nieuws

Bouwer mist vakkennis bijzondere contracten

bouwbreed

Nederlandse aannemers kunnen slecht uit de voeten met nieuwe contractvormen en bijbehorende verantwoordelijkheid. Directeur-generaal Bert Keijts van Rijkswaterstaat is nog niet onder de indruk van de professionaliteit van de bouwsector en maakt zich zorgen over grote contracten als de A15 MaVa en A4-Zuid. De opdrachtgever voelt zich niet behandeld als ‘koning klant’.

Bert Keijts

Desondanks voorspelt Keijts dat de opmars naar steeds grotere contracten niet is te stuiten. “Een paar geleden hebben we de hele markt op z’n kop gezet met ‘markt, tenzij’. Er is geen weg terug en verdere opschaling is onontkoombaar.” Al was het maar omdat Rijkswaterstaat nog 5 procent extra moet inkrimpen en dat alleen lukt door nog meer taken af te stoten. Hij constateert echter dat marktpartijen maar moeilijk kunnen meekomen. “Zelfs bij ‘de grote vijf’ zou het een stuk beter kunnen.”
De topambtenaar noemt zichzelf “iets te naïef”, dat hij zich een paar jaar geleden zo heeft laten “opdrukken door de markt”. Onder invloed van Bouwend Nederland en VNO-NCW heeft Keijts zich laten overtuigen dat de markt klaar was voor nieuwe contractvormen met veel meer vrijheid. “Dat valt tegen”, concludeert hij nu. De omslag naar de nieuwe manier van werken verloopt uiterst traag. Hij steekt de hand ook in eigen boezem: “Wij hebben ze zelf zo gemaakt met onze werkwijze.”
Keijts bezocht in de afgelopen drie jaar regelmatig zijn Britse collega’s van de Royal Highway Agency in het kader van het uitwisselingsproject PIM. “Wat een eye-opener. Toen werd me duidelijk dat het echt anders kan. In Engeland is sprake van een heel ander samenspel tussen opdrachtgever en opdrachtnemer. De opdrachtnemer steekt veel tijd en energie in de relatie met zijn opdrachtgever, want die wil over zeven jaar zijn contract verlengen. Daar steekt de aannemer uit zichzelf veel energie in de klantrelatie en zit veelvuldig aan tafel met de opdrachtgever om te overleggen over de werkwijze”, heeft Keijts met eigen ogen gezien.
Rijkswaterstaat steekt veel op over uitbesteden en verkeersmanagement, maar omgekeerd raken de Britten overtuigd van het gebruik van vluchtstroken als spitsstrook. Na een succesvolle proef, is recent besloten ook in Engeland veel vaker de vluchtstrook beter te benutten, weet Keijts te melden.
De aanpak van de M25, de rondweg bij Londen, heeft Rijkswaterstaat geïnspireerd bij het vormgeven van het dbfm-contract voor de A15 Maasvlakte-Vaanplein. Een megaproject van 2 miljard euro. Keijts heeft zijn twijfels bij het organiserend vermogen van aanbiedende partijen. “Daar maak ik me wel zorgen over. Je kunt je niet veroorloven dat zo’n project misloopt. Minimaliseren van verkeershinder en kwaliteit zullen zwaar meewegen.” De 40 kilometer snelweg moet worden verbreed naar twee keer vijf rijstroken. De werkruimte is echter minimaal de en economische waarde van het gebied groot. Niet voor niets worden buitenlandse aanbieders zeer uitdrukkelijk uitgenodigd in te schrijven.
Marktpartijen hebben moeite met de bijbehorende verantwoordelijkheid en blijven nog altijd afwachtend in plaats van pro-actief. Veel pps-contracten verlopen moeizaam, maar ook innovatieve contracten, zoals het wegonderhoud in Zeeland verdienen nog niet de schoonheidsprijs. “Het is wel een echt contract. Het is geen spel, maar gaat om echte knikkers.” In Zeeland experimenteert Rijkswaterstaat zowel met onderhoudscontracten voor snelwegen als vaarwegen. De eerste is relatief snel op de markt gezet en kampt met aanloopproblemen. Rijkswaterstaat nam aannemer Heijmans op sleeptouw naar Engeland om te laten zien hoe ze de samenwerking voor ogen hadden.
De opdrachtgever is nog niet onverdeeld gelukkig met het resultaat: Kritische ambtenaren krijgen deels gelijk: verkeersborden in Zeeland hangen maandenlang scheefgezakt langs de weg. Vroeger zou dat niet zijn gebeurd. “Dat klopt. De aannemer wacht liever op een paar klussen en gaat niet voor een scheefgezakt bord de weg op. Tegelijk is het verkeersbeeld van de weggebruiker ook belangrijk.” Daarnaast blijkt de schaderegeling niet goed geregeld in het bestaande contract.
Keijts is voorstander van de pilots in Zeeland zoals die door het Partnerprogramma Infrastructuur Management zijn uitgezet. “Ik wacht graag af of een formule werkt, alvorens dat meteen Rijkswaterstaatbreed in te voeren. Anders gaat het meteen twaalf keer mis. Daarvoor hoef je niet de gehele contractperiode af te wachten. Na een, anderhalf jaar hebben we echt wel een beeld of een noviteit breder is toe te passen.”
Onderdeel van de pilots is het uitproberen van de corridor-benadering. Daarbij wordt zowel het Nederlandse hoofdwegennet als het vaarwegennet in corridors opgeknipt. Het is aftasten in hoeverre Rijkswaterstaat in de toekomst beheer en onderhoud van hele corridors op de markt wil zetten.
De A15 MaVa is daar een voorbeeld van en dat geldt ook voor de vaarweg Hansweert – Krammersluizen. In Brabant daarentegen heeft Rijkswaterstaat juist alle onderhoudscontracten bij elkaar geveegd en die in één keer op de markt gezet.
De plannen voor de A4-Zuid tussen de havens van Rotterdam en Antwerpen gaan nog een stap verder. Daar zullen private partijen een weg aanleggen, financieren en beheren in combinatie met gebiedsontwikkeling eromheen. Op de vraag of dat dan niet te hoog gegrepen is, antwoordt Keijts: “Ik hoop echt dat het lukt. Dan heb je voor het eerst een serieus traject met andere spelers dan Rijkswaterstaat. Daarmee kun je pas een echte benchmark opzetten.” n

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels