nieuws

Beperk rol overheid bij volkshuisvesting

bouwbreed

De overheid moet zich beperken in haar bemoeienis met de volkshuisvesting. Dat vindt voorzitter Jo Goossens van de vereniging van ontwikkelaars en bouwondernemers NVB.

Kaders stellen en ruimte bieden, dat is waar de overheid zich toe moet beperken. “Op detailniveau moet de overheid niets doen, maar het aan de markt overlaten. Nu zie je bij grootschalige wijken dat de overheid de stedenbouwkundige opzet bepaald en wat voor soort woningen er moeten komen. Dat is geen marktwerking”, vindt Goossens.
Het gevolg van de strakke overheidsbemoeienis is duidelijk zichtbaar, Momenteel staan 22.000 nieuwbouwwoningen leeg. Daarbij gaat het voornamelijk om appartementen die kennelijk ook nog op de verkeerde plek staan. Dat is dan een schrijnend contrast met de wijken en woningen uit de jaren dertig van de vorige eeuw, waar veel vraag naar is. Dat was een tijd waarin de overheidsbemoeienis met de volkshuisvesting uiterst beperkt was.
“De overheid kan sturen op twee zaken: de plancapaciteit en de keuze voor stad of ommeland. De plancapaciteit is bewust laag gehouden met als gevolg zeer sterk stijgende grondprijzen. Bij de keuze tussen stad of ommeland heeft de angst geregeerd dat Nederland verrommelt. Dat geldt echter voor de bedrijfsterreinen waar onvoldoende regie gevoerd is. Maar het wordt vertaald naar woningbouwontwikkelingen”, vindt Goossens.
Het gevolg daarvan is een focus op binnenstedelijke ontwikkelingen die ook financieel bijna niet haalbaar zijn. De grondprijzen en de momenteel sterk stijgende bouwkosten zijn daar debet aan.

Onrealistisch

De ontwikkelaar vindt het mede hierom onrealistisch om te denken aan de bouw van 80.000 tot 100.000 woningen per jaar. “Natuurlijk moeten er woningen bijkomen. Maar daarop moet niet uitsluitend het accent liggen. Het accent moet liggen op de kwaliteit van wonen en leven. Een realistischer aantal is 60.000 tot 70.000 woningen. Met hogere aantallen houden we onszelf voor de gek”, vindt hij.
Goossens is dan ook blij dat de VROM-raad in zijn advies ook concludeert dat het volkshuisvestingsbeleid op de schop moet. “Het moet dan wel gaan om een totale herziening. Want het heeft alleen zin als als naast het afschaffen van de renteaftrek ook de huurliberalisatie, de huursubsidies, de grondpolitiek en de rol van corporaties tegen het licht worden gehouden”, aldus de NVB-voorzitter.
Al eerder heeft zijn organisatie zich voorstander getoond van afschaffing van de hypotheekrenteaftrek mits dat maar verantwoord in een periode van 30 jaar gebeurt. Dit om te voorkomen dat de woningmarkt onderuit gaat.

Herbezinning

Daarbij behoort dan niet alleen ook een herziening van het huurbeleid maar ook een herbezinning op de positie van corporaties, die in ieder geval fundamenteel transparanter moeten worden. Het idee was destijds dat het afschaffen van de objectsubsidies voor woningwetwoningen gecompenseerd kon worden door commerciële ontwikkelactiviteiten. Daarmee kon dan de onrendabele top gefinancierd worden.
Daarmee gingen corporaties de concurrentie aan met projectontwikkelaars en vastgoedbeleggers. Die hebben dat altijd valse concurrentie gevonden omdat corporaties onder gunstiger voorwaarden gronden konden verwerven en goedkoper lenen. Die onrendabele top bestaat niet volgens Goossens. “Dat is slechts uitgestelde winst. Door de berekeningsmethode en de toepassing van parameters krijg je een rekensom die negatief uitvalt. Maar als je tussentijds winst neemt, zoals elk bedrijf doet, dan heb je geen onrendabele top.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels