nieuws

‘Slopers maken zichzelf vaakbelachelijk’

bouwbreed

Als er één bedrijf is dat bij iedereen in de sloperij over de tong gaat is het Beelen Sloopwerken uit Harderwijk. Geen enkel ander bedrijf wekt zoveel weerstand en tegelijkertijd bewondering.

Want als je in zeven jaar vanuit het niets uitgroeit tot het grootste sloopbedrijf van Nederland worden de wenkbrauwen gefronst. “Ze werken onder de prijs, ze maken de markt stuk, het kán niet eerlijk zijn”, zijn slechts enkele van de kwalificaties die je in de markt hoort.
Directeur Wim Beelen kent de verhalen zelf ook, maar haalt zijn schouders er over op. “Geld verdienen is moeilijk in deze tak van sport. Dus dan moet je het zoeken in de kosten. Houd je die laag, dan kun je er een goede boterham aan overhouden.”
Het neigt een beetje naar de typisch Nederlandse eigenschap om van iedereen die zijn hoofd boven het maaiveld uitsteekt de kop eraf te hakken.
Wim Beelen begon in 1999 als sloper, zonder ervaring – “ik was maar een boertje, kon beter koeien gaan melken, werd door andere sloopbedrijven geroepen” – maar met een gezonde dosis ambitie en strijdlust. Nu, acht jaar later en – dat mag ook wel eens vermeld – op een leeftijd van pas 32 jaar, staat hij aan het hoofd van het grootste sloopbedrijf van Nederland. En dat is vragen om moeilijkheden in ons Calvinistische landje. Overal waar de naam Beelen valt roept dat heftige reacties op. Van onomwonden respect voor zoveel daadkracht, tot het bijna jaloerse ‘er zal wel iets niet kloppen’.

Zakelijk

Zelf ligt de man uit Harderwijk er niet wakker van. “Waarom zou je een sloopbedrijf niet kunnen runnen zoals men een bedrijf als Heineken of VolkerWessels leidt? Het is in dit wereldje ongebruikelijk om gewoon op een zakelijke manier je geld te verdienen.
Van oudsher is er gerommeld en gerotzooid in de sloop. Nu is er een bedrijf dat laat zien dat je ook kunt groeien op een manier zoals dat in het bedrijfsleven gebruikelijk is en dan wekt dat argwaan. Ze zijn het niet gewend. Ik neem genoegen met een rendement van vijf procent. Dat is misschien niet heel veel maar we kunnen er wel mee groeien. En op een omzet van 55 miljoen per jaar is het niet slecht toch?”
Beelen heeft de slopersbranche behoorlijk opgeschud. Zoveel moge duidelijk zijn. En er gaat een duidelijke visie schuil achter het succes. Want niet voor niets doet de firma veel aan marketing, en zorgen ze dat ze goed zichtbaar zijn op de vele binnenstedelijke slooplocaties en in de verschillende bouwmedia. Zelfs sponsoring van sportclubs is iets waar het bedrijf tegenwoordig geld aan uitgeeft. Beelen: “Dat is ten eerste goed voor de naamsbekendheid natuurlijk. We sponsoren VVOG en staan op de reclameborden bij diverse clubs uit de eredivisie. Maar ik vind ook dat het bedrijfsleven een verantwoordelijkheid heeft naar de samenleving. Sport is belangrijk en dat willen we uitdragen. Dat is maatschappelijk verantwoord ondernemen.”
Rotklussen
Ondanks zijn jonge leeftijd draait Beelen al een tijdje mee. Op zijn 17de stopte hij met school en ging hij werken.
Rotklussen uitvoeren die niemand anders wilde doen. Ladingen uitscheppen, bermen maaien, vuilnis ophalen, aanpoten. Al snel besloot hij dat het meer opleverde als hij personeel verhuurde aan derden. Toen hij 22 was had Beelen meer dan honderd man voor zich werken die voor aannemers, slopers en vuilnisbedrijven het rotwerk opknapten. Een financiële tegenslag – tegenwerking zeggen sommigen – maakte dat hij in 1999 besloot zelf een sloopbedrijf te starten. Met als doel om binnen vijf jaar tot de grootsten te behoren. “Als je iets doet moét je bij de top willen horen.” En hij lijkt woord te hebben gehouden. Zoiets is onmogelijk als er geen duidelijke visie achter schuil gaat.
“Die visie bestaat er voor een belangrijk deel uit dat ik de sloop professioneler wil maken en naar een hoger plan wil tillen. Het imago moet veranderen.
Dat is voor alle partijen beter. Ik denk dat de sloperij een prachtige toekomst in het verschiet heeft. We zijn een hele mooie bedrijfstak. Maar wij slopers maken onszelf regelmatig belachelijk. Als de één inschrijft voor drie ton en een ander een ton toegeeft maak je jezelf als branche volstrekt ongeloofwaardig. Zo’n verschil moet niet kunnen. En het kán ook niet. Als alles keurig gebeurt zoals het hoort te gebeuren dan zal dat niet voorkomen. Maar het is een vader op zoon-business, waarin alles wordt afgeregeld en bedisseld. Een geregeld wereldje. Wij zijn in zeven jaar tijd vanuit het niets gekomen, hebben er zeven jaar lang tegenaan geknokt. En je ziet het resultaat.”
“De sloperij wordt duister gehouden. Ik vind dat het veel opener cultuur moet worden. Vandaar dat je hier in ons kantoor ook alleen maar glas ziet. Een open bedrijfscultuur.
Ik wil openheid uitstralen. Volstrekt transparant. Iedereen mag bij mij in de boeken kijken. Ik heb niets te verbergen. Om een gezond bedrijf te hebben moet je goed rekenen. De calculatiemethode moet helder zijn en daar moet je aan vast houden. Dat gaat boven emotie.
Veel slopers hebben amper een bedrijfsvoering, het is gewoon nog geen serieuze bedrijfstak. En dat is jammer want het is echt een professioneel vak.

