nieuws

Laagenergiewoning nog uitzondering

bouwbreed Premium

Passieve en laagenergiewoningen blijven met weinig energie warm. Nederlandse gegadigden komen echter van een koude kermis thuis: ontwikkelaars en aannemers bouwen ze alleen bij hoge uitzondering.

In Duitsland, Zwitserland en Oostenrijk staan zo’n 10.000 woningen in de categorie passief of laagenergie; in Nederland tien. Dat heeft deels te maken met de investering; wie die kan opbrengen heeft eigen grond en vertelt de aannemer wat daar moet komen. Wie betaalt bepaalt, zegt Ab de Graaff van J.E. Stork Air uit Zwolle. “In Nederland zien de kopers doorgaans pas bij de oplevering wat ontwikkelaar en aannemer voor hen bedachten.”
De doorsnee ontwikkelaar zal niet snel uit zichzelf beginnen met een passieve- of een laagenergiewoning. De praktijk leert dat ook de installatietechnisch minder onderlegde architect er niet snel uit zichzelf over begint. “De manier waarop de bouw in Nederland is georganiseerd staat de ontwikkeling van de passieve woning in de weg”, vindt De Graaff. Laagenergie vergt integraal ontwerp en het welslagen daarvan vereist weer dat alle partijen van begin af aan met elkaar overleggen.
De Graaff ziet wel een kentering. “Zo bekijkt BAM of het projectmatig passieve woningen kan bouwen.” Ook ontwikkelaar/bouwer Pepping Bontenbal uit Kaatsheuvel maakt werk van de laagenergiewoning, evenals architect Erik Franke uit Hardinxveld-Giessendam. Henk Seinen, directeur van Seinen Projectontwikkeling uit Leeuwarden, bouwt woningen die met weinig energie toekunnen. Maar hij leerde dat energiezuinige woningen niet altijd voldoen aan het schoonheidsideaal van stedenbouwkundigen.

Grondprijs

Seinen zegt tegen minder kosten woningen met een lage epc te kunnen bouwen. “Gewone woningen in houtskeletbouw”, zegt de ontwikkelaar met nadruk, “maar wel met een epc van soms 0,1.”
Dat zijn dan bijvoorbeeld starterswoningen voor 180.000 euro in het Friese Marum. “De lage grondprijs in Friesland werkt daar ook aan mee,” zegt Seinen, “maar de meeste winst zit in een andere organisatie van het bouwproces.” De epc is in zijn visie ‘een onding’. Hoe lager de epc, hoe energiezuiniger de woning. Maar de waarde zegt niets over de hoeveelheid CO 2 die met de bouw en het gebruik is gemoeid.
Ook voor de uitstoot van CO 2 denkt Seinen een oplossing te hebben. Met de TU Delft wil de Friese ontwikkelaar in Bartlehiem een woning bouwen waar alle energie uit waterstof komt. En met het bureau Ecofys studeert Seinen op een complex van vijftig woningen die hun energie betrekken uit een ‘bio warmte/krachtkoppelaar’; een installatie rond een dieselmotor die biodiesel verstookt. ‘Zelfdenkende’ stopcontacten regelen het stroomverbruik. Dat blijft hoe dan ook laag, belooft Seinen: “Er is alleen een sterkstroomaansluiting voor de wasmachine; alle andere apparaten draaien op lage spanning.” Voor de verlichting kiest de ontwikkelaar led’s.

Reageer op dit artikel