nieuws

‘Gemeenten denken nog veel te plat’

bouwbreed Premium

Ruimtelijke ordenaars in Nederland denken nog veel te plat, vindt het ministerie van VROM. Zeker in een dichtbevolkt land biedt de ondergrond enorme mogelijkheden. In de steden is ook steeds meer noodzaak om omhoog en omlaag te gaan.

Als directeur Normstelling, Instrumenten en Beleidskaders van het ministerie van VROM heeft drs.ing. Peter Torbijn vandaag de schone taak om tijdens het congres ‘Echte schatten vind je in de ondergrond’ de visie van het departement over de ontwikkeling van de ondergrond weer te geven.
De VROM-bijeenkomst met deskundigen, marktpartijen en overheden staat niet op zichzelf. Het departement gaat al enige tijd actief de boer op om beleidsmakers van lagere overheden erop te wijzen dat zij de ruimte onder de grond moeten betrekken bij hun ruimtelijke afwegingen.
Torbijn zegt dat er nog een wereld te winnen is op dat punt. Juist in Nederland zijn er veel mogelijkheden om de derde dimensie op te zoeken. De slappe bodem zorgt misschien voor funderingsproblemen, maar maakt het relatief toch eenvoudig om de diepte in te gaan. “Op een rotsbodem is het toch moeilijker de ondergrond te ontwikkelen.”
Voor het behoud van de open ruimte in Nederland en met het oog op het toenemende ruimtegebrek in de Randstad is een blik op de mogelijkheden beneden het maaiveld onvermijdelijk, zegt Torbijn. In de steden wordt het ondanks de extra kosten steeds aantrekkelijker de ondergrond te benutten.

Pilots

“Feitelijk gebruik je de grond dubbel voor dezelfde grondprijs. Daarnaast kun je je onderhoud slimmer organiseren. In de ondergrond kun je leidingstraten aanbrengen, waar je zo doorheen kunt lopen. Dit kan enorm in kosten schelen.”
VROM belicht tijdens het congres uitgebreid de vier pilots met ondergrondse bouw in Rotterdam (stadshavens), Arnhem (Rijnboog, Utrecht (Stationsgebied) en Enschede (Usseler Es) en hoopt dat deze projecten andere gemeenten inspireren.
Torbijn ziet een reeks van mogelijkheden. “Je kunt de kwaliteit boven de grond een enorme oppepper geven, de Rotterdamse koopgoot en de Haagse tramtunnel zijn mooie voorbeelden. Een winkel- of fitnesscentrum kun je net zo goed in de grond laten zakken. Je kunt ook proberen vuile functies, zoals huisafval- en goederentransport onder de grond te brengen.”
De ambtenaar is er stellig van overtuigd dat de ondergrondse bouw een vlucht neemt en de techniek een gigantische ontwikkeling zal doormaken. En met de toenemende bouwactiviteiten wordt ook de noodzaak voor gemeenten groter om het onder de grond goed te regelen, stelt hij. “We moeten naar driedimensionale bestemmingsplannen toe; gemeenten krijgen in toenemende mate problemen als het niet goed geregeld is.”
Zelf denkt Torbijn dat de nieuwe Wet op de ruimtelijke ordening, die gemeenten verplicht minstens eens in de tien jaar een bestemmingsplan te herzien, een stok achter de deur kan zijn. “Het zou mooi zijn als gemeenten in hun bestemmingsplan de verbinding tussen de boven- en de ondergrond gaan leggen.”

Reageer op dit artikel