Gek

De onorthodoxe benadering maakte hem niet populair. Zorgde in het verleden voor veel weerstand en gekissebis. “Wij waren de eerste in Europa die met een lange giek gingen werken. Omdat ik vind dat beulen niet meer kan. Het is te gevaarlijk, je hebt het niet in de hand. Wij knippen alleen maar. Een stuk veiliger en uiteindelijk ook goedkoper. Maar goed. Toen we in Amsterdam een paar jaar geleden het Swammerdaminstituut gingen slopen, midden in het centrum, hebben we een machine met een giek van 44 meter aangeschaft. Iedereen verklaarde me voor gek en zei dat er niet voldoende werk voor zo’n machine was. Nou, ik kan je zeggen dat die kraan sindsdien nauwelijks met de korte giek gedraaid heeft. Die machine heeft inmiddels 8500 draaiuren, in vier jaar. Nu hebben we een kraan met 62 meter giek, en weer roept iedereen dat het niet kan. We zullen zien. De volgende die ik heb besteld wordt bijna honderd meter. Maar het klopt, je moet veel werk aannemen om die apparaten draaiende te houden. Maar dat doen we dan ook. Vandaar de uitbreidingen naar België en Duitsland.”
“Wij hebben alle machines die je nodighebt. Van de kleinste schaar, giek of kraan tot de grootste. Daardoor hebben we voor ieder werk het juiste gereedschap. En dat maakt dat je goedkoop kunt werken. Dan krijg je dus dat we regelmatig meer dan een ton lager inschrijven op een werk dan een concurrent. Die dan gaat roepen dat we de markt kapot maken. Tsja.”

Terugzaaien

In de visie van Beelen is slopen een vak. Een vak dat bovendien steeds specialistischer wordt, niet in de laatste plaats vanwege het toenemend aantal regels en certificaten. “We openen binnenkort ons eigen recyclingcentrum in Houten. Dat past in het eerder genoemde verantwoord ondernemen. We willen duurzaam werken. En dus hebben we daar een installatie laten maken waarmee we regenwater opvangen en dat hergebruiken, door het uit te sproeien tegen het stof. Ik vind dat we milieuvriendelijk móeten werken. Terugzaaien wat we oogsten. Niet alleen in sport en goede doelen, maar ook in het milieu. Want we verkwanselen de boel in Nederland. We moeten nu allerlei grondstoffen voor de bouw uit het buitenland halen, maar dat houd eens op. In Houten maken we dat 98 procent van wat we daar verwerken hergebruikt kan worden. Zodoende heb ik ook alle schakels van het sloopproces in eigen hand. Inclusief de kosten want ik ben van niemand meer afhankelijk.”
Om er direct sneer aan de Rijksoverheid aan toe te voegen. “Waarom geeft die overheid vergunningen af voor de bouw van een aantal vuilverbrandingsovens. Kost miljoenen en is slecht voor het milieu. Terwijl ze aan de andere kant oproepen tot meer duurzaamheid. Nou duurzaam is niet verbranden. Dat is hergebruiken.”

Jeugd

Ook op personeelsgebied is Beelen strikt. Een nieuw softwaresysteem maakt dat praktisch iedere werknemer inzicht heeft in de kosten binnen de Beelen Groep. “Die heldere cultuur houdt mijn mensen scherp. Mensen verslappen namelijk als je ze dom houdt. Hier is iedereen kostenbewust.”
Om dezelfde reden – mensen scherp en alert houden – neemt hij liever geen personeel aan dat al eerder in de bouw werkzaam was. “Ik heb liever niet dat iemand iets al dertig jaar op dezelfde manier doet. Bij ons worden mensen dus constant opgeleid en gecoacht, zodat ze door kunnen groeien. Zowel binnen als buiten het bedrijf. Want iemand die al jaren in de sloop heeft gewerkt is misschien wel versleten. Die wil misschien wel iets anders gaan doen. Zo hebben we zelfs een keer iemand omgeschoold, zodat hij in de bejaardenverzorging kon gaan werken. We zitten er als samenleving namelijk niet op te wachten dat zo iemand in de ziektewet beland. Ook dat is maatschappelijk verantwoord ondernemen.”
“Ook vind ik dat iemand van boven de 50 niet aan het roer van een bedrijf zou moeten staan. Zo iemand heeft het vuur en de passie niet meer. Die moet terugtreden en bijvoorbeeld een adviserende rol krijgen. De jeugd moet de dagelijkse leiding over een bedrijf hebben, mensen van boven de 50 kunnen het niet meer bijbenen. Net als in de ICT moeten ook in de bouw en sloop innovaties elkaar in snel tempo opvolgen. Alleen dan worden we een serieuze bedrijfstak. Ik heb nog een jaar of vijftien te gaan dus, en dan zoek ik een geschikte opvolger.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels