nieuws

Freek Oranje gelooft heilig in hoogwaardig hergebruiken

bouwbreed

Als het aan Freek Oranje ligt maken we de wereld een beetje beter en beginnen we bij ons zelf. Vandaar dat duurzaam werken bij hem boven alles gaat. En en passant helpt hij langdurig werklozen ook nog aan een baan. Want hij “krijgt energie van zo’n reïntegratieproject en van duurzaamheid”. Dat zoiets niet direct geld oplevert zij dan zo. “Als uiteindelijk alles maar in balans is. En het zit nu eenmaal in mijn natuur om dingen anders te doen.”

Het begon ooit doen 
Freek Oranjeergens las dat de hoeveelheid bouwafval in de komende jaren zou gaan verdubbelen. Zeker nu we langzaamaan een flink gedeelte van de woningvoorraad die in de jaren zestig is gebouwd gaan slopen is dat geen rare voorspelling. Oranje dacht bij zichzelf: “Waar laten we al dat spul? Waar moet al dat puin, staal en plastic naartoe? Toen besefte ik dat we het proces volledig anders moeten gaan beheersen.”

Oranje begon toen met wat hij duurzaam slopen is gaan noemen. Of eigenlijk spreekt hij liever van demonteren of amoveren. “Dat staat wat chiquer. Want slopen heeft toch nog steeds een negatieve klank.” In de visie van Oranje moet het meeste materiaal dat vrijkomt bij de sloop van een gebouw hoogwaardig kunnen worden hergebruikt. En het kernwoord is hoogwaardig. “Want je kunt betonpuin natuurlijk verwerken tot granulaat dat je vervolgens gebruikt bij de aanleg van wegen, maar beter is het om het te terug te verwerken tot beton. En hout kun je afstorten of verbranden, maar beter is om te zorgen dat het in de keten wordt hergebruikt. Vroeger ging dat niet anders, maar dat werd veroorzaakt door schaarste en dus waren de prijzen goed. Toen zijn we met zijn allen een tijdje stout geweest, hebben we alles op een hoop gegooid en als afval verbrand. De laatste jaren komt er een kentering. Ik ben van mening dat alles weer opnieuw is te gebruiken. Uiteindelijk is immers alles te herleiden tot stof. Glaswol kan weer worden gebruikt, kunststof, alles.” 

Oranje denkt niet dat zijn manier van werken persé duurder is. “Nee, weet je wat het probleem is? Dat niemand weet wat marktconforme prijzen zijn. Dat hebben we aan onszelf te danken. Omdat er altijd bedrijven zijn die onder de prijs duiken. Omdat ze niet aan regels voldoen, omdat ze niet de juiste papieren hebben. Opdrachtgevers laten dat gebeuren omdat ze alleen op prijs selecteren. Aanbesteden is leuk, zolang je aannemers ook aan de selectiecriteria houdt en daar op handhaaft. Dat gebeurt nauwelijks is Nederland. Ambtenaren van Bouw- en Woningtoezicht zijn onvoldoende op die taak berekend. Er is niet voldoende kennis om de markt te doorzien. Het boefjesgehalte in de sloop is nogal groot. Er is een spanningsveld tussen die boefjes en de ‘betere bedrijven’, maar we slagen er als branche niet in dat imago om te buigen.”

Om dezelfde reden heeft Oranje niet al te veel vertrouwen in de Algemene Maatregel van Bestuur die binnenkort in werking treedt en die (hoogwaardig) hergebruik van deelstromen die vrijkomen bij sloop of demontage moet stimuleren en de regelgeving omtrent het sloopproces moet uniformeren. “Als die AmvB niet wordt gecontroleerd en gehandhaafd is het een wassen neus.” De andere manier van werken zal niet branchebreed worden opgepakt verwacht Oranje. “De sloop lijdt aan een soort minderwaardigheidscomplex. Ze durven niet over het slechte imago te praten. Eerst wachten we met zijn allen tot de overheid ons regels oplegt en vervolgens zoeken we naar manieren om die regels te ontduiken.”

Zelf heeft Oranje meerdere malen geprobeerd om het imago van sloopbedrijven te verbeteren. “Nu begrijp ik dat ik tien, vijftien jaar geleden gewoon te vroeg was. We waren er niet klaar voor. Maar we hebben destijds, toen ik nog bestuurslid van de Babex was, bijvoorbeeld getracht een materialenbank op te zetten. In een coöperatie-model. Verschillende bedrijven waren voor, waaronder Bottelier en Pongers. Maar uiteindelijk geven de tegenstrijdige belangen de doorslag. Die zijn te groot. En men denkt teveel op de korte termijn. Ik pak het nu anders aan sinds ik heb geleerd dat transities altijd twee generaties duren. Ik ga zelf door op de ingeslagen weg. Pionieren, onderscheidend bezig zijn. Want leiders krijgen vanzelf navolging. Het gaat de rest vanzelf irriteren als ze zien dat het goed gaat met Oranje. En dan zullen ze volgen.”

Een beetje een wereldverbeteraar is hij wel. Want niet alleen vindt hij dat slopen zo duurzaam en hoogwaardig mogelijk moet gebeuren. Ooit ging hij zelfs zover dat hij zijn mensen stopcontacten uit slooppanden liet schroeven om die vervolgens her te gebruiken. “Daar is smakelijk om gelachen door de concurrenten. Maar het was een reïntegratieproject. We zoeken goede mensen in de sloop en dit was bedoeld om arbeid te creëren. Ik snap ook wel dat je zoiets niet op grote schaal kunt doen. Daar is geen afzetmarkt voor. Ik verdiende ook niet veel aan die opdracht, maar heb de BV Nederland wel een dienst bewezen. Want die mensen zouden anders een uitkering krijgen. En het is ook gewoon leuk om mensen uit een uitzichtloze situatie te helpen. Daar krijg ik energie van. Een beetje out of the box-denken, dat vind ik leuk”

Om diezelfde reden begint Oranje binnenkort een eigen, interne, bedrijsschool. Net als andere slopers is het verschrikkelijk moeilijk goede mensen te krijgen. “En die worden nu eenmaal niet geboren, die moet je opleiden. Omdat dat op reguliere scholen nauwelijks gebeurt ga ik het zelf doen. Met een leerling-leermeester systeem. Net als vroeger.”

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels