nieuws

Conflicten in bouwproces

bouwbreed

Hoofdaannemers gaan slordig om met de belangen van onderaannemers en particuliere opdrachtgevers weten weinig van de bouw. Dit zijn grondoorzaken van conflicten die bij de Arbitragecommissie Bouw terechtkomen.

Dit blijkt uit het proefschrift Ontevredenheid in de Nederlandse bouw; een onderzoek naar het sociale interactieproces tussen partijen van Martien Reniers. Hij is adviseur contract- en projectmanagement bij advies- en ingenieursbureau DHV en promoveert op 5 november aan de TU Delft.
Fouten in de planning, gebreken, schade en het niet betalen van facturen zijn belangrijke oorzaken van conflicten tussen opdrachtgevers en aannemers. “Partijen hebben over het algemeen een verkeerde verwachting van elkaar”, aldus een toelichting. “Gedurende de samenwerking is voor een succesvol resultaat continue afstemming en evaluatie noodzakelijk.”
Volgens Reniers ontwikkelen opdrachtgever en aannemer tijdens het bouwproces ieder een apart beeld van het project dat ze onder handen hebben. Interpretatieverschillen over de aard van de opdracht zijn vaak het begin van een ruzie. “Het conflict is een gezamenlijk gegroeid ongenoegen”, concludeert Reniers. “Beide partijen hebben invloed op het conflict en hebben daardoor invloed op het ontstaan van ontevredenheid.” Daar komt bij dat de strijdende partijen veelal elkaars belangen tegenwerken. Met als gevolg dat in ruim de helft van de arbitragevonnissen beide partijen een vordering hebben en ervan overtuigd zijn dat de tegenpartij niet in zijn recht staat.

Arbitragezaken

Voor zijn onderzoek bestudeerde Reniers 90 arbitragezaken die over een periode van tien jaar speelden. Daarnaast onderzocht hij zes bouwprojecten op basis van zeven interviews met zowel opdrachtgevers als aannemers. Uit deze interviews komt onder meer naar voren dat aannemers niet altijd adequaat reageren op problemen van de opdrachtgever. Daarnaast spelen ook misverstanden tussen de beide partijen een rol. “Het bouwproces is dikwijls onbevredigend voor opdrachtgevers omdat zij niet krijgen wat zij wensen of omdat zij een te hoge prijs moeten betalen”, zo beoordeelt Reniers. Aannemers daarentegen zijn vaak ontevreden omdat de kosten die ze maken hoger uitvallen dan ze op basis van de opdracht hadden gepland, waardoor ze minder winst maken. Deze zogenaamde faalkosten, bedragen jaarlijks tussen 5 en 6 miljard euro.
Reniers deed zijn onderzoek naar aanleiding van de jaarlijks terugkerende faalkostenpost. Een andere reden voor zijn onderzoek was de parlementaire enquête Bouwnijverheid die in 2002 werd gehouden.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels