nieuws

Ken de feiten

bouwbreed

De plannen voor volgend jaar worden gesmeed. Niet alleen de bedrijven in de bouw maken een bedrijfsplan, maar ook personen en organisaties die stimulerend of ondersteunend in de sector werkzaam zijn. Het bevorderen van innovatie en het verbeteren van bedrijfsprocessen staat ook volgend jaar weer centraal in de plannen. Tot zover niets dan lof.Aan het opschrijven van de plannen voor de toekomst gaan meestal een paar overwegingen vooraf. Als het goed is gebaseerd op analyses van de gang van zeken in het verleden. Daarop worden de plannen voor verbetering gebaseerd. Van belang is daarbij, of alle beschikbare feiten die je voor een degelijke analyse nodig hebt, bekend zijn en dan ook gebruikt worden. Ik twijfel daar wel eens aan.

De plannen voor volgend jaar worden gesmeed. Niet alleen de bedrijven in de bouw maken een bedrijfsplan, maar ook personen en organisaties die stimulerend of ondersteunend in de sector werkzaam zijn. Het bevorderen van innovatie en het verbeteren van bedrijfsprocessen staat ook volgend jaar weer centraal in de plannen. Tot zover niets dan lof.Aan het opschrijven van de plannen voor de toekomst gaan meestal een paar overwegingen vooraf. Als het goed is gebaseerd op analyses van de gang van zeken in het verleden. Daarop worden de plannen voor verbetering gebaseerd. Van belang is daarbij, of alle beschikbare feiten die je voor een degelijke analyse nodig hebt, bekend zijn en dan ook gebruikt worden. Ik twijfel daar wel eens aan.
Nemen we als voorbeeld de man van het Living Building Concept (LBC), Hennes de Ridder. Vorige week woensdag gaf hij zijn geloofsbrieven nog eens af in Cobouw. Hij start zijn verhaal met enkele feiten die onjuist zijn, dan wel niet onderbouwd worden. Het aandeel van de bouw in het bruto nationaal product is niet 11 maar bijna 7 procent, het energieverbruik in de bestaande gebouwenvoorraad rekent hij toe aan de bouwnijverheid, de bedrijfstak die bouwwerken produceert. De bekende faalkosten worden weer opgediend, dit keer is het 10 procent. “Dramatisch vergeleken met andere sectoren”, aldus De Ridder.
Kennen we soms de omvang van faalkosten in andere sectoren? Met forse penseelstreken wordt vervolgens een beeld van een bedrijfstak geschetst: moordende prijsconcurrentie, geen winst, geen garantie, geen innovatie, gerommel en meerwerk, faalkosten en nog meer van dit moois. Ook hier weer geen feiten, maar niet gestaafde meningen die je hier en daar kan horen.
Wat die prijsconcurrentie betreft kan het geen kwaad kennis te nemen van de cijfers die het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid (EIB) al een reeks van jaren publiceert. In de b0x26u wordt de omzet van hoofdaannemers voor eenderde behaald in concurrentie. Bijna 40 procent komt uit het één-op-één opdrachten. Ruim 10 procent van de omzet wordt geboekt uit projecten voor eigen risico.
In de gww liggen de verhoudingen anders. Ruim tweederde van het werk wordt in concurrentie verworven. Geen winst in de bouw? Niet alleen wordt een redelijke marge op de omzet gerealiseerd, het rendement op het eigen vermogen mag er zijn. Het hameren op een gebrek aan innovatie is, lijkt zo langzamerhand eerder een mantra. Zou er misschien ook een verband kunnen zijn tussen het tempo van (mogelijke) innovaties, de aard van de producten en de wensen van de klanten?
Graag neem ik ook in de toekomst kennis van de opvattingen van De Ridder, ook als die nogal stellig worden geformuleerd. Maar het kan geen kwaad aantal feitelijkheden te onderkennen. Dat kan de stelligheid wat afzwakken.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels