nieuws

Moderne aannemer prima in staathoge kwaliteit werk te leveren

bouwbreed

Uit het recente pilot-onderzoek van de VROM-Inspectie naar kwaliteitscontrole in de bouw komt naar voren dat deze “flink rammelt”. Daarbij wordt vooral gedoeld op de gebrekkige wijze waarop opdrachtgevers toezicht houden. Het gevaar bestaat dat de discussie zich hiertoe beperkt en dat de meer fundamentele vraag onbeantwoord blijft. Duko Jonker en Bastiaan Sommeling vragen zich af of kwaliteit en constructieve veiligheid wel door of namens de opdrachtgever moeten worden geborgd.

In het huidige kader van wet- & regelgeving is de aannemer er voor verantwoordelijk dat een werk overeenkomstig de aanwijzingen van de opdrachtgever wordt gerealiseerd. De aansprakelijkheid voor gebreken na oplevering ligt veelal bij de opdrachtgever.
De rede van professor van den Berg ‘Ondanks nauwlettend toezicht’ uit 1993 is wat dat betreft nog steeds actueel. Vanuit historisch perspectief is dit goed te begrijpen. Vroeger hadden de Spoorwegen, de Waterstaat en de Coöperaties alle deskundigheid in huis om zelf ontwerpen te vervaardigen en toe te zien op de juiste en zorgvuldige uitvoering. De aannemer was sec een capaciteitsleverancier. Zijn bijdrage werd verricht onder nauwlettend toezicht van de opdrachtgever. De risico-overgang van aannemer naar opdrachtgever bij oplevering past goed bij deze rolverdeling. Dit beeld is echter achterhaald. De moderne aannemer is een full-service-provider die – naast de uitvoering van het werk – veelal ook het ontwerp, het onderhoud en soms zelfs de financiering verzorgt.
De opdrachtgevers beschikken steeds minder over (dure) eigen deskundigen om zelf toe te zien op de zorgvuldigheid waarmee de opdrachtnemer zijn werk doet. De toenemende technische en organisatorische complexiteit van werken versterkt de kenniskloof tussen opdrachtgever en opdrachtnemer.

Nauwlettend

De nog steeds bestaande risico-overgang bij oplevering verplicht de opdrachtgever om tijdens ontwerp en uitvoering nauwlettend toezicht te houden. Aangezien opdrachtgevers de hiervoor vereiste deskundigheid veelal niet in huis hebben worden constructeurs en toezichthouders extern ingehuurd. De opdrachtgever is sterk afhankelijk van de betrokkenheid van deze partijen voor wat betreft de kwaliteit van hun werkzaamheden. Deze conclusie wordt bevestigd door de VROM-inspectie.
Is de opdrachtgever nog wel de aangewezen partij om toezicht te (laten) houden op uitvoering van een werk? Hierboven is al aangegeven dat de opdrachtgever moeite heeft om de vereiste kwaliteit in toezicht te bewerkstelligen. Door veel opdrachtgevers wordt het daarbij als onbevredigend ervaren dat de aansprakelijkheid van ingehuurde constructeurs en toezichthouders doorgaans sterk is ingeperkt. Hierdoor kan de opdrachtgever – ondanks de gemaakte kosten voor toezicht – zelf blijven zitten met geleden schade.
Behalve versterkt toezicht door of vanwege de opdrachtgever wordt – onder meer in de Cobouw – wel gepleit voor een sterkere rol van de overheid. Een ontwikkeling in deze richting zou loodrecht staan op de algemene tendens van de overheid om vooral kaderscheppend op te treden. De (dagelijkse) controle of alle producten die geproduceerd worden voldoen aan deze kaders ligt in geen enkele sector in handen van de overheid. Er zijn geen redenen hier voor de bouwsector een uitzondering op te maken.

Vergroten

In het publieke debat over borging van kwaliteit en constructieve veiligheid wordt weinig geopperd dat ontwerpende en uitvoerende partijen deze verantwoordelijkheid op zich kunnen nemen. Binnen het huidige kader van regelgeving is dit op zichzelf niet heel vreemd. De risico-overgang bij oplevering brengt immers met zich mee dat de waarde van eigen kwaliteitscontrole door (de constructeur en) de aannemer voor de opdrachtgever slechts gering is.
De bouwsector is echter uitstekend in staat om te bewerkstelligen dat het kwaliteitsbewustzijn op die plek terecht komt waar de kwaliteit wordt bepaald: op de werkvloer. Hiervoor is het niet noodzakelijk om nog meer of uitgebreider extern toezicht te houden. De oplossing kan ook gezocht worden in het vergroten van de eigen verantwoordelijkheid van ontwerpende en uitvoerende partijen. Het effect daarvan zou wel eens verrassend kunnen zijn. Een vergelijkbare aanpak betreft de benadering van verkeersveiligheid door veiligheidskundige Hans Monderman. Zijn ‘shared space’ aanpak is gericht op het vergroten van de eigen verantwoordelijkheid van verkeersdeelnemers. In ondermeer Drachten zijn op basis van zijn advies op diverse locaties vrijwel alle verkeersborden en -lichten verwijderd. Door minder ‘toezicht’ pakken de verkeersdeelnemers zelf weer de verantwoordelijkheid voor hun eigen en elkaars veiligheid op.

Kans

Wij pleiten ervoor de discussie over kwaliteit en constructieve veiligheid niet te beperken tot de roep om meer toezicht door overheid of opdrachtgever. Nu opdrachtgevers steeds meer aan de markt overlaten en aannemers zich steeds meer ontwikkelen tot full-service-providers, zien wij in deze discussie een goede kans voor aannemers om naar voren te treden. Zij kunnen laten zien dat zij zelf prima in staat zijn te waarborgen dat een opgeleverd werk voldoet aan hetgeen de opdrachtgever ervan had mogen verwachten. Ook als deze niet nauwlettend heeft toegezien op de uitvoering ervan.
Mr.ir. D. Jonker en ir. B. Sommeling, MBA
Duko Jonker en Bastiaan Sommeling zijn in dienst als adviseur bij AT Osborne in Utrecht (BSO@atosborne.nl).
www.atosborne.nl

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels