nieuws

Laagste prijs breekt opdrachtgever op

bouwbreed

Fixatie op de laagste prijs en krapte op de arbeidsmarkt zetten het bouwplaatsmanagement onder druk. Vertraging, bouwfouten of ten minste een “niet optimale uitvoering” zijn het gevolg, waarschuwen Carlo Duynstee en Aris Gaasbeek van bouwadvies en -managementbureau PRC in Bodegraven.

“Voor sommige opdrachtgevers, zeker die van gecompliceerde projecten, is het vijf voor twaalf. Zeker in het licht van de verdergaande juridisering en de daarmee samenhangende claims.”
Ernstige bouwfouten die het nieuws halen, zoals afbrekende balkons en een parkeergarage die op instorten staat, zijn het topje van de ijsberg, weten Duynstee en Gaasbeek. Het gebrek aan frisse lucht in veel nieuwbouw plaatsen ze in hetzelfde rijtje.
“Opdrachtgevers letten steeds meer alleen op geld zonder naar de kwaliteit te kijken en zijn vaak niet deskundig als het om bouw gaat”, klinkt het kritisch. “Als bijvoorbeeld in het bestek niet precies staat aan welke kwaliteitseisen een ventilatiesysteem moet voldoen, bestaat het risico dat de goedkoopste oplossing wordt gekozen.”

Kwaliteit

De focus op de laagste prijs waarbij kwaliteit het onderspit delft, zien ze als een belangrijke bron van problemen, zowel tijdens het bouwproces als daarna. Het leidt ertoe dat van die lage prijs wellicht weinig overblijft.
Het aantal zeer gecompliceerde projecten, waarbij de afstemming van alle onderdelen van groot belang is, neemt toe. “Die moet je goed organiseren, zowel in het voortraject als bij de realisatie. Maar soms zie je dat verschillende bouwpartijen niet eens dezelfde onderliggende tekeningen gebruiken. Dat kan leiden tot ernstige fouten.”
Als zaken organisatorisch niet op orde zijn, is dat een risico voor de externe bouwplaatsmanager die wordt aangesproken op zaken die verkeerd gaan. “Wij krijgen verzoeken voor een opzichter voor soms nog minder dan één dag in de week en verkopen om die reden soms liever nee. Met een beperkte inzet is alleen inspectie wel haalbaar. Dat kunnen we als alternatief bieden. Maar wel met een waarschuwende vinger.”

Instroom

De problemen hebben een financiële kant maar het tweetal ziet ook een ernstig personeelsprobleem in het verschiet. Gekwalificeerde bouwplaatsmanagers, vooral de echte top in het vak, “de bouwplaatsmanager++”, zoals ze die noemen, worden nog schaarser dan ze al zijn. “Het moeten mensen zijn met verstand van zowel techniek als procesmanagement, die bovendien door ruime ervaring in de praktijk weten wat er speelt op een bouwplaats.”
Overal bestaat een tekort aan hoog opgeleid personeel in de bouw. Er wordt gevochten om het jonge talent dat zich aandient, terwijl een flink deel van de huidige lichting over niet al te lange tijd met pensioen gaat. “We zouden het mooi vinden als jonge bouwkundigen in plaats van eerst de architectenbureaus op te zoeken, wat vaker de uitvoerende bouw in overweging willen nemen.”
Hun doel met bouwplaatsmanagement is helder: “Een opdrachtgever moet krijgen wat hij heeft besteld, voor de afgesproken prijs. Niet meer en niet minder.” Het gaat er volgens het tweetal om dat risico’s vroegtijdig worden onderkend, zodat erop kan worden geanticipeerd.
Het is een spannend vak, weten ze: “Een bouwmanager++ krijgt steeds hoogwaardiger managementtaken toegewezen om de belangrijker wordende procesmatige kant van het werk te sturen. Al voor aanvang van een project vindt er als het goed is een gedegen afweging plaats over het verloop ervan.”
De contracten die met de diverse bouwpartijen worden afgesloten, dienen daarvoor te zorgen. “De bouwplaatsmanager++, die in de realisatiefase tevens directievoerder is, zou gezien zijn uitvoeringservaring al minimaal vanaf de besteksfase betrokken moeten zijn bij de samenstelling van de contractstukken. Dit zou de kwaliteit van die stukken sterk verbeteren en eerder leiden tot een naadloze aansluiting van het voortraject op de uitvoering.”

Meerwerk

Het meer-/minderwerk zou zo ook flink in omvang kunnen afnemen en ook de verstorende werking ervan op het bouwproces kan worden beperkt. “Additionele wensen moeten zoveel mogelijk in het voortraject onderkend en uitgewerkt worden. Vanzelfsprekend is dat eenvoudiger te regelen bij bedrijfshuisvesting dan bij de bouw van bijvoorbeeld een ziekenhuis of laboratorium dat bij oplevering liefst aan de allerlaatste ontwikkelingen beantwoordt. “Maar zoiets kan in het contract goed worden geregeld.”
“Een aannemer”, schetsen ze, “bouwt in korte tijd een goed draaiende machinerie op. Die kan omvallen als je daarop inbreekt. Vanaf dag één moet een team van mensen die veelal niet eerder een relatie met elkaar hadden, tot een hoge prestatie komen. Ruimte voor onontkoombare aanpassingen moet je inbouwen in het proces.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels