nieuws

Uitleg voorwaarden UAV vergt accuratesse

bouwbreed

De UAV-GC 2005 geven tot nu toe weinig aanleiding tot rechtspraak. Dit geldt ook voor de UAV-GC 2000. Recentelijk deed de Raad van Arbitrage een uitspraak over een bepaling in deze voorwaarden over het ter beschikking stellen van informatie door de opdrachtgever. In deze kwestie ging het om de interpretatie van informatie door de opdrachtgever ter beschikking gesteld.

De uitspraak had betrekking op een baggerwerk. Aan de opdrachtnemer werden ter beschikking gesteld: een Programma van Eisen(PvE), een voorlopig ontwerp en bijbehorende nota’s van inlichtingen. De opdrachtnemer kreeg dan ook als opdracht om het Programma van Eisen en het voorlopig ontwerp tot een definitief ontwerp en een uitvoeringsontwerp uit te werken. Dit is overeenkomstig wat in de Model Basisovereenkomst UAV-GC 2005 in artikel 5 leden 1 en 2 is opgenomen. In de verschillende stukken is door de opdrachtgever informatie opgenomen over onder meer de omvang van het te baggeren slib.

Ontoereikend

De opdrachtnemer stelt vast dat de gegevens onjuist zijn en als gevolg daarvan moet hij meerkosten maken en hij vordert deze bij de gemeente/opdrachtgever. De gemeente verzet zich daartegen: weliswaar zijn de gegevens ontoereikend om een juiste berekening te maken, maar de aard van dit UAV-GC 2005 contract brengt met zich dat de opdrachtnemer zelf gegevens verzamelt. Voorts betoogt de gemeente dat de opdrachtnemer de gegevens verkeerd geïnterpreteerd.
Arbiters kunnen met dat verweer van de gemeente niet meegaan. De gemeente heeft een punt als het zou gaan om niet verstrekte gegevens. Maar ‘aannemer kan echter in alle redelijkheid niet verweten worden zij de door de gemeente verstrekte gegevens serieus neemt.’
De gemeente heeft antwoorden gegeven op vragen en daarmee bij de aannemer (in termen van de UAV-GC 2005 zou overigens gesproken moeten worden van opdrachtnemer) de gerechtvaardigde indruk gewekt dat deze zich op de bruikbaarheid van de gegevens kon verlaten. Dat verklaart dan ook dat de opdrachtnemer geen onderzoek vooraf deed naar de hoeveelheid slib in de vijver.
De gemeente had nog een verweer: de opdrachtnemer had moeten waarschuwen. Dat zou alleen op kunnen gaan indien vast staat dat onderkend had moeten worden dat de verstrekte informatie klaarblijkelijke fouten bevatte of gebreken vertoonde. Dat is echter niet het geval.
De opdrachtnemer krijgt zijn meerwerkvordering dan ook toegewezen, maar wel met een correctie van 10 procent van het gevorderde bedrag. De opgave van de gemeente was immers een indicatie en geen perfecte opgave, terwijl het bovendien ging om circa hoeveelheden.
De uitspraak past in het systeem van de UAV-GC 2005, de Nederlandse vormgeving van design and construct en turnkey overeenkomsten. In paragraaf 3 lid 2 van de algemene voorwaarden wordt namelijk bepaald dat de opdrachtgever verantwoordelijk is voor de inhoud van alle informatie die door hem ter beschikking is gesteld. In dit geval was informatie ter beschikking gesteld, al gold wel het voorbehoud ‘ter indicatie’.

Redelijkheid

De verantwoordelijkheid van de opdrachtgever voor de door hem verstrekte informatie kan niet los gezien worden van de waarschuwingsplicht van de opdrachtnemer. Deze is vastgelegd in paragraaf 4 lid 7, waarnaar wordt verwezen in paragraaf 3 lid 8. Paragraaf 4 lid 7 legt op de opdrachtnemer de verplichting te waarschuwen indien specifiek genoemde informatie, stukken, goederen en maatregelen ‘klaarblijkelijk zodanige fouten of gebreken vertonen, dat hij (dat is de opdrachtnemer, MC) in strijd met eisen van redelijkheid en billijkheid zou handelen als hij zonder waarschuwing bij het verrichten van de Werkzaamheden daarop zou voortbouwen.’ Terzijde: de met een hoofdletter geschreven woorden zijn gedefinieerd in paragraaf 1 van de UAV-GC 2005.
De wijze van uitleg van ter beschikking gestelde informatie onder de UAV-GC 2005 komt overeen met die van onder de UAV 1989. De aard van de overeenkomst speelt bij de wijze van uitleg wel een rol. De aard van de UAV-GC 2005 overeenkomst is dat de opdrachtnemer meer taken geïntegreerd op zich neemt en de opdrachtgever zich terughoudend opstelt met betrekking tot zijn bemoeienis met het werk.
Waar de aannemer onder de UAV 1989 een ontwerp ter hand gesteld krijgt, is het verzorgen van een ontwerp onder de UAV-GC 2005 geheel of gedeeltelijk zijn werk. Dat kan met zich brengen dat de UAV-GC 2005 opdrachtnemer zelf op zoek moet naar informatie en/of zelf informatie zal hebben te interpreteren zonder terug te kunnen vallen op de opdrachtgever. Bepalingen dienen tegen deze achtergrond te worden uitgelegd door arbiters. Maar de aard van de UAV-GC 2005 brengt uitdrukkelijk niet met zich dat op door de opdrachtgever verstrekte informatie niet vertrouwd zou mogen worden, waar dat bijvoorbeeld onder de UAV 1989 wel zou mogen. De voorwaarden brengen dit zelf al onder woorden in paragraaf 3 lid 2, maar ook zonder die bepaling zou dat het geval zijn op basis van de regels van uitleg, zoals die sinds jaar en dag door arbiters worden gehanteerd en die voortvloeien uit het gewone burgerlijk recht dat ook deze voorwaarden beheerst voor zover daarvan niet is afgeweken.
Prof.mr.dr. M.A.B. Chao-Duivis is directeur van het Instituut voor Bouwrecht (IBR) in Den Haag en hoogleraar Bouwrecht aan de TU Delft.
Voor meer bouwrechtelijke actualiteiten, jurisprudentie, vakliteratuur en regelgeving zie ook de website van het IBR: www.ibr.nl/actueel

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels