nieuws

Uitspraken Eurlings vallen slecht bij MKB

bouwbreed

Het is niet waar dat middenbedrijven kunnen meedingen naar grotere, geclusterde projecten. De omzeteisen en het puntensysteem van Rijkswaterstaat schakelen de bedrijven uit.

“De uitspraak van minister Eurlings dat het mkb door combinatievorming wel mee kan doen bij de aanbesteding van grote contracten is de grootste gotspe die ik ooit heb gehoord”, zegt MKB Infra-voorzitter Theo van der Kuil.
Door het clusteren of stapelen van projecten worden die zo groot dat je zijns inziens al tien bedrijven in de combinatie moet hebben om te kunnen voldoen aan de omzeteis. “Het is ondenkbaar dat tien bedrijven in de combinatie zitten. Dat werkt niet. In de praktijk doe je het met twee of drie bedrijven”, aldus Van der Kuil. Weliswaar heeft Rijkswaterstaat een aantal eisen voor combinaties versoepeld, maar daarvoor in de plaats is een rankingsysteem gekomen dat in het voordeel van het grootbedrijf werkt. “Zo krijgt een inschrijver meer punten naarmate hij meer referentieprojecten heeft. Ook vallen er punten te verdienen met het aantal disciplines dat een inschrijver in huis heeft. Extra punten krijgt hij dan ook nog als die disciplines in één project zijn toegepast. Door deze systematiek krijgt het grootbedrijf een voorsprong bij de aanbesteding”, aldus de infra-voorzitter. Volgens hem blijkt uit antwoorden op Kamervragen overduidelijk dat de overheid weliswaar met de mond de rol van het mkb beleid, maar de middenbedrijven tegelijkertijd voor te dom verslijt om grote projecten aan te nemen. Minister Van der Hoeven (Economische Zaken) schreef in juli mede namens Eurlings dat “de opdrachten op een hoger abstractieniveau, functioneel gespecificeerd worden en steeds vaker gewerkt wordt met het gunningscriterium ‘economisch meest voordelige aanbieding’ in plaats van laagste prijs. Deze opdrachten kunnen buiten de scope van het mkb liggen”. “Natuurlijk zijn er projecten die te complex zijn voor het middenbedrijf. Die zullen er ook altijd zijn.
Maar dat is wat anders dan het stapelen van projecten die normaal gesproken prima binnen onze scope passen”, vindt Van der Kuil.

Teleurgesteld

Hij is wat dit betreft ook teleurgesteld in Bouwend Nederland dat propageert dat middenbedrijven of zich moeten specialiseren of als onderaannemer moeten optreden. “Dat is een te eenzijdige en monopolistische benadering in het belang van het grootbedrijf”, meent de infra-voorzitter.
Hij vindt het daarnaast een fabeltje dat samenvoegen van projecten leidt tot een betere prijs. “Groot, groter, grootst is niet synoniem met goed, beter, best. Bij ongebreidelde opschaling gaat men voorbij aan de balans tussen de economy of scale en de economy of scope”, is zijn mening.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels