nieuws

Visie op helderheid en soberheid

bouwbreed

“De tijd dat de functie van deze ‘transfer points’ samenviel met de stad ligt achter ons, ze verplaatsen zich naar buiten, waar ze zich verzelfstandigen en belangrijke architectonische opgaven vormen naarmate de groei van wereldomspannende netwerken traditionele eenheden als steden en dorpen verder lijkt uit te hollen.”

“De tijd dat de functie van deze ‘transfer points’ samenviel met de stad ligt achter ons, ze verplaatsen zich naar buiten, waar ze zich verzelfstandigen en belangrijke architectonische opgaven vormen naarmate de groei van wereldomspannende netwerken traditionele eenheden als steden en dorpen verder lijkt uit te hollen.”
Wat staat hierboven? Natuurlijk, een stukje tekst uit de context lichten is een gemakkelijke manier om het belachelijk te maken. En deze tekst uit het Jaarboek architectuur in Nederland 2005/06 is met een beetje moeite misschien nog wel te begrijpen. Maar het tekent wel de complexe ‘tekstualiteit’ (heet dat zo? Het heeft wel iets om met moeilijke woorden te strooien) die in veel tijdschriften en boeken over architectuur en stedenbouw te vinden is.
Hans Mulder is ex hoofdredacteur van het tijdschrift Bouw en ex uitgever van Archis. Hij vertelde mij dat toen hij uitgever van Archis was, een architect hem opzocht en hem een zin voorlas uit een van de nummers van Archis. Hij zei: als je mij kunt uitleggen wat hier staat, neem ik opnieuw een jaarabonnement, als je dat niet lukt wil ik het geld van het afgelopen jaar terug. Het lukte Hans Mulder niet om het uit te leggen, en hij heeft het geld van de vorige jaargang teruggegeven.
Zolang ontwerpers en hun critici zichzelf bezighouden met voor de buitenstaanders – en voor zichzelf ook? – onnavolgbaar proza is dat niet zo erg, maar dit proza wordt ook als legitimatie gebruikt voor de gebouwde omgeving waar u en ik ons dagelijks in bevinden.
Als ik met leken, gewoon vrienden en familie die zich nooit in de canon van de architectuur verdiept hebben door nieuwbouwwijken of oude stadscentra loop, komt ook de vraag op “Wat staat hier?” Maar dan gaat het letterlijk om het gebouw en de vraag waarom zoiets hier mag staan. Nederland is de afgelopen decennia volgebouwd met neo-modernistische vierkante dozen die voor veel gewone consumenten volstrekt onbegrijpelijk zijn. De legitimatie voor deze architectuur is niet zozeer de schoonheid daarvan, maar allerlei ingewikkelde verwijzingen naar maatschappelijke en esthetische discussies. Nog een voorbeeld uit het jaarboek architectuur, waarin de Haverleij, de kastelen van Sjoerd Soeters afgemaakt worden: “Haverleij is een virtuele wereld, een wereld zonder toevallig fysiek contact met andere sociale groepen, zonder confrontatie met het palet voorzieningen dat voor het wonen onvermijdelijk is, geen leerschool voor een nieuwe gemeenschap.”
Afgelopen zomer bezocht ik met mijn vrouw (een leek die gewoon spreekt over mooi of lelijk) een groot aantal nieuwbouwprojecten in Nederland. Zij was diep onder de indruk van de kastelen. Een van de kastelen was een van de weinige plaatsen waar we in gesprek kwamen met een bewoner die juist zeer lovend was over de sociale wereld die ontstond in deze fysieke wereld die juist door haar inrichting volgens haar leidde tot een nieuw soort gemeenschapsvorming waar zij heel gelukkig in was. Door met deze bewoners te praten krijgt het ´wat staat hier´ een heel andere betekenis dan in het jargon van de architectuurcritici.
Overigens zijn deze architectuurcritici in hun jargon ook ver afgedwaald van de oorsprong van hun eigen modernisme. Een van de grondleggers van het modernisme was de Weense architect Loos, die nauw contact onderhield met de filosoof Wittgenstein, een van de belangrijkste filosofen van de 20e eeuw. Maar een van de beroemdste uitspraken van Wittgenstein is juist: “Waarover men niet spreken kan, daarover moet men zwijgen.” Wittgenstein verzette zich hiermee tegen allerlei taaluitingen die leiden tot vaagheid en onduidelijkheid. Zijn pleidooi is voor helderheid en soberheid in taal die vergelijkbaar is met de helderheid en soberheid van de architectuur van Loos.
Mijn uitdaging aan de modernistische architecten en critici is om hun modernistische visie op helderheid en soberheid eerst eens toe te passen op de woorden waarmee zij hun ontwerpen legitimeren. Dat kan de discussie veel helderder maken.
Jan den Boer is publicist en als projectmanager werkzaam bij de gemeente Utrecht.
Hij is auteur van het boek ‘Passie voor de stad’, ISBN 90-6271-023-9, www.synthese.ws
weijboer@wxs.nl

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels