nieuws

Hulpstof geeft beton beter stroomgedrag

bouwbreed

Een door BASF ontwikkelde gemodificeerde hulpstof voorziet standaard geproduceerd transportbeton op een vrij eenvoudige en controleerbare wijze van zelfverdichtende eigenschappen. Het hoogvloeibare beton vindt nagenoeg zijn eigen weg in de kist waardoor de productiviteit met een factor 5 kan worden verhoogd.

Met een innovatieve viscositeits modificerende hulpstof is het chemieconcern
er namelijk in geslaagd om standaard F4-beton (zeer plastisch) en F5-beton
(vloeibaar) op een makkelijke manier op te waarderen. “Deze technologische
ontwikkeling combineert de voordelen van standaard beton en zelfverdichtend
beton. De hulpstof maakt het mogelijk om standaardbeton in de sterkteklasse
C20-C45 van zelfverdichtende eigenschappen te voorzien”, aldus Peter
Groenendijk, directeur van BASF Construction Chemicals Nederland BV in
Oosterhout. Zelfverdichtend beton wordt niet zozeer toegepast vanwege zijn hoge
sterkte, maar omwille van zijn rheologische (stroom) gedrag. Maar liefst 86
procent van de totale Europese betonafzet heeft een sterkte van 20 tot 40 MPa,
zo blijkt onder andere uit Amerikaans onderzoek. BASF speelt daar met deze
noviteit op in. De toepassing richt zich in eerste instantie op transportbeton
in de sterkteklasse C20-C45 en consistentieklasse S4 en S5. Don Cronin, Group
Vice President van BASF, noemt “het vergroten van de toepasbaarheid van
verschillende cementen” een van de uitdagingen voor de toekomst.

Verwerkbaarheid

Het eindresultaat is een beton met een homogene samenstelling, die niet
kleeft en een zeer hoge mate van vloeibaarheid heeft. Groenendijk: “De specie
vindt voor 95 procent zijn eigen weg in de kist.” De snelle en betere
verwerkbaarheid werd bij de internationale lancering van het chemische
hulpmiddel op de Fachhochschule in Wiesbaden gedemonstreerd. Naast elkaar werd 2
kuub traditioneel geproduceerd beton en het ‘super dynamic concrete’ in een kist
gestort. De klus werd met één man in nog geen 6 minuten geklaard; op de
gebruikelijke manier waren drie man gedurende 7 minuten in de weer. Het mengsel
heeft een schudmaat van 600 tot 700 millimeter, tegen een zetmaat van 230
millimeter bij traditioneel beton. “De voordelen vertalen zich vooral in minder
arbeid; het beton is sneller te storten. Door de betere verwerkbaarheid kan de
productiviteit met een factor 5 worden verhoogd en daarmee ook het te storten
volume.” De nieuwe betonsoort heeft tevens een gladdere afwerking. De
hoofdbestanddelen van het nieuwe hoogvloeibare transportbeton zijn een super
plastificeerder (Glenium) en de viscositeits modificerende hulpstof RheoMatrix.
Groenendijk: “Het verkrijgen van zowel de juiste vloeibaarheid als stabiliteit
is een lastig te controleren proces bij zelfverdichtend beton. Glenium
‘beheerst’ het rheologische gedrag van de betonmortel; het innovatieve
RheoMatrix ‘bewaakt’ op zijn beurt de watergevoeligheid en voorkomt daardoor
ontmenging en bleeding.” Hij spreekt van “een ideale combinatie.

Vloei-eigenschap

Dankzij de specifieke moleculaire werking (zie kader) ontstaat een dichte
beton met hoge en beheersbare vloei-eigenschappen.” Naast de optimale
verwerkbaarheid kan ook met aanzienlijk minder fijn (gemalen materiaal) worden
volstaan. “Een standaardmengsel voor een m3 beton in klasse F5-beton is 320 kilo
cement en 120 kilo vliegas. Door het toevoegen van RheoMatrix kan, om homogene
maar zelfverdichtende betonmortel te krijgen, het aandeel fijn worden
gereduceerd tot 350 kilo.”

Productiviteit

De nieuwe betonsoort is uiteindelijk 5 tot 10 procent duurder dan standaard
geproduceerd beton. De verwachtingen zijn desondanks hooggespannen. “Dit
hoogvloeibare beton bespaart veel tijd tijdens de uitvoering en biedt meer
ontwerpvrijheid. Door deze technologische ontwikkeling kan de
betonmortelindustrie de markt voorzien van standaard geproduceerde beton met
zelfverdichtende eigenschappen waarmee leveranciers zich kunnen onderscheiden.
Uiteindelijk ontstaat daardoor een win-win-situatie.”

VMA-technologie

De divisie Construction Chemicals van BASF, goed voor een jaaromzet van 2,2
miljard euro, werkte drie jaar aan de ontwikkeling van de zogeheten Viscosity
Modifying Agent (VMA). De nieuwe VMA-technologie is gebaseerd op zogenaamde zelf
‘organiserende’ moleculen. Deze vormen een matrix die in hoog vloeibare
samenstellingen (zelfverdichtend) het rheologische gedrag positief beïnvloeden
en ontmenging en bleeding (uitstoot van water) voorkomen. Mede door de optimale
hechting van de moleculen aan de fijne toeslagstoffen is minder fijn materiaal
nodig om een robuuste maar hoog vloeibare betonmortel te produceren. De
zelfverdichtende werking werd onder andere getest bij de betonmortelbedrijven
Cementbouw BV in Zoeterwoude.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels