nieuws

‘Iedereen doet maar alsof het goed gaat in de bouw’

bouwbreed

Met bouwen valt momenteel niets te verdienen. Dat is voor Martin van Hoogevest reden om zijn gelijknamige bedrijf aan te passen. Het moet anders in de bouw, is zijn stelling.

Verbaasd is Van Hoogevest dat iedereen maar doet alsof het heel goed gaat in
de bouw. “Ja, bij een borrel willen collega’s nog wel eens vertellen dat zij
precies dezelfde problemen hebben. Maar naar buiten toe houdt iedereen zijn
mond.” De bouw is wat dit betreft een beetje achterlijk. “Problemen
bagatelliseren werkt niet.” Twee oorzaken wijst hij aan voor de malaise in de
bouw in deze economisch goede tijden. De grondstoffen- en materiaalprijzen zijn
nog nooit zo sterk gestegen. “Normaal rekenden we met zo’n 2 procent
prijsstijging. Nu is die in werkelijkheid 5 tot 10 procent met uitschieters naar
boven voor bepaalde materialen. Dat is mede het gevolg van de enorme vraag op de
wereldmarkt door de opkomende economie ë n, onder andere China en India”, aldus
Van Hoogevest. De tweede oorzaak is in zijn visie veel belangrijker en
structureel. Dat is het gebrek aan goede mensen. Dat vereist een structurele
aanpassing van de bouw. “We hebben onvoldoende ge ï nnoveerd. Natuurlijk is er
wel iets gebeurd, vooral aan de kant van de toeleveranciers. Niet voor niets is
de bouwtijd in 30 jaar gehalveerd. Maar grosso modo werken we nog hetzelfde als
zestig jaar geleden.” Het structurele tekort aan mensen is te danken aan eind
jaren zeventig toen de gedachte leefde dat het woningtekort eindelijk was
opgelost. Zelfs de bouwbonden riepen toen dat mensen hun kinderen maar beter
niet in de bouw konden laten werken. “Gevolg is geweest dat tussen 1980 en 1985
er nauwelijks mensen de bouw zijn ingestroomd, vooral het hogere kader. Daar
hebben we nu nog last van. Sindsdien is de instroom voortdurend lager geweest
dan de uitstroom”, vertelt Van Hoogevest. Het verbaast hem overigens dat er ü
berhaupt nog mensen te vinden zijn die in een kaderfunctie als uitvoerder willen
werken. “Je bent als eerste op de bouw, gaat er als laatste af en werkt
vervolgens thuis ook nog even door om te zorgen dat het de volgende dag weer
allemaal goed verloopt.” Wellicht heeft het te maken met het feit dat je als
uitvoerder een grote eigen verantwoordelijkheid hebt en als er iets misgaat snel
moet kunnen improviseren om het weer op te lossen. “Dat vinden mensen leuk. Maar
ondertussen schieten je faalkosten omhoog naar 15 tot 20 procent waardoor je
winstmarge verdampt.”

Aantrekkelijk

Hij vindt dan ook dat de bouw echt anders zal moeten gaan opereren. Dat geldt
in de eerste plaats voor de arbeidsvoorwaarden. “Willen we aantrekkelijk worden
op de arbeidsmarkt, dan zullen we deeltijdarbeid moeten accepteren. Ook bij
uitvoerders. “Intern promoot hij dat ook, maar er is tot nu toe maar éé n
uitvoerder die daadwerkelijk in deeltijd werkt. Van Hoogevest is ervan overtuigd
dat deeltijd kan in de bouw maar wel onder voorwaarde dat proces­innovatie hoog
op de agenda komt. “De Regieraad en PSIBouw zeggen dat ook al tijden. Er zal
meer gestandaardiseerd moeten worden. Dat betekent nog niet dat er saaie
eenvormigheid ontstaat. Kijk maar naar de autoindustrie. Daar is volop
gestandaardiseerd. Er zijn fabrikanten die motoren elders vandaan halen en er
wordt gewerkt met basis-chassis. Toch is er nog nooit zoveel keuze in modellen
geweest. Die kant moeten we uit”, vindt de bouwer. Een bijkomend voordeel is dat
deeltijduitvoerders veel beter de zaken ook administratief op orde te hebben in
verband met overdracht aan een collega. “Het betekent van tevoren beter nadenken
over het bouwproces. Dat scheelt weer faalkosten. Ik ben het wat dat betreft
eens met Jan Hovers (de voormalige voorzitter van Regieraad I) dat de bouwkosten
wel 25 procent lager kunnen.” Hij signaleert nog een bijkomend probleem, de
toenemende congestie in de Randstad. “Je krijgt medewerkers nauwelijks meer de
Randstad in. Zo’n 70 procent van de bouw wordt in de Randstad uitgevoerd door
mensen die voor 70 procent van buiten de Randstad komen. Die zijn niet blij met
de reistijden”, vertelt hij met gevoel voor understatement. Zelf is zijn bedrijf
betrokken bij een grote ontwikkeling in Aalsmeer samen met Eigen Haard. Niemand
zit echter te springen om daar te werken.

Ombouwen

Van Hoogevest is nu druk bezig zijn bedrijf om te bouwen gedwongen door het
gebrek aan goede mensen. Zo wordt er goed gekeken naar opdrachtgevers. Die deelt
hij in twee groepen in, de rakkers en de makkers. De rakkers zijn degenen die
altijd voor de laagste prijs gaan, “daar is op zich niets mis mee, maar wij
werken niet meer voor ze”. De makkers zijn de opdrachtgevers die weten wat voor
kwaliteit ze willen en er ook voor willen betalen. De opdrachtgevers die bereid
zijn samen risico’s te dragen. “Het betekent dat je bij zo’n opdrachtgever ook
een zekere budgetverantwoordelijkheid moet nemen en niet in oeverloze procedures
over meer- en minderwerk verzeild moet raken. Als er redenen zijn voor meerwerk,
dan kom je er met zo’n opdrachtgever wel uit”, is zijn overtuiging. Hij gaat
daarnaast vooral bouwen voor de eigen ontwikkelingspoot en voor vaste klanten.
“Wij draaien wat dat betreft de zaak om. We gaan niet meer achter alle
opdrachten aan maar we laten de goede mensen die we hebben, doen wat we kunnen.
We zullen dus vaker nee verkopen.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels