nieuws

T wijfel over staat 1180 bruggen en viaducten

bouwbreed

Honderden miljoenen euro’s extra zijn nodig voor de aanpak van bruggen en viaducten. Uit een eerste inventarisatie van Rijkswaterstaat blijkt dat 1180 betonnen kunstwerken door de zwaardere verkeersbelasting minder lang mee kunnen dan gedacht. Daarnaast kampen 25 stalen bruggen met vermoeiingsverschijnselen, waarvan twaalf vrij snel moeten worden aangepakt.

Minister Eurlings (verkeer) heeft de Tweede Kamer laten weten bij de begroting van 2009 extra geld vrij te maken voor een plan van aanpak. In totaal onderzocht Rijkswaterstaat 2020 betonnen bruggen en viaducten die voor 1975 zijn gebouwd. Het merendeel van de kunstwerken maakt deel uit van het hoofdwegennet.
Slechts 840 kunstwerken doorstonden de toets en kunnen de toegenomen verkeersbelasting aan. Bij het merendeel van 1180 kunstwerken is nader onderzoek nodig om vast te stellen hoelang de constructie bij het te verwachten verkeersgebruik nog verantwoord is. Daaronder bevinden zich ook zes tunnels. Een acuut veiligheidsprobleem is er niet, benadrukt Rijkswaterstaat.
De kans is groot dat honderden kunstwerken versneld moeten worden afgeschreven. Opvallend is dat in de leidraad van het ministerie nog wordt uitgegaan van een levensduur van 80 tot 100 jaar voor kunstwerken en dat dit in deze ‘Inventarisatie kunstwerken’ al met twintig jaar naar beneden is bijgesteld tot 60 à 80 jaar. Eurlings wil nog niet vooruitlopen op de financiële ‘claim’ die de komende jaren nodig zal zijn. Pas eind dit jaar is het technisch onderzoek afgerond waaruit duidelijk wordt hoeveel kunstwerken daadwerkelijk moet worden verbeterd en op welke termijn. Arcadis, Oranjewoud en nog vier adviesbureaus zijn daar druk mee bezig. Hoogleraar betonconstructies prof.dr.ir. Joop Walraven van de TU Delft toetst hun bevindingen. Probleem is dat in veel gevallen onvoldoende gegevens beschikbaar zijn over de constructie, de betonkwaliteit, de wapening en de daaruit af te leiden draagkracht.

Spoedwet

Een van de aanleidingen voor het grootscheepse onderzoek is de uitkomst van een eerste onderzoek naar 654 kunstwerken die werden geïnspecteerd vanwege wegverbredingen als gevolg van de spoedwet wegverbreding. Daarbij bleek dat een vijfde van de kunstwerken niet voldoet voor het veranderde gebruik. Rijkswaterstaat benadrukt dat die resultaten niet één op één mogen worden vergeleken met het lopende onderzoek. Een deel van de constructies moest immers worden aangepast om de weg te kunnen verbreden en niet omdat de constructie niet zou zijn opgewassen tegen de toegenomen verkeerslasten.
De grens van 1975 is getrokken, omdat toen de normen voor met name dwarskrachtcapaciteit van betonconstructies werden aangepast. Dat was terug te voeren op nieuwe technische inzichten. Sinds dat jaar is er aanmerkelijk meer wapening voorgeschreven om dwarskracht op te nemen. Rijkswaterstaat heeft de gevolgen van die ontwerpwijzigingen voor vijf typen bruggen in kaart gebracht en gaat dat nu nader onderzoeken voor alle individuele bruggen uit deze risicocategorieën (zie foto’s boven).
Sinds 2002 geldt er bovendien een nieuwe, Europese norm voor de verkeersbelasting. Voor Nederland wordt de zwaarste categorie aangehouden. Uit de eerste inventarisatie komt naar voren dat tandconstructies, die bij 3,5 procent van de kunstwerken zijn toegepast, vaak niet goed zijn gedimensioneerd om de toegenomen verkeerslasten te kunnen verwerken.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels