nieuws

Timmerfabrikant zit met dubbel P&O-probleem

bouwbreed

Personeelschefs zag je van oudsher weinig in timmerfabrieken. Medewerkers met vragen over salaris, bijscholing of vakantie stapten na werktijd gewoon even bij de baas binnen. Dat systeem functioneerde prima. Totdat nieuwe producten en de krapte op de arbeidsmarkt andere eisen aan de bedrijfsvoering gingen stellen.

Neem de fabriek in Heeze waar Van de Vin al 47 jaar ramen en kozijnen maakt. Het bedrijf werd door de vader van de huidige directeur Mathee van de Vin opgezet in de schuur achter het ouderlijk huis, met stapels hout op het erf en binnen alleen de allernoodzakelijkste gereedschappen. Tegenwoordig zetelt de onderneming in een spiksplinternieuw pand op een zojuist tussen de maisakkers aangelegd industrieterrein en wordt de productie van pasklare ramen en kozijnen volledig computergestuurd.
De man die personeelszaken erbij deed en gewend was daar dagelijks een kwartiertje voor in te ruimen, is er tegenwoordig 60 procent van zijn tijd aan kwijt. Het duurt niet lang meer, of hij heeft er een dagtaak aan. “Bij andere bedrijven in de branche zie je precies hetzelfde gebeuren”, weet Jan Douma, directeur van de Nederlandse Bond van Timmerfabrikanten.
Personeelsbeleid vereist in deze sector scherpe inzichten. Timmerfabrikanten stuiten in hun zoektocht naar hoogwaardig personeel op dezelfde schaarste als de hele bouw. Goede arbeidskrachten blijken erg lastig te vinden. Maar eigenlijk zit de timmerbranche met een dubbel probleem, zegt Mathee van de Vin, die tevens voorzitter is van de branche-organisatie.
Van de Vin: “Niet alleen moeten we zorgen dat we ons traditionele personeelsbestand op peil houden, we hebben ook steeds meer deskundigheid nodig om het vele extra werk dat onze kant op komt, uit te voeren. Toeleveranciers nemen in toenemende mate werk over dat vroeger op de bouwplaats gebeurde. Vroeger leverden wij alleen halffabrikaten. Nu maken we ook producten die voor driekwart of zelfs helemaal klaar zijn. De bouw hoeft ze alleen nog maar te plaatsen.”

Tekort

Dat betekent dat de fabriek, waar nu tachtig mensen werken, steeds meer vaklieden nodig heeft. Schilders en beglazers, maar ook engineers en werkvoorbereiders die het nieuwe product ontwerpen en in de productie kunnen inplannen. Die deskundigheid ligt niet voor het oprapen. “In de hele bedrijfstak merken we een tekort aan mensen op dit niveau”, zegt Douma. Van de Vin: “We zitten met z’n allen aan dezelfde groep mensen te trekken.” Hij heeft onlangs met lede ogen moeten toezien hoe een van zijn werkvoorbereiders door een concurrent werd weggekocht.
Toch gloort er voor timmerfabrikanten die om hoger opgeleid personeel zitten te springen, licht aan de horizon. Sinds vorig jaar is er een extra mogelijkheid om mensen uit het eigen bedrijf voor cruciale functies op te leiden. De nieuwe cao bevat een loon- en functiestaat die werknemers aan mogelijke carrièrelijnen koppelt. Volgens de cao kan iedere werknemer nu een loopbaanadvies vragen en aanspraak maken op de bijbehorende opleidingen. Hoewel de bepaling pas één jaar van kracht is, wordt er al volop gebruik van gemaakt. Douma: “Voorlopig vooral door werkgevers, die langs deze weg hun moeilijke vacatures proberen op te vullen en die talentvolle productiemedewerkers willen opleiden voor de werkvoorbereiding.”

Perspectieven

B ij Van de Vin ramen en kozijnen is het al lang traditie om carriérreperspectieven uit te stippelen voor gemotiveerde medewerkers. De directeur: “Eens per jaar houden we met al onze mensen een functioneringsgesprek. Een van de onderwerpen die dan aan de orde komt is: hoe zie jij je verdere loopbaan, wat zijn je plannen.”
Een andere vaste stelregel bij Van de Vin is, dat iedere nieuwe medewerker eerst het bedrijf en de producten die het maakt grondig moet leren kennen, voordat er over carrièremogelijkheden wordt gesproken. “Bij ons begint iedereen, niemand uitgezonderd, in de productie. Vandaaruit kun je eventueel door naar kantoor, maar je moet eerst een tijd met je voeten in de krullen hebben gestaan.” Als geslaagd voorbeeld van deze aanpak noemt Van de Vin een jonge mts’er, die na een half jaar productiewerk overstapte naar de calculatie en die nu op de werkvoorbereiding zit.
Veel leerlingen komen binnen via de gemeenschappelijke opleiding die Mathee van de Vin in 1989 opzette met andere timmerfabrikanten uit de regio Eindhoven. Een paar jaar later traden ook de meubel- en interieurbouw toe tot dit verbond. Dat schiep de mogelijkheid een rouleringssysteem in het leven te roepen, dat leerlingen in staat stelde kennis te maken met een heleboel verschillende kanten van het timmervak.
Een gouden greep, die constructie, meent Jan Douma: “Van wat er in een timmerfabriek gebeurt hebben de meeste mensen maar een flauwe notie. Ze denken nog steeds dat er alleen planken op maat worden gezaagd. Ze weten niet dat het interessante bedrijven zijn geworden, waar mooie producten worden gemaakt en waar ook hoger opgeleiden boeiend werk kunnen vinden.

Vierdaagse werkweek

Het rouleringssysteem brengt ze dat facet duidelijk onder ogen.” Om werken bij zijn bedrijf aantrekkelijk te maken, heeft Mathee van de Vin de vierdaagse werkweek (van in totaal 36 uur) ingevoerd. Daar komen veel mensen op af. Het rooster wordt gekenmerkt door een grote mate van flexibiliteit. Werknemers hebben telkens een andere dag in de week vrij en mogen bijvoorbeeld ook weken van vijf werkdagen maken om een week daarna een dag extra vrij te hebben. Ook voor de bedrijfsvoering heeft het systeem grote voordelen. Van de Vin: “In periodes dat het ongewoon druk is, kun je mensen op hun vrije dag vragen overwerk te komen doen.” Deze werkindeling, die de timmerfabriek overigens niet zelf heeft uitgedokterd, maar copieerde van een inmiddels niet meer bestaande branchegenoot in Bergen op Zoom – heeft op industrieterrein De Poortmannen in Heeze waar Van de Vin is gevestigd, inmiddels al één navolger gevonden. “Swaans Beton, ook een toeleverancier van de bouw, gaat ons systeem overnemen.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels