageer op dit artikel